Elektrische trein








n 1908 opende de eerste elektrische spoorweg in Nederland, tussen Rotterdam en Den Haag en Scheveningen. De speciaal voor deze lijn ontwikkelde motorrijtuigen en aanhangrijtuigen waren bijzonder luxueus uitgevoerd. Zo konden welvarende forensen snel en comfortabel vanuit Scheveningen, Wassenaar en Den Haag naar Rotterdam reizen.
Op de Berlijnse nijverheidstentoonstelling van 1879 maakte een elektrisch voortbewogen railvoertuigje van Werner von Siemens ritten met passagiers. Het locomotiefje kreeg de stroom voor de motor via de rails geleverd. In 1881 bouwde Von Siemens in Parijs de eerste tramlijn met – weliswaar primitieve – bovenleiding. Daardoor liep het publiek niet het risico om op een onder stroom staande rail te stappen. In de jaren daarna ontstonden op verschillende plaatsen in Europa tramlijnen met elektrische tractie. In ons land reed in 1890 in Den Haag de eerste elektrische tram, echter op accu’s. De eerste elektrische tram met bovenleiding in Nederland kwam in 1899 in bedrijf tussen Haarlem en Zandvoort. Het spoor volgde later: in 1900 werd de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij opgericht. Die legde een spoorweg aan, die Rotterdam via Pijnacker met Den Haag en Scheveningen verbond. Met Siemens werden afspraken gemaakt voor de levering van kennis en apparatuur. De lijn werd geëlektrificeerd met 10.000 volt wisselstroom, 25 hertz. Beijnes in Haarlem leverde het materieel: drieëntwintig motorrijtuigen en negen aanhangrijtuigen. Die waren luxueus uitgevoerd, met brede ramen, comfortabele banken en natuurlijk elektrische verlichting. De rijtuigen waren geschilderd in bronsgroen en crème en versierd met Jugendstil-motieven.
In 1907 werd het korte traject Den Haag-Scheveningen in gebruik genomen. Een jaar later volgde het deel tussen Rotterdam en Den Haag. Vanaf dat moment kon men elk uur in 30 minuten van Rotterdam naar Scheveningen sporen. De treinen vertrokken in Rotterdam vanaf het Hofplein en daarom werd de lijn de Hofpleinlijn genoemd. Technisch waren er wel wat aanloopproblemen: zo trokken de nieuwe treinen maar langzaam op en op de eindpunten moesten de motoren minstens 20 minuten afkoelen.
In de jaren ‘20 werd voor de verdere elektrificatie van spoorlijnen in Nederland gekozen voor 1500 volt gelijkspanning. In 1926 werden de ZHESM-rijtuigen en de Hofpleinlijn verbouwd naar die nieuwe Nederlandse standaard.