Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Streekbus

Streekbus

Culturele biografieHistorische context De beschreven historische context geeft een goed beeld van de omstandigheden waarbinnen de GTW 119 werd geëxploiteerd en duidt als bijzonderheid de inzet van conductrices door de Gelderse Tramwegen. De GTW was in haar trambedrijf gewend met conductrices te werken en zette dat later op de bus voort om de halteringstijden te bekorten. Onder druk van de concurrentie door - vaak kleine - particuliere ondernemers, zochten trambedrijven hun toevlucht tot modernisering van de tram door middel van dieselmotorwagens. Daarnaast schaften trambedrijven zoals de GTW ook zelf bussen aan. ► Type De GTW 119 is, zoals alle GTW-bussen uit die periode voorzien van een afgescheiden chauffeurscabine. In die cabine, aan de rechterkant, werden post en kranten vervoerd. Bijzonder is de motor: een tweetakt diesel. ►Object De GTW 119 is één van de zeer weinige bewaard gebleven autobussen van vóór 1940. ►Object als erfgoed De GTW 119 heeft sinds 1957 de status van museumbus en is in 1993 overgenomen door SVA. RepresentatiewaardeSchakelwaarde Het object markeert voor met name het openbaar streekvervoer de overgang van de tramexploitatie naar de inzet van bussen.

Kerninformatie

Sector
wegvoertuigen
Type
Dieselbus Autobussen
Functie of soort gebruik
Personenvervoer (streekvervoer)
Techniek voortbeweging
Motor: tweetakt motor Versnellingsbak: handgeschakeld (vier versnellingen) Remsysteem: hydraulisch Capaciteit: 38 zitplaatsen
Periode gebruik
1936 - 1955

Bouwjaar
1936
Fabrikant/Producent/Werf
Chassis: Krupp (Essen, Duitsland) Carrosserie: Verheul (Waddinxveen)
Merk & Model
0 - Licht gestroomlijnde frontstuurbus, met afgescheiden bestuurderscabine en een enkele in-/uitstapdeur (klapdeur). Zitplaatsen op twee rijen dubbele dwarsbanken (boven de achteras in dos-à;-dos opstelling), met een vierpersoonsbank tegen het separatieschot van de cabine en twee éénpersoons bankjes in langsopstelling bij de nooddeur aan de achterzijde. Voorzien van een bagage-imperiaal, met ladder. Kleuren: gele onderzijde en witte bovenzijde en dak; brede zwarte band met daarin de bedrijfsnaam. Volgens de toenmalige GTW-traditie voorzien van een afbeelding en naam van een dier, te weten: "Beer". Achterop een kenmerkende reclametekst voor de PGEM, inclusief het Gelderse wapen (beide zijn thans niet aanwezig).
Bron
NRME

Aanvullende informatie

Historische context In de jaren 1930 ontstond in Gelderland uit de samenwerking van een aantal trambedrijven de "NV Geldersche Tramwegen", toen een van de grootste streekvervoerders van ons land. Ook de Betuwsche Stoomtramweg-Maatschappij (BSM) werd als Betuwsche Tramweg Maatschappij aan de GTW toegevoegd. De sterke opkomst van het autobusvervoer in die periode had ook gevolgen voor de tramwegbedrijven. Vooral in het streekvervoer ondervond de tram steeds meer concurrentie van de bus. Vele particulieren begonnen een busdienst en roomden daarmee het tramvervoer af. De trambedrijven werden gedwongen om zelf ook steeds meer over te gaan op autobussen. Zo ook de GTW, die in de jaren 1935-1940 een grote serie voor die tijd moderne frontstuurbussen (met de motor voorin, naast de chauffeur) aanschafte, ter vervanging van de stoom- en motortramdiensten. De chauffeur zat in een afgescheiden cabine. Een conductrice zorgde voor de kaartverkoop. De GTW was eind jaren twintig een van de eerste vervoerbedrijven, die conductrices in dienst stelde. De komst van deze ongetrouwde jonge vrouwen op de bus deed toen nogal wat stof opwaaien. Tot begin jaren zestig heeft de GTW conductrices in dienst gehad, dit tot grote tevredenheid van het reizende publiek. Het type In totaal werd het wagenpark van de GTW tussen 1935 en 1940 uitgebreid met maar liefst 85, in grote lijnen soortgelijke dieselbussen: de serie 94-178. Deze bussen waren alle gebouwd volgens hetzelfde principe, met de motor voorin en een afgescheiden chauffeurscabine. Hoewel er qua fabrikaat wel verschillen waren tussen diverse deelseries (chassis en motor werden geleverd door Krupp en door Kromhout en de carrosserieën werden gebouwd door zowel Verheul uit Waddinxveen als Werkspoor uit Zuilen/Utrecht) was er zeker voor het reizend publiek sprake van één kenmerkend type GTW-bus, dat tot ver na de Tweede Wereldoorlog beeldbepalend was voor het vervoer in grote delen van Gelderland. Het object De GTW 119 werd oorspronkelijk als nr. 502 voor de BTM gebouwd en kwam in 1936 in dienst, als onderdeel van de serie 501-502 (die al in 1937 werd vernummerd in 118-120). Net als andere GTW-bussen uit die tijd kreeg ook de 119 een naam en een afbeelding, te weten "Beer". Door het tekort aan vloeibare brandstof en andere oorlogsperikelen, werd de "Beer" in de oorlogsjaren niet gebruikt en stond hij opgeslagen in Doetinchem. Als plukbus leverde hij onderdelen om soortgenoten rijvaardig te houden. Dat was waarschijnlijk dan ook zijn redding en de reden dat de bus niet werd gevorderd door de Duitsers. Na de oorlog werd hij weer rijvaardig gemaakt en deed hij dienst tot augustus 1955. Wel was hij inmiddels twee maal vernummerd: in maart 1954 werd het de 656 en een jaar later de 646. Na afvoer werd de bus verkocht aan de firma Vergouwen in het Brabantse St. Willibrord, maar die verkocht hem al snel weer door aan Van Baaren. Daarna kwam de Krupp in 1956 terecht bij een aannemer. Het object als erfgoed In januari 1957 kocht de GTW de bus terug en met museale plannen in het achterhoofd werd de bus gestald in een loods van de GTW in Doetinchem. Daar leidde hij vele jaren een zeer teruggetrokken leven, totdat in 1980 (toen GTW al GSM was geworden) een groep voormalige GTW-medewerkers zich over hem ontfermden. In enkele jaren tijd werd de carrosserie van de bus geheel gerestaureerd en in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Men had deze restauratie zeer goed voorbereid en gedocumenteerd en zodoende werd bijvoorbeeld ook de PGEM-reclametekst uit de jaren dertig, met alles er op en er aan weer aangebracht. Na de voltooiing van de restauratie nam de "Beer" in 1982 afscheid van Gelderland en werd hij geschonken aan het Nederlands Spoorwegmuseum in Utrecht, dat in die tijd de pretentie had uit te groeien tot een openbaar vervoermuseum. Helaas kon men de Krupp geen optimale plek bieden, want jaren vertoefde hij, samen met enkele andere historische bussen onder een afdak, waar weer en wind verder vrij spel hadden. De zo fraai gerestaureerde bus ging zienderogen achteruit en toen de SVA de "Beer" in 1993 kocht van het Spoorwegmuseum, was hij helaas dan ook weer toe aan een nieuwe carrosseriebeurt. Die vond plaats bij het toenmalige CAB in Utrecht en hoewel het Prins Bernhardfonds een financiële bijdrage leverde, was het toch nodig om hier en daar te bezuinigen. Zodoende moest helaas ook worden besloten om de PGEM-reclame (waarvan het aanbrengen erg arbeidsintensief en dus duur zou worden) voorlopig achterwege te laten. "Voorlopig", want het is zeker de bedoeling deze ooit weer aan te brengen! Ook op technisch gebied moest helaas een concessie worden gedaan, toen de oorspronkelijke motor defect raakte en er -ondanks bijzonder intensieve speurtochten- nergens meer onderdelen verkrijgbaar bleken. Omdat de uitdrukkelijke wens bestond de bus in rijdende toestand te bewaren, werd besloten een modernere en daarmee ook meer gangbare in te bouwen. Ook deze is van het fabrikaat Krupp en werkt volgens het tweetaktprincipe. Daarmee blijft het kenmerkende geluid dat deze bussen vroeger maakten ook nu in stand.

Materiaal

Stalen chassis met aparte carrosserie, bestaande uit een metalen framewerk met metalen beplating.


Ontwerper(s)

Chassis: Krupp Carrosserie: Verheul

Ontdek een willekeurig voertuig uit de collectie

Streekbus - Mobiele Collectie Nederland