Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Beugsloep Johanna Hendrika MD 10

Beugsloep Johanna Hendrika MD 10

1896-1915 Beugvisserij MD10 Johanna Hendrika 1916-1931 Vleetvisserij SCH320 Pieter Johannes 1931-1934 Haringtrawler(N), R-24-SL Stynbreggen 1934-1978 Vrachtschip (N) Leonardo III 1978-1987 Charterschip, Johanna Hendrika 1987-2006 Home voor drugsverslaafden (F), Johanna Hendrika. 2007-heden Varend erfgoed MD10 Johanna Hendrika.

Kerninformatie

Sector
vaartuigen (water)
Type
visserij Beugsloep zeilend met schoenertuig
Functie of soort gebruik
De beugvisserij werd uitgeoefend vanuit Middelharnis, Pernis en Zwartewaal en in mindere mate vanuit Maassluis en Vlaardingen. De MD 10 is niet alleen representatief voor Middelharnis, maar breder ook voor Pernis en Zwartewaal en de Rotterdamse en Vlaardingense werven waarmee nauwe betrekkingen bestonden. De twee hoofdstromen in de visserij waren enerzijds de haringvisserij, anderzijds de beugvisserij op kabeljauw. De haringvisserij was eeuwenlang een beschermd monopolie en conservatief van aard, pas na 1858 en meer na 1865 bij de introductie van het kottertuig en de katoenen netten door A.E Maas , kwam er beweging in die sector. Het vistuig, dat de vissers in Middelharnis het meest gebruikten was de beug . De beug bestaat uit zgn. hoekwant. Een beug is een lange lijn bezet met korte dwarslijntjes (sneuen), die voorzien zijn van z.g. hoeken (vishaken). Aan deze haken wordt aas geslagen. De beug geaasd zijnde wordt zo veel mogelijk in een rechte lijn op de zeebodem uitgezet. Dit uitzetten wordt “de beug schieten" genoemd. Op deze beug staan enige boeien voorzien van verschillende vlaggen. Deze boeien worden vastgelegd door kleine ankertjes of dreggen" geheten, die aan de beug verbonden zijn. Een volledige beug was meestal 6 km lang maar lengtes 13 tot 18 km kwamen ook wel voor. In 1916 werd de MD10 omgebouwd tot haringlogger. In 1931 ia het schip verkocht naar Noorwegen.
Bouwjaar
1896
Fabrikant/Producent/Werf
Rijkee Rotterdam Bonn & Mees Rotterdam Figee, Vlaardingen Gebr. van der Windt, Vlaardingen
Bron
NRME

Aanvullende informatie

De MD 10 representeert de eindfase van een 19e -eeuwse ontwikkeling waarin een lange traditie, teruggaand tot de 16e eeuw, met betrekking tot vismethode (kol- en beugvisserij), werkwijze aan boord en de inrichting van het schip gecombineerd is met een moderne bouwwijze (ijzer/staalbouw) en internationale invloed met betrekking tot het rompontwerp. Met dit, in 1896 als modern geldende scheepstype, proberen de reders in het beugbedrijf, vanouds geconcentreerd in de vissershavens Pernis en Middelharnis en in mindere mate in Vlaardingen en Maassluis, mee te gaan in het proces van mechanisatie en schaalvergroting dat de zeevisserij vanaf circa 1890 in zijn greep begint te krijgen. Slechts een paar werven in de omgeving van Rotterdam, die zich zowel nationaal als internationaal gezien in een vroeg stadium specialiseren in de bouw van kleine ijzeren schepen, bouwen tussen 1891 en circa 1905 een dertig-tal van deze schepen.

Geschiedenis

De “Johanna Hendrika” is een stalen beugsloep. De beugsloep werd gebouwd in opdracht van de rederij Wed. C. Kolff & Zoon uit Middelharnis. De “Johanna Hendrika” kreeg het visserijkenmerk MD10. De sloep werd op 18 maart 1896 in opdracht gegeven bij de Werf Rijkee te Rotterdam voorheen Katendrecht. De aanneemsom was fl. 14.500. Het schip kreeg de naam “Johanna Hendrika” naar de echtgenote van Cornelis Kolff Sr., Johanna Hendrika Mijs. Het bouwnummer van de werf was no. 75. De stapelloop van het casco was op 2 september 1896. Daarna werd het schip zeilklaar gemaakt en naar Middelharnis gezeild. De eerste reis naar de visgronden met Leen Koster (1856-1918) als schipper begon in oktober 1896 en op 1 november 1896 werd de eerste verse vis afgeleverd bij de visafslag in IJmuiden. De besomming was fl. 920. Het schip heeft tot eind 1914 gevist als beugsloep. Het vissen met de beug liep langzaam op zijn eind door de teruglopende besommingen en door gebrek aan opvarenden en bij de Johanna Hendrika speelde het begin van de 1ste Wereldoorlog ook een rol. Vele bemanningen stopten ermee. Het schip is in 1915 verkocht aan de heer S. Frenkel , die het weer doorverkocht aan Albert de Jong uit Scheveningen reder en werf¬eigenaar te Vlaardingen. Deze bouwt de MD10 om tot haringlogger. Het komt weer in de vaart als de “Pieter Johannes” SCH 320. In mei 1931 wordt het schip verkocht naar Noorwegen om in 1978 weer terug te keren in Nederland. Hier begint de charter geschiedenis met als dieptepunt het opbrengen van de MD10 door de Franse kustwacht vanwege drugssmokkel. Tot 2006 heeft het schip in Boulogne sur Mer gelegen. Het werd ingezet als "huis" voor drugverslaafde jongeren bij de stichting OMAYRA. In 2007 is het naar Nederland gesleept.

Materiaal

De huidgangen zijn van staal, de andere constructiedelen van ijzer. Alle verbindingen waren geklonken. Houten dek zat geschroefd aan de dekspanten en stringers. Er was een bun in het schip gebouwd.


Ontwerper(s)

Werf Rijkee Rotterdam. De eerste stalen beugsloep Bastiana Huiberdina werd gebouwd in 1886 door de werf Rijkee

Ontdek een willekeurig voertuig uit de collectie

Beugsloep Johanna Hendrika MD 10 - Mobiele Collectie Nederland