P-51 Mustang
De Mustang is een van de meest effectieve jachtvliegtuigen in WO II geweest. Aan het begin van de oorlog werd de ruggengraat van de USAAF (Amerikaanse legerluchtmacht) gevormd door Curtiss P-40 Warhawk en Kittyhawk jagers met Allison V12 zuigermotor. Omdat de prestaties al snel niet meer voldoende waren tegenover Japanse Zero en Duitse Messerschmitt jagers, werd naar een krachtigere jager gezocht die desondanks gebruik moest maken van dezelfde motor. North American ontwierp de P-51B en deze voldeed al veel beter binnen de USAAF. Amerika leende deze P-51's ook uit naar Engeland om diens defensie op te krikken. Daar werden de toestellen later voorzien van een andere stuurhutkap en kregen ze van de Britten de bijnaam "Mustang". Proeven met een P-51, voorzien van een Britse Rolls-Royce Merlin V12 motor, waren zo geslaagd dat deze motor in Amerika door Packard in licentie werd gebouwd en werd gemonteerd in een aangepaste P-51 met druppelvormige cockpitkap. Dit markeerde de geboorte van de voornaamste Mustang-variant: de P-51D. Deze Mustang werd de standaard escorte-jager die de Geallieerde bommenwerpers begeleidde tijdens de vele aanvallen op Duitsland en Japan. De P-51D was een dermate goed vliegtuig dat er nog tientallen hebben geopereerd aan het begin van de Korea-oorlog in 1950. Direct na WO II was een eenheid van het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) met Mustangs (P-51D's en K's met andere propeller) uitgerust. Deze toestellen hebben veelvuldig actie gezien tijdens de Politionele Acties in Indonesie. Een Mustang is bewaard gebleven en staat in het Militair Luchtvaart Museum te Kamp Zeist.

