Zo richtte Anthony Fokker in 1919 de NV Nederlandsche vliegtuigenfabriek op die snel toonaangevend werd bij het toepassen van nieuwe technieken.
Een jaar later, in 1920 was in Den Haag de Nationale Vliegtuig-Industrie van start gegaan met Frits Koolhoven als hoofdontwerper.
Naast vloot en landleger kwam er een geheel nieuw onderdeel: de luchtmacht.
Door de twee wereldoorlogen en de daaropvolgende Koude Oorlog, waarin Nederland een trouw NATO-bondgenoot was, nam de omvang van de strijdkrachten sterk toe. Zo telde de Nederlandse luchtmacht eind 1956 maar liefst 469 operationele gevechtsvliegtuigen, vele malen meer dan nu.
De Eerste en Tweede Wereldoorlog, het conflict om Nederlands-Indiƫ, en de Koude Oorlog betekenden voor veel Nederlanders dienstplicht en soms zelfs mobilisatie.