Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Namen van locomotieven

Auteur: Kees Wielemaker

Namen van locomotieven

De replica van locomotief De Arend die in het Spoorwegmuseum in Utrecht staat, is een mooi voorbeeld van een locomotief met een naam.

Andere locomotieven kregen namen als De Snelheid, De Leeuw en Komeet, namen dus die kracht en snelheid uitdrukten.
De HIJSM zette als enige grote Nederlandse spoorwegmaatschappij tot in 1889 de traditie voort om haar locomotieven van namen te voorzien: dat waren veelal plaatsnamen, namen uit de mythologie, uit de dierenwereld, uit de economie of uit de klassieke geschiedenis. De Nestor, een sneltreinlocomotief uit 1880 (uit de serie Nestor – Xanthippe), die eveneens in het Spoorwegmuseum valt te bewonderen, is een voorbeeld van de laatste categorie: Nestor is de koning van Pylos in de boeken van Homerus. Ook de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij gaf haar eerste 16 locomotieven geen nummers maar namen, van onder andere vulkanen.
Ook de Nederlandse stoomtrambedrijven lieten zich niet onbetuigd. Veel locomotieven kregen namen van plaatsen die aan het lijnennet van het betreffende bedrijf waren gelegen of van mensen die verdienstelijk waren geweest voor de maatschappij. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor locomotief 23 van de Westlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (WSM), die met de naam H.J.H. Modderman was getooid. Deze locomotief maakt nu deel uit van de collectie van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik. Een exponent van de eerste categorie is de vierkante stoomtramloc Silvolde van de Geldersche Tramweg Maatschappij uit 1900 die in het museum van de Stoomtrein Katwijk Leiden is te bewonderen.
De Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM), die een uitgebreid tramlijnen op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden exploiteerde, versierde de motorrijtuigen (en autobussen) vanaf de jaren ’50 met getekende vogels en vogelnamen. Daarom kan men in het Museum van de RTM in Ouddorp de Reiger (motorrijtuig MABD 1602) en de Meeuw (motorlocomotief MD 1805) zien rijden. Ook de Haagsche Tramweg-Maatschappij (HTM) gaf haar stoomtramlocomotieven namen. Vanaf 1904 kwamen vijf stoomtramlocomotieven in dienst die (naast een nummer) een volgelnaam kregen, zoals Eend, Snip en Kieviet. De locomotief met de naam Ooievaar is bewaard gebleven en rijdt bij de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik.

In de jaren ‘80 van de vorige eeuw greep de NS op deze traditie terug en voorzag elektrische locomotieven van de series 1300 en 1600 van plaatsnamen; een voorbeeld daarvan is locomotief 1304 Culemborg uit 1952. Ook bij diverse museumspoorlijnen is deze gewoonte weer in ere hersteld: zie bijvoorbeeld stoomlocomotief nr. 2 Borsele van de Stoomtrein Goes-Borsele of stoomtramlocomotief LTM 26 Ir. P.H. Bosboom van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik. Deze machine deed vroeger dienst bij de Limburgsche Tramweg-Maatschappij op de tramlijnen Roermond-Sittard (tot 1927) en Maastricht-Vaals (vanaf 1928) en is genoemd naar directeur Bosboom van de Nederlandse Spoorwegen die veel heeft betekend voor de Nederlandse museumspoorlijnen.

Foto: motorrijtuig M1602 Reiger van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij in de duinen bij Ouddorp.
Namen van locomotieven - Mobiele Collectie Nederland