Botter


Botters’ zijn als visserschip op de Zuiderzee ontstaan uit oudere typen vissersschepen omstreeks 1800. In Monnickendam, Spakenburg en Huizen zijn de meeste botters gebouwd. Er zijn drie soorten botters, de Zuidwalbotter, de Markerbotter en de Volendammerkwak. Botters zijn platbodems met bun, deken en trog. Botters hebben een laag achterschip om de netten binnen te halen, een dikke, ongestaagde steekmast, lange, smalle zwaarden, een gaffeltuig met kromme gaffel en losse broek, een kluiver op een uitschuifbare kluiverboom en de aap (bezaan) op een stutter op het achterschip.