Historische context: Industriële Revolutie De eerste helft van de 20e eeuw is een periode van wereldoorlogen en crisis, maar in Nederland ook een tijd, waarin de Industriële Revolutie doorzet. Het goederenvervoer maakt een snelle ontwikkeling door, waarbij groot deel van het binnenlandse vrachtvervoer over water plaatsvindt. Het is tevens een periode waarin de Nederlandse binnenvaart een overgangsfase doormaakt en verandert van een pre-industrieel vervoerssysteem naar een systeem dat meer past bij de moderne, industriële samenleving. Zeilvaart Interessant is daarbij, dat die revolutie in eerste instantie in een groot deel van de binnenvaart, maar ook in de visserij, leidde tot een snelle groei van een in wezen pre-industrieel systeem van voortstuwing: de zeilvaart. In die zin is er enige verwantschap met andere modaliteiten, zoals het rail- en wegvervoer, waar de industriële revolutie op lokaal en regionaal niveau rond 1900 vooral leidde tot een toename van de paardentractie. Het type: de (Hasselter) Aak De Aak is één van de vele scheepstypen, die in deze periode de binnenwateren bevaren, het is een schip dat niet op steven gebouwd werd. Binnen deze aken was de Hasselteraak het meest voorkomende subtype. Afhankelijk van de precieze definitie, werden er waarschijnlijk meer dan 100 van gebouwd. Het model is relatief jong, kwam rond 1885 tot ontwikkeling en werd eerst nog in hout, maar al snel in ijzer en staal gebouwd. Ze werden voornamelijk gebouwd op werven in Noord-Oost Overijssel (Hasselt, Kampen, Zwartsluis, Dedemsvaart). De kleinere waren vooral actief in de regionale vaart in het noorden, de grotere kon men in heel Nederland aantreffen. Laadruimte Net als bij veel andere schepen voor de binnenvaart is het grootste deel van het schip bestemd voor laadruimte. Er is maar een klein gedeelte om in te wonen, waarbij de roef huiskamer, slaapkamer en keuken tegelijk is. Pas met de komst van de Luxemotors in de jaren 1920 verandert die situatie en wordt meer aandacht aan de leefomgeving van de schipper en zijn gezin besteed. Het object: de Hasselteraak 'Annigje' De Annigje werd in 1908 gebouwd voor schipper Gerrit Hutten, die daarvóór nog een houten schip had. Hutten voer het hele seizoen van augustus tot maart met turf van zuid-Friesland (o.a. Wolvega, Nije Trijne) naar Zutphen. Soms haalde de schipper turf uit Drenthe. Buiten het seizoen vervoerde de Annigje zand en grind, en tijdens de oorlog ook hooi van Kamperland naar Apeldoorn. Opduwertje In 1933 werd een 'opduwertje' aangeschaft, een klein gemotoriseerd bootje, zodat ook gevaren kan worden als er geen wind is of als de wind de verkeerde kant op staat. In 1945 overleed schipper Hutten. Zijn zoon Marius Hutten heeft het bedrijf nog voortgezet tot in 1947. Er werd echter weinig meer gevaren en vanaf 1947 kwam het schip voor de kant te liggen en werd tot 1969 als woonboot gebruikt. Het object als erfgoed In 1969 is het schip verkocht aan een scheepshandelaar die het doorverkocht aan de "Stichting Openlucht Binnenvaart Museum". In 1976 kwam het in bezit van het "Maritiem Museum Prins Hendrik", waarna het in 1988 is overgedragen aan het "Maritiem Buitenmuseum", dat in 2002 'Het Havenmuseum' is geworden. En nu dus het Maritiem Museum Rotterdam. Restauratie Het object is in zeer hoge mate authentiek. In de jaren 1985 - 1988 is een restauratie uitgevoerd, waarbij bestaand materiaal zoveel mogelijk gehandhaafd is en alleen indien nodig werd vervangen door hetzelfde of gelijkwaardig materiaal. Deze restauratie is uitgevoerd met het uiterste respect voor de integriteit van het object en zeer goed gedocumenteerd (er is ook een boek over verschenen, zie bij 'informatie'). Museale normen Het betrof het eerste goede voorbeeld van een origineel gerestaureerd binnenschip volgens 'museale normen'. De restauratie wordt nog altijd gezien als 'ijkpunt' voor huidige en toekomstige restauraties aan dergelijke historische vaartuigen.