
Coaster 'Zeemeeuw'
Historische context: Kustvaart De Nederlandse kustvaart (of kleine handelsvaart) vindt zijn oorsprong in de 17e eeuw, toen binnenschippers het vervoer van turf van de Veenkoloniën naar de stad Groningen ter hand namen. In de loop van de tijd breidden ze hun vaargebied uit tot Holland, Noord-West Duitsland en Denemarken. Hiertoe werd uit een bestaand scheepstype een nieuw schip ontwikkeld, de zeetjalk. In de 18e eeuw groeide de turfvaart uit tot meer algemene handelsvaart. Vanaf 1870 werden de schepen steeds meer van ijzer en staal gebouwd, terwijl naast de zeetjalk ook klippers en schoeners in de vaart kwamen. Het type: de Coaster In de loop van de jaren 1920 werd de kustvaart onder andere door de komst van de verbrandingsmotor sterk gemoderniseerd. Vanuit de 'luxemotor' (een type binnenvaartschip) werd een moderne kustvaarder schip ontwikkeld, de 'motorcoaster', de geheel gemotoriseerde kustvaarder. Deze toen zeer moderne schepen konden met hun handige bouw en geringe diepgang naar havens tot diep in het achterland varen. Voorsprong Nederland kreeg een flinke voorsprong op de buitenlandse concurrentie en onze kustvaart kwam tot grote bloei. De vloot kustvaarders vormde een belangrijke schakel tussen het achterland en de kustgebieden van de omringende landen, zoals Duitsland en Groot-Brittannië, maar ze kwamen ook in Spanje en Portugal. Ruggengraat Na de Tweede Wereldoorlog groeit de Nederlandse kustvaart explosief; begin jaren 1960 zijn er zo'n 900 Nederlandse coasters in de vaart. De meestal grijs geschilderde schepen kregen de bijnaam 'little grey devils' en vormden tot ver in de tweede helft van de 20e eeuw de ruggengraat van de Europese kustvaart. Short Sea Shipping Nederlandse motorcoasters nemen nog steeds een belangrijke deel van het goederenvervoer tussen diverse Europese havens voor hun rekening, al dekt de term 'kustvaart' tegenwoordig de lading niet meer. Ook hier heeft de schaalvergroting toegeslagen en onder de noemer 'Short Sea Shipping' worden ook steeds verder weg gelegen havens aangedaan. Groningen Kustvaart bleef ook in de lange tijd vooral een Groningse activiteit. Van de 350 kustvaarders die eind jaren 1930 in ons land actief waren, kwamen er 250 uit Groningen. Het was en is vooral een zaak van kapitein-eigenaars, rederijen kwamen er nauwelijks aan te pas. Groningse werven speelden een belangrijke rol in de bouw van motorcoasters. Toen in de naoorlogse jaren de behoefte aan coasters explosief groeide, konden de Groningse werven de vraag overigens niet meer aan en weken Nederlandse schippers noodgedwongen uit naar nabijgelegen Duitse werven. Het object: De coaster "Zeemeeuw" De coaster Zeemeeuw is nog van voor die tijd. Ze werd in 1937 in opdracht voor kapitein-eigenaar K. Westers te Groningen gebouwd op de werf van de Nieuwe Noord-Nederlandse Scheepsbouwmaatschappij. Dit was één van de talloze kleinere, maar succesvolle werven in het noorden van ons land, die in de jaren 1920 en '30 een flinke bijdrage aan de bloei van de Nederlandse kustvaart leverden. Het schip is een typische exponent van de moderne motorcoaster, zoals die in die tijd in en rond Groningen gebouwd werd. Gemoderniseerd In 1941 werd het schip door de Duitsers gevorderd. Van 1945 tot 1950 voer het schip voor de Nederlandse regering. Nadat het nog diverse malen is doorverkocht, kwam het via de rederij Vinke & Co in 1956 in handen van D. & D.T. Snoodijk, die het schip hebben gemoderniseerd. In 1969 werd het naar Duitsland verkocht en kreeg het een nieuwe naam: Lota. Daar heeft het tot 1997 gevaren in het Duitse Waddengebied. Het object als erfgoed In 1997 werd de Zeemeeuw verworven door 'Het Havenmuseum', nu het Maritiem Museum Rotterdam. Het schip wordt teruggebracht in de staat van eind jaren 1950.












