Stoomlocomotief








De rond 1900 zwaarder en sneller wordende treinen stelden steeds hogere eisen aan de locomotieven die deze treinen trokken. De stoomlocomotieven van de NS-serie 3700 konden hieraan voldoen: ze hadden een maximum snelheid van 100km/h (later 110 km/h). Voorzien van nieuwe technieken hadden ze voor hun tijd ook een grote trekkracht.
In de periode tussen 1890 en 1914 beleefde de stoomlocomotief in Nederland zijn hoogtepunt. Andere vormen van tractie kwamen aarzelend van de grond, maar de stoomlocomotief bleef heer en meester. De uitzondering was de elektrische lijn van Rotterdam naar Scheveningen die in 1908 werd geopend.
De N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (kortweg Staatsspoorwegen of SS genoemd) liet vrijwel al haar locomotieven in Engeland bouwen. De ‘Grote Groenen’, een serie van 176 locomotieven met twee aangedreven assen, kwamen vanaf 1880 op de baan. Die waren speciaal ontwikkeld voor het trekken van sneltreinen, onder andere de belangrijke mailtreinen van Vlissingen naar Venlo. Die mailtreinen gaven in Vlissingen aansluiting op de veerboot naar Engeland. In 1899 kwam een nieuwe serie locomotieven in dienst. Deze ‘Hartjes’ waren groter en sterker dan de ‘Grote Groenen’, maar hadden nog steeds maar twee aangedreven assen. Hiervan werden er 135 gebouwd. Toch bleven er klachten over vertragingen doordat de locomotieven opnieuw te weinig vermogen hadden voor de weer zwaarder geworden treinen.
In 1909 nam men een proef met een locomotief met drie aangedreven assen van de Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij. Die proef verliep zo goed dat de SS besloot locomotieven van dit type aan te schaffen. Dat besluit resulteerde in een nieuwe, grote serie stoomlocomotieven. Nieuw voor Nederland was dat deze waren uitgerust met vier cilinders in plaats van twee. Intussen was door de Duitse ingenieur Schmidt de oververhitter uitgevonden. De stoom in de locomotiefketel werd hierdoor extra verhit en het voordeel daarvan was meer vermogen en minder water- en brandstofgebruik. De nieuwe locomotieven werden uitgerust met zo’n oververhitter. De ‘Jumbo’s’ zoals ze al snel werden genoemd waren een groot succes en voldeden prima. In totaal werden er 120 van gebouwd.