Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken

Canon van de mobiliteit

Ontdek de belangrijkste momenten uit de Nederlandse mobiliteitsgeschiedenis. Van de eerste spoorlijn tot de moderne snelweg — deze canon vertelt het verhaal van Nederland in beweging.

    • inleiding

      Van 1850 tot heden

      inleiding

      De canon

      Deze beknopte geschiedenis van Nederland in de laatste anderhalve eeuw – de wording van het moderne Nederland – schetst de belangrijkste historische ontwikkelingen en gebeurtenissen en hun relatie tot de ontwikkeling van de mobiliteit.

    • Van 1878 tot 1940

      vervoer

      Ontsluiting van Nederland

      De wording van het moderne Nederland kenmerkt zich door de verbinding van alle landsdelen en bewoningskernen met elkaar. Na het waterwegennet wordt ook het spoorweg- en tramnetwerk aangelegd. De elektrificatie van het spoorwegnet vergemakkelijkt het frequent stoppen. Het lokaalspoor en een dicht netwerk van interlokale stoom- en elektrische trams vult dit netwerk aan. Dit dichte vervoersnetwerk in Nederland en België is uniek in de wereld.

    • Van 1960 tot 2000

      vervoer

      De mobiliteits explosie

      Rond 1960 brak een periode van sterke welvaartsstijging aan met een forse toename van particuliere vervoermiddelen. Het aantal brommers en motorfietsen steeg, maar het meest spraakmakend was wel de toename van het aantal auto's: van 140.000 in 1950 tot 2,5 miljoen in 1970. Naast de welvaart, maakte het aanbod van efficiënt geproduceerde en dus relatief goedkoper gezinsauto's dit mogelijk. De Amerikaanse T-Ford was al vóór de oorlog de absolute pionier; in Europa kunnen de VW Kever en de 2CV als wegbereiders gezien worden. En vanaf eind jaren 1960 kwamen de auto's van Aziatische makelij. Zo vond juist in de jaren 1960 een ware 'mobiliteitsexplosie' plaats, terwijl de groei ook daarna bleef doorgaan. In 2020 tellen we ruim 8,5 miljoen personenauto's. [115 woorden]

    • Van 1945 tot 1980

      vervoer

      omslag openbaar vervoer

      De enorme toename van het particuliere autobezit na de Tweede Wereldoorlog sluit goed aan op de individualiseringsbehoefte van de bevolking. Hierdoor komen de openbaar-vervoerbedrijven echter in grote problemen. De autobus kan in de jaren ’60 de concurrentie met het privévervoer niet meer aan.

    • Van 1970 tot 2000

      vervoer

      mobiliteit, altijd en voor iedereen

      Zowel de vervoermiddelen als de infrastuctuur zijn overal, altijd en voor iedereen beschikbaar. Vervoermiddelen zijn technisch uitontwikkeld en een normaal gebruiksvoorwerp geworden en een onderdeel van de primaire levensbehoften Mensen kiezen niet meer voor een specifieke, herkenbare auto of boot, maar voor voor een vervoers-modaliteit; ga ik vliegen of vind ik de trein prettiger of ga ik toch met een eigen auto.

    • Van 1970 tot heden

      vervoer

      Grenzen aan de groei

      Sinds eind jaren 1960 is er toenemende aandacht merkbaar voor het milieu. In 1972 verscheen het rapport van de Club van Rome, dat stelde dat er grenzen bestonden aan de economische groei. De ongebreidelde behoefte aan mobiliteit, met de daarbij gepaard gaande vervuiling en uitputting van grondstoffen, is daar mede debet aan. Het klimaatakkoord van Parijs van 2015 is een belangrijke mijlpaal in de internationale samenwerking. Op het gebied van de mobiliteit wordt naarstig en integraal naar oplossingen gezocht en worden minder vervuilende vervoermiddelen en -systemen ontwikkeld. Ook een versterking van het openbaar vervoer past daarin. Toevoeging vanuit MCN: MCN ziet ook dat er grenzen zijn aan de groei, zeker ten aanzien van de milieubelasting. MCN voelt zich dan ook medeverantwoordelijk voor het creeren van een oplossing die ook recht doet aan het speciale karakter van het mobiele erfgoed.

    • techniek

      Van verleden tot 1950

      techniek

      Hand- en Paardenkracht

      Het gebruik van paarden om hun trekkracht, zoals bij paard-en-wagens, hessenwagens, trekschuiten, boerenwagens, postkoetsen en rijtuigen was eeuwenlang onmisbaar. En ook de mens zélf heeft met bijvoorbeeld handkarren altijd een belangrijke rol gespeeld in de vervoergeschiedenis. Hand- en paardenkracht zijn nog lang belangrijk gebleven, bijvoorbeeld in de landbouw, maar ook in het lokale vervoer. Pas na de Tweede Wereldoorlog verdwenen deze manieren van voortbeweging grotendeels van het mobiliteitstoneel. Paard-en-wagens verdwenen nooit helemaal. Het is een geliefd vervoermiddel bij bruiloften en attracties.

    • Van 1900 tot 1940

      techniek

      Van Spierkracht naar Stoomkracht

      In de 19e eeuw vindt een eerste mechanische omwenteling plaats, van spier naar stoom. Het is de eeuw van de ‘Industriële Revolutie’. De stoommachine wordt de belangrijkste krachtbron, zowel in de industrie, als in het vervoer: scheepvaart, railvervoer en zelfs in het wegvervoer. Voordien was men aangewezen op water- en windkracht en op menselijke en dierlijke spierkracht.

    • Van 1850 tot heden

      techniek

      Statisch wordt mobiel

      Wielen konden gecombineerd worden met allerlei andere objecten, die zonder die wielen niet of nauwelijks van hun plaats zouden komen. Dat was altijd al zo, maar ook hier speelt mechanische aandrijving een doorslaggevende rol: het wordt nóg makkelijker om grote en zware roerende goederen over kortere of langere afstand te verplaatsen. Een breed scala van toepassingen diende zich aan: van orgels en kermisattracties tot zelfrijdende bouw- en landbouwwerktuigen. Ook schepen kunnen verplaatsbare werktuigen worden; van zelflossende zandschepen tot boorschepen en mobiele olieplatforms.

    • Van 1900 tot 1940

      techniek

      Verbrandingsmotor

      Kort vóór 1900 rijden in ons land al auto's met benzinemotor rond en niet lang daarna worden dergelijke motoren gebruikt in binnenvaartschepen en in vliegtuigen. De doorbraak van deze techniek vindt plaats tussen de twee wereldoorlogen. Dan worden seriematig (en dus relatief goedkoop) auto's gebouwd en wordt ook de dieselmotor bruikbaar voor bedrijfswagens, treinen en schepen. Het is uiteindelijk de verbrandingsmotor, die de samenleving massaal mobiel maakt. En die, mét de elektromotor, een eind maakt aan stoom- en paardentractie en -op het water- het vrachtvervoer per zeilschip.

    • Van 1900 tot heden

      economie

      Ambulante Handel

      In de 20e eeuw verandert het straatbeeld door de opkomst van de lokale distributie of ambulante handel. Bakkers en melk- en groenteboeren gaan langs de deur om hun waar te verkopen: van handkar tot winkelwagen, van scharensliep tot kolenboer en van draaiorgel tot parlevinker. In de jaren 1960 werd de bekende ‘SRV-wagen’ geïntroduceerd als ‘rijdende supermarkt’. De formule werd eind 20e eeuw opgeheven, maar vooral op het platteland zijn, na het verdwijnen van de dorpswinkels, nog enkele honderden winkelwagens actief, die vaak nog hardnekkig ‘SRV-wagens’ worden genoemd. En heden-ten-dage (rond 2025) heeft het thuisbezorgen een nieuwe vlucht genomen met bedrijven als Bol.com, Coolblue en Picnic.

    • Van 1918 tot 1950

      economie

      Opkomst bulktransport

      Mechanisering van het vervoer leidt tot de mogelijkheid om goederen in bulk te vervoeren. Dit gaat hand in hand met professionalisering en centralisering van de productie.

    • Van 1915 tot heden

      economie

      Containervervoer

      Rotterdam is nu de grootste haven van Europa en behoort tot de top tien van de wereld. In het stukgoedvervoer vindt in de jaren ’60 een ware revolutie plaats door de ontwikkeling van de standaardcontainer. Rotterdam is nu nog steeds één van de meest geavanceerde en efficiënte containerhavens ter wereld.

    • Van 1970 tot heden

      economie

      Globalisering

      Met het ontstaan van steeds meer intercontinentale vervoers- en communicatie­mogelijkheden raakt Nederland sterk vervlochten met de rest van de wereld economisch, politiek en cultureel. Rond de eeuwwisseling komen jaarlijks ongeveer 565 miljoen ton goederen Nederland binnen, waarvan ruim 70% over zee. Meer dan de helft wordt door Nederlandse bedrijven doorgevoerd naar het buitenland. Wat de productie betreft is die er het meest bij gebaat, als daar geproduceerd wordt, waar dat het meest effectief is. Na 1970 zien we dat versneld gebeuren in de auto-industrie; met name bij personenauto’s, die komen in toenemende mate uit Aziatische landen, zoals de Toyota Corolla. Ook de vliegtuig- en de railindustrie vindt tegenwoordig elders in de wereld plaats (Fokker en Werkspoor zijn verdwenen).

    • Van 1955 tot heden

      recreatie

      Dagtrips

      Door de toegenomen welvaart krijgen meer mensen meer vrije tijd, zoals het vrije weekend, extra vrije dagen en meer vakantiedagen. Mensen gaan meer reizen, sporten en winkelen. Voorheen kan alleen de maatschappelijke bovenlaag zich dat permitteren. Tot de jaren ’50 houdt men vooral vakantie in eigen land. Men maakt vooral dagreisjes per boot, trein en tram, later ook per fiets, auto, bus en motorfiets en – in de jaren ’50 en ’60 – ook op de brommer.

    • Van 1960 tot heden

      recreatie

      Mobiliteit en identiteit

      De stijging van de welvaart vanaf 1960 leidde tot een maatschappelijk fenomeen, dat voordien beperkt was tot de hogere kringen. Een groeiende drang om zich te kunnen onderscheiden en zich binnen de massacultuur te identificeren met een bepaalde groep of subcultuur. Bijvoorbeeld door kleding of door een vervoermiddel: een bepaald merk of type bromfiets (Puch), motorfiets (Harley Davidson) of auto (Jaguar, of de 2Cv). De mogelijkheden daartoe worden natuurlijk mede bepaald (en begrensd) door de financiële situatie van de (potentiële) eigenaar. Fabrikanten gebruiken dit fenomeen in hun marketing.

    • Van 1950 tot heden

      recreatie

      Sport

      De opkomst van snelheids- en behendigheidssporten wordt mogelijk door de toename van vrije tijd, maar ook door de ontwikkeling van nieuwe vervoermiddelen. Hiermee worden technische limieten opgezocht en verlegd. De georganiseerde, gereglementeerde en massale sportbeoefening is een relatief nieuw, twintigste-eeuws fenomeen, met regionale, nationale en later ook internationale wedstrijden.

    • Van 2000 tot heden

      recreatie

      Van vervoermiddel naar Mobiel erfgoed

      Eigenaren vinden behoud van cultureel erfgoed belangrijk en ze doen dat met veel passie, toewijding en toenemende professionaliteit. Dat geldt ook voor mobiel erfgoed; het wordt behouden dóór en vóór de samenleving. Burger­initiatief en erfgoedparticipatie spelen een steeds grotere rol. Met mobiel erfgoed wordt gevaren, gereden en gevlogen om het in werkende staat aan het publiek te presenteren. Waar mogelijk in historische context, ook als dat mobiel erfgoed niet-Nederlands is. De wijze van behoud van mobiel erfgoed sluit aan bij ontwikkelingen in het erfgoedveld, waarbij mens en samenleving steeds sterker centraal komen te staan. Zo wordt het behoud van mobiel erfgoed zélf de levende mobiliteitsgeschiedenis.

Canon - Mobiele Collectie Nederland