openbaar vervoer


De NS heeft 240 van dit soort bussen gehad (met 250 trekkers), die werden gebruikt als vervangend vervoer tijdens de wederopbouw van het spoorwegnet. Ze reden zowel op de NS-busdiensten als op de grote lijnen van de busdochterbedrijven van NS. Ze voerden dan natuurlijk hun eigen bedrijfsnaam in plaats van het opschrift Ned. Spoorwegen. De trekkers waren gebouwd door Crossley Motors in Engeland, de opleggers waren van DAF en de opbouw werd geleverd door Verheul, Aviolanda, Fokker of Werkspoor.
De opleggerbussen werden geleidelijk vervangen door 'gewone' Crossley's; op de NS-busdiensten was dat de Crossley-Schelde serie 1001-1129. Vanaf 1949 werd hun inzet schaars en vanaf 1951 mochten ze van de inspectie alleen nog worden ingezet voor groepsvervoer. In 1955 ging de laatste uit dienst. De bussen op deze foto's dragen kentekens van de provincie Utrecht (beginnend met een L). Het ronde bord met de letter B betekent dat ze niet op B-wegen mochten komen.
Dit object is ook opgenomen in het DAF-museum atlantis bestand onder nummer 1002