Hawker Hunter F.4
Registernummer: N-122
De Hunter valt als straaljagerontwerp onder de categorie "onsterfelijk". Het type heeft dan ook een lange en veelvormige loopbaan gekend. Sterker nog, vele Hunters hebben meerdere loopbanen gekend bij twee en soms drie luchtmachten. Het proefmodel van deze elegante, subsonische jager met pijlvleugels vloog voor het eerst in 1951. De Hunter was bedoeld als opvolger van de Gloster Meteor die aan het einde van WO II was ontwikkeld. Het type is wereldwijd ingezet en heeft daadwerkelijk in oorlogen geopereerd. De grootste gebruiker was de Britse RAF. De meeste gevechtservaring heeft de Indiase luchtmacht, opgedaan in verschillende oorlogen met buurland Pakistan. De KLu was een van de NAVO-leden die halverwege de vijftiger jaren de Hunter als standaardjager in dienst nam. Fokker produceerde de 96 stuks van het type F.Mk.4 in licentie. Ze hebben ongeveer acht jaar gediend om vervolgens te worden vervangen door modernere F.Mk.6-en met "zaagtandvleugel", die ook door Fokker zijn gebouwd. Het 322 Squadron heeft met haar Hunter F.Mk.4's tussen 1960 en 1962 geopereerd vanaf Biak, een basis in Nieuw-Guinea. De eenheid verwierf daar de bijnaam "Papua Air Force". Diverse Hunter 4's hebben nog als doelslepers gefungeerd, de meeste van de Mk.4 toestellen zijn bij de brandweer van de LETS als oefenobject op de brandstapel geeindigd. Hawker heeft vele Hunters teruggekocht van de eerste gebruikers, gemodificeerd en weer opnieuw doorverkocht naar tweede of zelfs derde gebruikers. De laatste operationele Hunter werd pas na het Millenium in Zwitserland van de sterkte afgevoerd.

