
Stadsbus
Culturele biografie ► Historische context Vanaf 1949 werd een belangrijk deel van het Arnhemse stadsvervoer uitgevoerd met trolleybussen, ter vervanging van het in de tweede wereldoorlog teloor gegane tramnet. Ofschoon in Arnhem reeds vanaf 1907 over een (gedeeltelijke) exploitatie met trolleybussen werd gesproken, is toepassing hiervan in ons land zeer beperkt gebleven. Dit geeft het object een bijzonder karakter. Bij de discussies over vergelijking van de verschillende vervoersmodaliteiten vormden aanvankelijk economische aspecten de belangrijkste rol, daarna vooral vergunningtechnische en verkeerstechnische motieven, direct na de tweede wereldoorlog (vanwege de totaal verwoeste infrastructuur) opnieuw financiële factoren en meer recent vooral de snelle acceleratie en geringere milieubelasting door lagere geluids- en uitlaatemissies. Als gevolg van de hoge infrastructuurkosten (voeding en bovenleiding) zijn de kosten van trolley-exploitatie sterk afhankelijk van de gemiddelde passeerfrequentie en meestal hoger dan bij dieseltractie. Kosten versus milieuvoordelen zijn derhalve stadspolitiek-getinte issues bij de besluitvorming, die doorgaans breed uitgemeten worden. ► Type De Arnhemse trolleys vertonen gelijkenis met andere stadsbussen voor zwaardere vervoersstromen, geproduceerd door Verheul: 2 bedrijfsdeuren, instap vóór de vooras, grote staanplaatscapaciteit. De eerste serie van 36 trolleybussen, GVA 101 t/m 136, uit 1949/1950 werd in 1955/1956 aangevuld met zeven vrijwel identieke voertuigen, de GVA 137 t/m 143. Deze zeven wagens kregen echter een vervoerscapaciteit van 80 i.p.v. 70 personen (met behoud van de 37 zitplaatsen) en waren voorzien van een wat moderner uiterlijk dan de eerste serie. ► Object Van de eerste serie is alleen de GVA 101 bewaard gebleven, van de tweede alleen de GVA 139. ► Object als erfgoed De GVA 101 was Arnhems eerste trolleybus. Trolleybussen genieten in en om Arnhem een bijzondere status, vanwege hun geruisloosheid en geringe milieubelasting (zeker in het stadscentrum). De wagen is bij de restauratie in de jaren 1982-'84 in zijn vrijwel oorspronkelijke verschijningsvorm geconserveerd. Representatiewaarde ► Schakelwaarde Het object was het eerste voertuig van een voor Arnhem geheel nieuwe ontwikkeling in het stadsvervoer: de trolleybus. Voordien kende in Nederland alleen de stad Groningen, vanaf 1927, één trolleybuslijn. Na de oorlog kwamen er ook trolleybussen op de beide andere (tram-)lijnen in de stad Groningen (tot 1965), in Arnhem (vanaf 1949) en in Nijmegen (van 1952 tot 1969). ► IJkwaarde Trolleybussen zijn doorgaans in de plaats gekomen van trams vanwege hun specifieke eigenschappen: een grote vervoerscapaciteit (relatief veel staanplaatsen), zo goed mogelijke doorstroming van de passagiers met handhaving van de eenmansbediening, eenvoudige doch doelmatige uitrusting, een snelle acceleratie die mogelijk is door elektrische voortstuwing, enigszins flexibel rijspoor en daardoor een geringe belemmering voor het overige verkeer. Dit, samen met het ontbreken van uitlaatemmissie en de geringe geluidsproductie, maakt ze geschikt voor massavervoer in compacte binnensteden. ► Symboolwaarde Alle Arnhemse trolleybussen dragen sinds enkele jaren links en rechts op de kapronding de tekst 'Arnhem Trolleystad' en symboliseren daarmee het 'schone' imago dat Arnhem zich d.m.v. de trolleys wil aanmeten. De eerste series trolleybussen werden besteld en in dienst gesteld in de periode dat trolleybussen niet konden worden aangemerkt als 'motorrijtuigen' in de zin van allerlei wettelijke voorschriften en regelingen. Dit had tot gevolg dat voor de bestelde wagens: -



.jpg&w=1920&q=75)




