Tiger Moth
De ultieme "Moth" die DeHavilland produceerde was de DH.82 Tiger Moth. Deze was direct ontwikkeld uit de DH.60, de vleugels waren meer naar voren geplaatst zodat de leerling voorin makkelijker kon in- en uitstappen. Om vervolgens het zwaartepunt in de constructie niet te wijzigen, werden de vleugels enkele graden naar achteren in pijlstelling gemonteerd. Wereldwijd vormde de Tiger Moth de ruggengraat van de les- en sportvliegerij. Vele luchtmachten hebben er hun kweekvijver van jachtvliegers mee in leven gehouden. De Nederlandse luchtstrijdkrachten schaarden zich in en na de oorlog (met 56 tweedehands ex-RAF Tigers) in dit gezelschap. Prins Bernhard heeft zijn vliegbrevet gehaald op een Tiger Moth om daarna vervolgens de Nederlandse piloot met de meeste vlieguren te worden. Aan het begin van WO II waren er 1000 stuks geproduceerd, tijdens en na de oorlog zijn daar nog 3000 bijgekomen. Het was de laatste tweedekker met open cockpit die dienst deed in de lesvliegerij. Na de oorlog hebben vele afgedankte Tiger Moths hun weg gevonden naar vliegclubs.

