Lockheed F-104 Starfighter


In 1960 wordt de supersnelle Amerikaanse Lockheed Starfighter gekozen als standaard jachtvliegtuig van de Noord Atlantische VerdragsOrganisatie (NAVO). Hierdoor konden de verschillende landen die in de NAVO samenwerkten, elkaars vliegtuigen leren kennen en konden er (reserve)onderdelen geruild worden. Deze vorm van samenwerking was belangrijk voor de luchtverdediging in West-Europa.
Ook voor de bouw van deze jachtvliegtuigen werd er binnen Europa samengewerkt. Fokker leidde één groep, die naast het Nederlandse Aviolanda bestond uit het West-Duitse bedrijven Focke Wulf, Hamburger Flugzeugbau en Wesr Flugzeugbau. Voor Nederland was het belangrijk dat deze samenwerking, die ongeveer 350 toestellen moest maken, aangevoerd werd door Fokker. Fokker was de hoofdaannemer, omdat zij grote ervaring had in licentie- en in straaljagerbouw.
Een ander voordeel voor Nederland was dat de Nederlandse fabrieken Fokker en Aviolanda verantwoordelijk waren voor 50% van de bouw. Ook veel kleinere Nederlandse fabrieken konden helpen bij de bouw van het Lockheed vliegtuig. Een bijzonder detail was dat Prins Bernhard bij veel Europese regeringen de Lockheed fabriek aanbevolen had voor de productie van deze machine, maar daarvoor door de Lockheed fabriek zelf betaald werd.
De Lockheed F-104 Starfighter was een van de belangrijkste straaljagers uit de twintigste eeuw. Het vliegtuig had een enorme snelheid (2400 km/h). De machine werd vanaf 1960 in Nederland gebruikt en was de vervanging van de toestellen die toen gebruikt werden door de Koninklijke Luchtmacht. Bij de Koninklijke Luchtmacht werden de F-104G, RF-104G (fotoverkenner) en TF-104G (tweezitter) gebruikt tussen 1962 en 1984. Zij vlogen bij verschillende eenheden op de vliegbasis Leeuwarden, vliegbasis Twente en de vliegbasis Volkel. De Lockheed F-104 Starfighter werd vanaf 1979 vervangen door de General Dynamics F-16, die op zijn beurt binnenkort door de JSF vervangen wordt.