
lijndienstbus
Historische context De T-Ford-bussen 1 t/m13 maakten deel uit van het materieel van de Geldersche Stoomtramweg Maatschappij (GStM) - opgericht in 1880 - te Doetinchem, die in 1881 als eerste de lijn Doetinchem - Dieren aanlegt. Nadien volgen verlengingen naar Terborg, Velp en Arnhem. Op de verbinding naar Arnhem introduceert GStM motortrams, omdat de gemeente Arnhem geen stoomtrams in het centrum duldt. In de jaren twintig van de vorige eeuw ontstaat een groot aantal particuliere busbedrijven. Vooral gebruikmakend van overtollige, betaalbare legervoertuigen die van een busopbouw worden voorzien, gaan zij lijndiensten onderhouden. Deze verbindingen vormen al snel geduchte concurrentie voor de interlokale tramverbindingen van de vaak al veel langer bestaande (stoom)tramwegmaatschappijen. Immers, de bus is veel flexibeler bij een gewenste of noodzakelijke aanpassing van de route en de exploitatiekosten liggen veel lager dan die van een tramverbinding. Waar de tram qua aanschaf en (baan)onderhoud erg kostbaar is, heeft de bus het voordeel van een lagere aanschafprijs en lagere onderhouds- en exploitatiekosten (geen onderhoud van een eigen railinfrastructuur). De bestaande tramwegmaatschappijen zien zich gedwongen de bakens te verzetten, wat inhoudt dat zij veelal de minst rendabele tramverbindingen afstoten of deze vervangen door een busverbinding, om zo de concurrenten met eigen middelen te bestrijden. Zo gaat ook GStM in 1923 autobusverbindingen beginnen. Daarvoor zet het de dan zeer populaire T-Ford in, waarvan naast een personenwagenversie ook een vrachtwagenvariant - o.a. uitgerust met zwaardere bladveren - bestaat. (Deze variant heeft bij de GStM/GTW gereden.) Als geen tien jaar later - gedurende de crisisjaren - GStm de samenwerking met andere trambedrijven uit de regio aangaat en vanaf 1934 verder gaat onder de naam Geldersche Tramwegen (GTW), is de autobus al niet meer weg te denken. De afbouw van het tramnet is slechts een kwestie van tijd. De autobus is een volwassen vervoermiddel geworden: inmiddels opgebouwd op een speciaal ontwikkeld chassis, voorzien van een veel moderner vormgegeven carrosserie biedt hij aanmerkelijk meer comfort dan voorheen. Niet alleen lijndienstvervoer, ook tourritten en meerdaagse tochten neemt de autobus nu voor zijn rekening, waarmee voor steeds grotere groepen uit de samenleving het reizen naar verder weggelegen gebieden tot de mogelijkheden behoort. Ontwikkelingen waarbij de kleine, trage en oncomfortabele bussen uit de beginjaren volstrekt onbruikbaar zijn geworden. Ze verdwijnen naar de sloper of rekken hun leven nog enkele jaren als vrachtauto. Het object De herkomst van autobus 1 is niet goed te traceren. Zo is het onduidelijk of het voertuig oorspronkelijk een vrachtauto is geweest, of dat hij ooit als autobus in dienst is gesteld en op latere leeftijd tot vrachtwagen is verbouwd. Zeker is wel dat de bus in 1940 bij een Arnhemse firma (Wijnands en Willemsen) in zonweringen in dienst is. Tot 1946 of 1947 rijdt het voertuig daar, waarna de GTW hem aankoopt om carrosseriebouwer Verheul de T-Ford van een autobuscarrosserie te laten voorzien. Hiermee wil de GTW de herinnering levend houden aan de eigen historie, die op autobusgebied begin jaren twintig start met de aanschaf van 13 exemplaren - afgezien van een aantal exemplaren als vrachtauto - van de beroemde T-Ford. De jubileumviering van 1951 zal uiteraard mede aanleiding zijn geweest om weer over een historische T-Ford autobus te willen beschikken. De huidige Ford Motor Company uit Detroit - nog steeds een familiebedrijf - wordt opgericht in 1903, waarbij Henry Ford samen met een mede-investeerder de grootste aandeelhouder is. Henry Ford is vanaf 1906 president van het bedrijf. Na enkele eerder verschenen modellen introduceert Ford in 1908 het model T. Gedurende het eerste volledige productiejaar (1909) produceert Ford al 18.000 stuks. Vanaf 1913 lopen de T-Fords van de lopende band, wat de totale productietijd terugbrengt van 12½ uur naar 2 uur en 40 minuten (uiteindelijk zelfs naar 1 uur en 33 minuten). Dat jaar lopen er meer dan 202.000 exemplaren van de band, in 1920 meer dan een miljoen. Het leidt tot een sterk dalende kostprijs, waardoor Ford de auto voor een veel lagere prijs kan aanbieden, waarmee het bedrijf zijn concurrentiepositie enorm versterkt. Vanwege de grote vraag naar de Ford-automobielen komen er nieuwe vestigingen in o.a. Canada, Ierland, Engeland, Frankrijk en Duitsland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog levert Ford onder meer ambulances op basis van de T-Ford aan de geallieerden. Om aan de vraag van de markt te voldoen brengt Ford in 1917 een zwaardere variant voor vrachtauto's en autobussen, de TT. In 1927 eindigt de productie. Op dat moment zijn er meer dan 15 miljoen stuks gebouwd. De betekenis van het type is niet gemakkelijk te overschatten. Vanwege zijn lage prijs was de auto in de USA al snel betaalbaar voor 'de gewone man'. In Europa bleef de auto voorbehouden aan de meer welgestelden. Bedrijven schaften de T-Ford massaal aan, voor vervoer van goederen of voor personenvervoer. Het type GStM schaft de T-Ford - de eerste autobussen die het in dienst stelt - in 1923 aan; dertien (serie 1-13) ervan worden uitgevoerd als autobus en vijf (serie 21-25) als vrachtwagen. In 1924 volgen nog drie vrachtwagens. De autobussen krijgen een carrosserie van Met te Alkmaar, Rosier uit Werkendam en Gunsing te Dieren. De aantallen geleverd door Met en Rosier zijn niet bekend, Gunsing levert het laatste exemplaar. De carrosserie doet nog sterk denken aan een ouderwetse koets, zoals de vele wagenmakers die nog tot in de beginjaren van de 20e eeuw fabriceren. Door snelle ontwikkelingen op het gebied van techniek en vormgeving zijn de T-Fords al aan het begin van de jaren dertig achterhaalde voertuigen. Daar komt bij dat de bussen niet echt voldoen, o.a. vanwege hun beperkte capaciteit. De GTW dankt de wagens in de periode 1925-1931 af. Ze worden verkocht aan andere vervoersbedrijven en enkele exemplaren bouwt de GTW om tot vrachtauto. Het object als erfgoed In 1946 of 1947 koopt de GTW van het Arnhemse bedrijf Firma Wijnands-Willemsen (zonweringen) een T-Ford vrachtauto aan met de bedoeling deze van een autobuscarrosserie te voorzien, om zo over een historisch voertuig te beschikken. (Daarbij zou het zelfs kunnen zijn dat de GTW een van zijn vele jaren eerder afgevoerde T-Fords terugkoopt.) De GTW laat carrosseriebouwer Verheul te Waddinxveen van een opbouw voorzien overeenkomstig de T-Fords uit de jaren twintig. Opmerkelijk is dat de directie van de GTW min of meer verhult - ook naar het eigen personeel toe - dat het feitelijk om een replica gaat. Hoe dan ook is de T-Ford gewild als museumautobus en door GTW en zijn verschillende opvolgers veelvuldig ingezet. In 2002 gaat de bus over naar de Stichting HSA. Deel uitmakend van de HSA-collectie ondergaat de T-Ford in 2005 een motorrevisie. In 2012 krijgt de bus een schilderbeurt, zodat hij nog immer een pronkstuk is waarmee van tijd tot tijd ritten tijdens bijzondere gebeurtenissen worden verzorgd. Van GTW zijn nog drie andere bussen bewaard gebleven: 1.






.jpg&w=1920&q=75)

