
Roeiersvlet "RVE 1"
Historische context: Maritieme dienstverlening Rondom de scheepvaart ontstaan, vooral in en rond havens, in de loop van de tijd allerlei vormen van dienstverlening, zoals slepen, bergen, loodsen, ijs breken, brand bestrijden, betonnen, begeleiden en vast- en losmaken van de schepen aan de kade. Daarvoor worden tal van speciale dienstvaartuigen gebouwd. Veel dienstvaartuigen behoren toe aan toezichthoudende en ondersteunende overheidsdiensten, zoals de (gemeentelijke) havendiensten, Rijkswaterstaat, provinciale waterstaat, douane en politie. Maar er zijn (waren) waren ook veel particuliere bedrijven en organisaties, al zijn die wel gehouden aan een in de loop van de tijd toenemende hoeveelheid wet- en regelgeving. Net als in de scheepvaart zélf vindt bij de dienstvaartuigen voortdurende modernisering plaats. Schaalvergroting, verhoging van de efficiëncy, technische vooruitgang, nieuwe materialen, verbetering van arbeidsomstandigheden, toenemende eisen op het gebied van veiligheid en snelheid van afhandeling en specialisatie leiden er toe dat kleinere schepen en oudere schepen worden vervangen door schepen die meer aan de eisen van de tijd voldoen. Roeiers Eén van de vele diensten, die al bestaan zolang er (zee)scheepvaart is, wordt geleverd door de 'roeiers'. Ze assisteren in de haven bij aankomst en vertrek van de zeeschepen, onder meer door het vastmaken en losgooien van de trossen. De schepen die daarvoor werden gebruikt, worden 'vastmaakboten' genoemd. Met zo'n boot wordt naar het betreffende schip gevaren. Daar worden, in samenwerking met de bemanning van het schip, de trossen opgehaald. Vervolgens vaart men naar de kant, waar collega-roeiers de trossen vastmaken. Soms wordt een schip ook vastgemaakt aan een boei 'op stroom'. Het vast- (en los-) kamen gebeurt tegenwoordig deels machinaal (winchwagen met een gemotoriseerde katrol) maar deels is het ook nog steeds handwerk. Voor de roeiers bestaat de 'Vastmakersverordening', die onder andere bepaalt dat een roeier een opleiding gevolgd moet hebben. Koninklijke Roeiersvereniging 'Eendracht' In 1895 verenigden de Rotterdamse roeiers zich in de Roeiers Vereeniging Eendracht (RVE). Toen de vereniging in 1995 honderd jaar bestond, mocht ze het predicaat 'Koninklijk' voeren. Er zijn meer roeiers geweest, maar de fusie met het bedrijf De Man, heeft de RVE een monopoliepositie in de Rotterdamse haven. Er zijn tegenwoordig driehonderd roeiers aangesloten. De roeiers zelf zijn zelfstandig ondernemer, de schepen zijn eigendom van de RVE. Die schepen vormden in de jaren 1990 een vloot van 56 schepen. Behalve vastmaakboten zijn daar ook zg. communicatieboten bij, maar ook loodsboten, de KRVE verzorgt ook vervoer van loodsen in het Rotterdamse havengebied. Het type: de Roeiersvlet Zoals de naam doet vermoeden, moesten de mannen van de roeiploeg vroeger roeien naar de schepen, maar in de 20e eeuw worden meer en meer motorboten aangeschaft. De eerste motorboot kwam in de jaren 1920, maar er bleef nog zo'n veertig jaar geroeid worden. Begin jaren 1960 zal voor het laatste een roeiboot gebruikt zijn. Een vlet is een bepaald type schip, met ver vooroverhangend voorschip, een halfronde doorsnede en (meestal) een spiegel. Dit type was geschikt voor het roeierswerk. Er bestonden voor dit werk dus motorvletten en roeivletten; de naam 'roeiersvlet' is een algemene benaming geworden voor alle typen vaartuigen, die door roeiploegen gebruikt worden. Roeiersvletten moeten een zwart-wit geblokte band hebben, wat te maken heeft met de wet- en regelgeving.. Het object: Roeiersvlet "RVE 1" In de jaren 1950 groeide de haven van Rotterdam onstuimig en moesten niet alleen nieuwe vastmaakboten worden aangeschaft, maar ook onderhoud en organisatie efficiënter worden. Dat werd onder andere bereikt door standaardisatie; tussen 1961 en 1978 werden bijna dertig gestandaardiseerde 'stevenboten' aangeschaft, gebouwd op de werf Schlieker te Sliedrechten voorzien van Kromhout- en later DAF-motoren. In de jaren 1990 werden ze vervangen door modernere vastmaakboten. De Roeiersvlet RVE 1 is in gebruik genomen in 1976 (1961??) en heeft gevaren tot 1996. Het was één van de laatste gestandaardiseerde stevenboten van de RVE. De Roeiersvlet "RVE 1" als erfgoed De RVE 1 is in 1996 verworven door een voorloper van Het Havenmuseum. Het museum gebruikt het scheepje voor het verplaatsen van museumschepen en andere werkzaamheden in de Leuvehaven.










