
Stoomsleepboot 'Noordzee'
De stoomsleepboot Noordzee kent een rijke historie. De bijna 23 meter lange sleper werd, in opdracht van Blohm+Voss uit Hamburg, in 1922 onder bouwnummer 609 op de naburige werf Janssen & Schmillinsky gebouwd. Dit gebeurde naar een ontwerp van de al eerder bij deze werf van stapel gelopen Fairplay IX. Als voortstuwing kreeg de sleper een door Blohm+Voss gebouwde Compound stoommachine en een tweevuurgangs kolengestookte Schotse ketel, met een werkdruk van 10,5 atmosfeer en een verwarmd oppervlak van 94 vierkante meter. Alles aan boord werkte op stoom. Zowel de stuurmachine, de ankerlier, de lichtmachine, de bergingspomp als de turbinegenerator. De sleper, met een bunkercapaciteit van 18 ton kolen, kwam als B.& V. XII in dienst van Blohm+Voss en werd gelijk voor tal van zaken ingezet. Zo werden grote zeilschepen vanaf zee voor reparatie naar de werf en later weer terug naar zee of naar één van de havens van Hamburg gesleept. Daarnaast ving de Noordzee nieuwe schepen op die bij de werf van stapel liepen en werd er assistentie verleend bij het dokken en ontdokken van schepen. Ook voer de sleper mee als door Blohm+Voss gebouwde schepen proeftochten gingen maken. De Noordzee kwam zonder kleerscheuren de Tweede Wereldoorlog door, maar werd in 1948 wel opgelegd. Dit zou tot 1959 duren. In dat jaar werd de sleper als Taucher Sievers IV voor duik- en bergingsbedrijf Sievers uit Cuxhaven weer in de vaart gebracht. In augustus 1970 volgde verkoop aan Reederei Nordsee. Een visserijbedrijf uit Cuxhaven die de sleper herdoopte in Nordsee. Tweede leven Na vijf jaar in de visserij te hebben gewerkt, werd de Nordsee eind 1975 verkocht aan Handelsonderneming A.C. Slooten uit Wormerveer. Na 53 jaar trouwe dienst dreigde de sleper te worden gesloopt, maar zo ver kwam het niet. Luxejachtenbouwer Kees Jongert uit Medemblik, een echte stoomliefhebber, redde in 1976 de Nordsee van de ondergang. Met veel zorg en liefde restaureerde hij de sleper en herdoopte haar in Noordzee. De sleper kwam onder Nederlandse vlag te varen en kreeg Medemblik als thuishaven. Naast een complete restauratie werd tegelijk ook de accommodatie uitgebreid. Veel rust was de Noordzee echter niet gegund, want de nieuwe eigenaar zette de sleper bedrijfsmatig in voor het verslepen van zeilschepen van en naar Jachtwerf Jongert, voor het assisteren bij proeftochten en indien nodig op het IJsselmeer en de Noord-Hollandse vaarwegen als ijsbreker. Toen Jongert in de winter van 1979 met een groot nieuw luxe zeiljacht naar een vakbeurs in het Duitse Düsseldorf moest, waren alle vaarwegen in Noord-Holland dichtgevroren. Alle paardenkrachten van de Noordzee werden aangewend om voor het jacht toch een vaarweg door het ijs te creëren zodat het veilig op de plaats van bestemming kon worden afgeleverd. Verder versleepte de Noordzee tjalken over het IJsselmeer en tallships over de Noordzee en werd een stoompostdienst onderhouden tussen Van Ewijcksluis, over het Amstelmeer, naar De Haukes. Als vertegenwoordiger van alle stoomschepen die bij de aanleg van de Afsluitdijk waren betrokken, nam de Noordzee in 1982 deel aan de viering van het 50-jarig jubileum van deze zeewering. Verder nam de Noordzee regelmatig deel aan tal van nautische evenementen in binnen- en buitenland, waaronder Sail Amsterdam en Wereldhavendagen Rotterdam. Tot slot fungeerde de stoomsleper heel wat keren als pakjesboot voor Sinterklaas en als educatief object om de werking van stoom en daarmee de start van de industriële revolutie uit te leggen. De jachtenbouwer verbleef zelfs enige tijd samen met zijn echtgenote aan boord van de sleper.












