
De Ripperdakazerne bruiste in de laatste maanden van 1939 van leven: behalve de normale bezetting was ook de Motordienst van de Vrijwillige Landstorm daar opgekomen, die de garages op de kazerne als tijdelijke slaapplaats toegewezen had gekregen. Bij de ontruiming van die garages aanschouwde de oude Renault Tank FT 17, door het Ministerie van Oorlog aan het einde van de jaren 1920 aangekocht voor proefnemingen, weer het daglicht. Niet tevergeefs: nadat de eerste inundatiegebieden voor kano's min of meer begaanbaar waren geworden, vroegen knappe koppen van de Generale Staf zich af, hoe 'tankbestendig' onze waterlinie wel zou zijn. Voor de oplossing van dit brandende probleem scheen maar één oplossing te bestaan: de proef op de som. Dus sukkelde begin november 1939 een Fordson-tractor met een één-assige aanhangwagen,waarop de Renault, naar de Vlasakkers bij Amersfoort. Het proefterrein moest zorgvuldig uitgezocht worden en de keus viel uiteindelijk op een voormalig aardappelveldje, waarlangs een geasfalteerde weg liep. Het water stond daar ongeveer 50 cm hoog en met lieslaarzen aan was een voorzichtige wandeling nog mogelijk. Dat deze activiteit toch niet geheel van gevaar was ontbloot, ondervond een wat klein uitgevallen officier van gezondheid, die ook eens kwam kijken. Zijn laarzen liepen onverwachts vol, hij raakte vast in de modder en moest met een heuse reddingsoperatie weer op de vaste wal gebracht worden. De proeven begonnen. Op het veldje ploeterde de Renault zich redelijk door de blubber heen,maar greppels en sloten konden moeilijkheden opleveren. Een duikbeweging vóórover ging nog goed, maar bij het vervolgens opkomen raakte de staart van het voertuig onder water, zodat dit het watercompartiment instroomde. Het water bereikte de motor en de magneetontsteking daarvan en een abrupte stilstand was het gevolg. Een lastige zaak werd het, iedere keer die magneet demonteren, schoonmaken en weer op z'n plaats brengen. Het bedoelde exemplaar is verloren gegaan. Een exemplaar van een dergelijke tank bevindt zich nu in de collectie van het Oorlogsmuseum Overloon. Dit exemplaar werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers op de Fransen buitgemaakt en ingezet bij de bewaking van het vliegveld Volkel.




