
Streekbus
Als mogelijke opvolger van de sinds 1967 in productie zijnde standaard streekbus ontwikkelde Den Oudsten in 1979 enkele prototypen die bekend stonden onder de aanduiding "B7900". Tot een grootschalige productie kwam het echter niet. Voornamelijk vanwege financieringsprobleem omdat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat niet bereid was de meerprijs ten opzichte van de alom aanwezige DAF MB200 standaard streekbus te betalen. Dit betekende dan ook dat die laatstgenoemde streekbus nog tot begin 1988 werd gebouwd en dat de B7900 niet echt in productie kwam. De enige gebruiker was de gemeente Arnhem, die zowel een serie trolleybussen als een serie dieselbussen van het B7900-model aanschafte. De qua model op de B7900 lijkende midibus van het type B79-M380 (een 9-meterversie, met Mercedes-motor) vond als stadsbus nog wel enige toepassing. In totaal werden hiervan 59 exemplaren gebouwd. Na deze mislukte poging, was de standaard streekbus eind jaren tachtig toch echt wel aan vervanging en opvolging toe. Als een soort "tussenbus" ontwikkelde DAF de MB230, die nog alle kenmerken van de inmiddels klassieke MB200-streekbus vertoonde, zoals de grote bandenmaat en de hoge vloer. Wel nieuw was de nu toegepaste luchtvering. Naast de MB230 ontwikkelde DAF ook een nieuwe onderstel, met een achterin geplaatste motor, dat bekend zou worden als de SB220. De twee grootste carrosseriebouwers uit die tijd, Den Oudsten en Hainje (dat in die periode overigens onderdeel werd van het Berkhof-concern) bouwden eerst enkele kleine series prototypen, die al snel gevolgd werden door grotere series. Bij al deze bussen kwam de grote gebogen voorruit terug, die destijds al was toegepast bij de B7900, zij het daar nog in twee gedeelten. Het door Den Oudsten gebouwde model kreeg de aanduiding B88. De B88 werd een succesvolle bus, die tot 1996 in productie bleef en waarvan er ruim 1.200 werden gebouwd. Behalve op het MB230- of SB220-onderstel kon de B88 ook geleverd worden met een onderstel van Volvo (de B10R met motor achterin of de B10M met motor onder de vloer). Naast de normale 12-meter uitvoering werd de B88 ook gebouwd in kortere uitvoering en als gelede bus. Ondanks dit alles kan de B88 niet helemaal beschouwd worden als dé nieuwe standaard streekbus, want Hainje/Berkhof bouwde zijn eigen modellen (al vertoonden die soms wel erg veel gelijkenis met de bussen van Den Oudsten) en ook die waren bij veel bedrijven in trek. De NZH in Haarlem was één van de grootste afnemers van de het type B88 en uiteindelijk zou dit bedrijf 124 B88-bussen in dienst stellen, alle van het chassistype SB220. Eén van de hoofdredenen waarom de NZH hiervoor koos en niet voor de MB230 was de knielinstallatie. De NZH kocht zowel de streekbus- als de stadsbusuitvoering (12 respectievelijk 10 meter lang) en de eerste exemplaren die in dienst kwam waren de dertig streekbussen serie 5100-5129, gebouwd in 1988. Bij de 5100-5126 werd in 1989 het interieur aangepast door het realiseren van een stabalkon. Aanvankelijk had de 5100-serie banken met een grijze stoffen bekleding, maar die bleek erg intensief qua reiniging. In 1990/1991 werd deze dan ook vervangen door grijs skai. De 5128 werd in dienst gesteld vanuit de vestiging Purmerend. Na de komst van de Berkhof-bussen uit de 4600-serie schoof de 5128 in augustus 1992 door naar rayon Leiden. In 1994 werd het streekvervoer in de Leidse regio herverkaveld, waardoor de 5128 op 1 juni 1994 in het wagenpark van Westnederland terecht kwam, dat op haar beurt per 1 november 1994 onderdeel werd van ZWN. In 1999, toen Connexxion ontstond, werd de 5128 weer herenigd met zijn soortgenoten die voor de NZH waren blijven rijden. Eind 2000 verscheen de 5128 in de groene Connexxion-kleuren op de weg. Rond 2003 was de 5128 niet meer nodig in de Leidse regio en in januari 2004 verhuisde hij naar de regio Ridderkerk, waar hij nog tot april van dat jaar dienst deed. Op 2 juli 2004 werd de 5128 ingeruild bij Womy Equipment & Supply te Zevenbergen voor export. Connexxion had met Womy bedongen dat alle SB220-bussen voor export verkocht moesten worden. Daartoe werden de bussen door TSN Boskoop klaargemaakt voor een nieuw bestaan in Georgië. De 5128 ontsprong de exportdans en (via een administratieve transactie via AM Buses in het Belgische Overpelt, waardoor de bus toch was 'geëxporteerd') verkocht aan Thijssen Tours in het Limburgse Geulle. Op voorwaarde dat de groene Connexxion-huisstijl zou plaatsmaken voor een andere outfit. De 5128 kwam bij Thijssen Tours in dienst onder nr. 14 en werd beplakt als reclamebus voor luchtvaartmaatschappij V-Bird. Later werd de bus omgenummerd in nr. 307. Via handelaar ZN-Reizen uit Susteren kwam de 5128 in maart 2010 terecht bij een particulier uit Sint-Odiliënberg voor het vervoer van landarbeiders naar aspergevelden. In 2015 ondernam het Haags Bus Museum een poging om één van de allerlaatste nog originele Den Oudsten B88's te bemachtigen. Na een ruil met de voormalige HTM 131, afkomstig van Vreugde Tours, mocht de 5128 de aspergevelden verruilen voor een bestaan als museumbus in de Hofstad. Op 21 november 2015 werd de 5128, tegelijkertijd met een boek over de Den Oudsten B88, gepresenteerd als nieuwe aanwinst van het Haags Bus Museum. De 5128 dicht daarmee het gat tussen de WN/ZWN 3882 en de Connexxion 2497 en moet de herinnering levend houden aan het streekvervoer in de Duin- en Bollenstreek zoals het in de jaren negentig was. Mede met de opbrengsten van genoemd boek zal worden getracht de bus zo spoedig mogelijk weer in de originele NZH-uitvoering te brengen.




.jpg&w=1920&q=75)



.jpg&w=1920&q=75)



