Peugeot 2¼ PK (1905)


Wist U dat er lange tijd tot twee maal toe zo veel motorfietsen als automobielen zijn gebruikt? De Peugeot 2¼ PK was in trek bij (plattelands)artsen die altijd al erg op hun vervoermiddel waren aangewezen. Hiermee genoot de arts en zijn patiënten van een veel grotere efficiëntie én effectiviteit!
De populariteit van de motorfiets heeft een aantal redenen. In die eerste jaren zijn automobielen (veel) duurder in aanschaf dan motorfietsen. Nog steeds werden de allereerste motorvoertuigen aangeschaft door de meer welgestelde Nederlander, maar de motorfiets bereikte eerder een groot publiek.
Er is echter een andere, belangrijkere, reden in deze jaren. Dat is de zeer slechte verkrijgbaarheid van benzine. Motorfietsen reden toen ook al veel verder op één liter benzine dan automobielen. Waren de motorfietsen veelal uitgerust met relatief kleine motoren, moesten in de zeer zware autoconstructies in die jaren ook veel grotere motoren worden “meegesjouwd”. Met een navenant groter benzineverbruik.
Rond 1905 wordt de motorfiets als spaarzame manier van vervoer ontdekt door een groep die altijd al erg op hun vervoermiddel was aangewezen: de (plattelands)artsen. Waren deze huis- en veeartsen tot dan toe aangewezen op hun paard en wagen, nu was er ineens een sneller vervoermiddel beschikbaar.
De N.M.V. (Nederlandsche Motorwielrijders Vereeniging) wordt in 1904 opgericht en verkrijgt bij Koninklijk Besluit in 1916 het predicaat “Koninklijke”. Al in 1905 noteert de N.M.V. dat 14% van de aangesloten leden arts is.