Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Streekbus

Streekbus

Culturele biografieHistorische context Tegen het einde van de zeventiger jaren was de standaard streekbus, een concept dat sinds 1967 werd gebouwd in een veelheid aan uitvoeringen, feitelijk aan vervanging toe. Door de CAOV (Commissie Autobussen Openbaar Vervoer), bestaande uit stads- en streekvervoer in samenwerking met de industrie (DAF, Den Oudsten en Hainje) werd een opvolger onder de codenaam B79 ('bouwjaar 1979'), ontwikkeld. Daarvan werden enkele prototypes gebouwd en in de bedrijven beproefd. Dit model kon echter wegens de veel hogere productiekosten dan van de bestaande bus, geen genade vinden in de ogen van de rijksoverheid, die voor de financieringskosten zou moeten opdraaien. Zowel Den Oudsten als Hainje ontwierpen op het daarvoor ontwikkelde DAF-chassis SB 220 een aangepaste carrosserie. Den Oudsten noemde dat het model 'B 88'. Dit model kon ook gebouwd worden op het Volvo-chassis B10R, eveneens met achterin geplaatste motor, waardoor tevens een lage vloer mogelijk werd. Wilde men een 'middenmotor' - met een hogere vloer als consequentie - dan waren er alternatieven met de DAF MB 230 of de Volvo B10M. Beide merken met een B88-carrosserie (voor Nederland ruim 1200 in totaal) zijn tot 1996 gebouwd met een lengte van 12 m of 10 m, of als gelede bus. De enige B88-bussen die in Nederland geleverd werden aan niet aan Verenigd Streekvervoer Nederland gelieerde bedrijven waren gelede wagens voor Utrecht en Amsterdam. De B88 werd opgevolgd door de Den Oudsten Alliance, Die bleek een meer 'gelikte' naam en model te hebben. Aangezien door andere busfabrikanten van de B88 afwijkende modellen in de handel werden gebracht, betekende dat in feite het einde van het standaardisatietijdperk. ► Type De VSL 0-535 bestaat uit een DAF SB 220 chassis met een liggende hekmotor, dus achteronder, met een 12 m lange, zgn. B88-carrosserie. De wagen heeft luchtvering die is voorzien van een knielinrichting om het in-/uitstappen te vergemakkelijken. Vóór de brede middendeur zijn dos-à;-dos zitplaatsen aangebracht. In het achterste deel ligt de vloer hoger. Met de gebogen voorruit van het B79-model, maar dan zonder middenstijl, oogt de wagen veel moderner dan de voorgaande streekvervoerstandaardbus. De bus heeft een automatische versnellingsbak. ► Object De in 1990 aan VSL afgeleverde autobus 0-535 deed dienst in het Zuid-Limburgse streekvervoer en werd na de samenvoeging van VSL en Zuidooster per 1 januari 1995 in het wagenpark van Hermes opgenomen. De wagen reed voortaan onder het oorspronkelijke VSN-wagenparknummer 5348. ► Object als erfgoed Na de buitendienststelling kwam de wagen in het bezit van de SVA en werd bij de opknapbeurt teruggebracht in de uitmonstering zoals die oorspronkelijk was bij de aflevering aan VSL. RepresentatiewaardeSchakelwaarde De VSL 0-535 met een B88-carrosserie vormt, samen met de wagens die voorzien zijn van een middenmotor, een schakel in de reeks Leyland-A-road - standaard streekbus - B79 - B88 - Alliance. Bovendien markeert de VSL 0-535 de introductie van achterin geplaatste motoren bij grotere aantallen streekbussen. ► IJkwaarde Het object heeft enige ijkwaarde omdat in de periode 1988 tot 1995 in totaal op DAF SB 220 chassis (naast een klein aantal gelede wagens) 475 B88-bussen voor Nederlandse bedrijven zijn gefabriceerd, waarvan 447 met een lengte van 12 m. ► Symboolwaarde Niet van toepassing Zeldzaamheid Voor zover bekend, zijn geen andere wagens van dit type en deze uitvoering behouden gebleven. Waarschijnlijk is dit ook de enige overgebleven autobus die herinneringen kan oproepen aan het streekvervoerbedrijf VSL. Staat van het object Het object verkeert in een goede conditie en is rijvaardig. Ensemblewaarde Niet van toepassing. Presentatiepotentieel Is vrij groot, mede door de toestand waarin het object verkeert (2010). Cultuurhistorische waarde Het object VSL 0-535 geeft een goede indruk van het materieel dat bij een deel van de bedrijven de opvolger was van het standaardstreekbusmodel dat van 1967 tot 1988 werd gefabriceerd. Het type B88 werd echter uitsluitend door Den Oudsten gebouwd en dat slechts gedurende enkele jaren. Van enige standaardisatie binnen de bedrijfstak was toen geen sprake meer. Het feit, dat dit object één van de weinige overgebleven exemplaren van de meer dan 1200 wagens van dit model is, leidt tot de status A.

Kerninformatie

Sector
wegvoertuigen
Type
Dieselbus Autobussen
Functie of soort gebruik
Personenvervoer (streekvervoer)
Techniek voortbeweging
Motor: 6-cylinder dieselmotor (219 pk) Versnellingsbak: volautomatisch Remsysteem: luchtdruk Capaciteit: 41 zitplaatsen
Periode gebruik
1990 - 2007

Bouwjaar
1990
Fabrikant/Producent/Werf
Chassis: DAF (Eindhoven) Carrosserie: Den Oudsten (Woerden)
Merk & Model
DAF - Grote streekbus met achterin geplaatste motor, enkele instapdeur voor de vooras en dubbele uitstapdeur in het midden, voor de achteras. Carrosserie met hoekige en strakke vormen, met gebogen voorruit en met geplakte ruiten, volgens het toenmalige nieuwe standaard streekbusmodel van Den Oudsten. Zitplaatsen op twee rijen dubbele banken; boven de voorste wielkast in dos-à;-dos opstelling.. Kleuren: geel met groene en blauwe baan aan de onderzijde en met VSL-logo in groen.
Bron
NRME

Aanvullende informatie

Als mogelijke opvolger van de sinds 1967 in productie zijnde standaard streekbus ontwikkelde Den Oudsten in 1979 enkele prototypen die bekend stonden onder de aanduiding "B7900". Tot een grootschalige productie kwam het echter niet. Voornamelijk vanwege financieringsprobleem omdat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat niet bereid was de meerprijs ten opzichte van de alom aanwezige DAF MB200 standaard streekbus te betalen. Dit betekende dan ook dat die laatstgenoemde streekbus nog tot begin 1988 werd gebouwd en dat de B7900 niet echt in productie kwam. De enige gebruiker was de gemeente Arnhem, die zowel een serie trolleybussen als een serie dieselbussen van het B7900-model aanschafte. Na deze mislukte poging, was de standaard streekbus eind jaren tachtig toch echt wel aan vervanging en opvolging toe. Als een soort "tussenbus" ontwikkelde DAF de MB230, die nog alle kenmerken van de inmiddels klassieke MB200-streekbus vertoonde, zoals de grote bandenmaat en de hoge vloer. Wel nieuw was de nu toegepaste luchtvering. Naast de MB230 ontwikkelde DAF ook een nieuwe onderstel, met een achterin geplaatste motor, dat bekend zou worden als de SB220. De twee grootste carrosseriebouwers uit die tijd, Den Oudsten en Hainje (dat in die periode overigens onderdeel werd van het Berkhof-concern) bouwden eerst enkele kleine series prototypen, die als snel gevolgd werden door grotere series. Bij al deze bussen kwam de grote gebogen voorruit terug, die destijds al was toegepast bij de B7900, zij het daar nog in twee gedeelten. Het door Den Oudsten gebouwde model kreeg de aanduiding B88. De B88 werd een succesvolle bus, die tot 1996 in productie bleef en waarvan er ruim 1.200 werden gebouwd. Behalve op het MB230- of SB220-onderstel kon de B88 ook geleverd worden met een onderstel van Volvo (de B10R met motor achterin of de B10M met motor onder de vloer). Naast de normale 12-meter uitvoering werd de B88 ook gebouwd in kortere uitvoering en als gelede bus. Ondanks dit alles kan de B88 niet helemaal beschouwd worden als dé nieuwe standaard streekbus, want Hainje/Berkhof bouwde zijn eigen modellen (al vertoonden die soms wel erg veel gelijkenis met de bussen van Den Oudsten) en ook die waren bij veel bedrijven in trek. Eén van de eerste door Den Oudsten als B88 opgebouwde DAF SB220's, kwam in 1988 in dienst bij de VSL, het Verenigd Streekvervoer Limburg. Dit bedrijf was in 1978 ontstaan door de fusie van de LTM en de NAO (die daartoe eerder de EBAD in Beek (L) en de Vadah in Echt had overgenomen) en werd in de jaren daarna verder uitgebreid door de overname van alle andere streekvervoerders in Limburg. Die genoemde eerste B88 had binnen de centrale landelijke nummering van de streekvervoerbedrijven het wagenparknummer 5050, maar de VSL hanteerde een eigen nummersysteem en daarin was het de 8-501. De 8 stond daarbij voor het laatste cijfer van het bouwjaar: 1988. Dit systeem, waarbij uit het wagenparknummer meteen het bouwjaar blijkt, was een erfenis van de LTM. Na de eerste B88 nam de VSL in de jaren 1988-1992 in totaal nog 63 exemplaren van dit type in dienst. VSL was destijds zelf al het product van vele fusies, maar 1 januari 1995 werd het bedrijf onderdeel van een nog groter geheel. Per genoemde datum gingen VSL uit Heerlen en Zuidooster uit Gennep namelijk samen verder als Hermes, met als vestigingsplaats Weert. Ook de B88's kregen een nieuwe Hermes-uitvoering en draaiden nog jarenlang hun rondjes in het Limburgse land. Uiteindelijk zou één ervan uitverkoren worden om de status van museumbus te krijgen. Die eer viel te beurt aan de 0-535 (ook bekend als de 5348) uit 1990, die in 2007 onderdeel werd van de collectie van de SVA. Al vrij snel werd de Hermes-uitmonstering vervangen door die van de VSL, zodat deze B88 zich nu weer kan tonen in de uitvoering waarin hij destijds in dienst kwam.

Materiaal

Semi-zelfdragende (meedragende) carrosserie op een licht onderstel; metalen framewerk met polyester beplating.


Ontwerper(s)

Chassis: DAF Carrosserie: Den Oudsten

Ontdek een willekeurig voertuig uit de collectie

Streekbus - Mobiele Collectie Nederland