.jpg&w=1920&q=75)
Streekbus
De GADO: De geschiedenis van het busbedrijf GADO gaat terug tot 1924, toen het bedrijf aanvankelijk een lokale busdienst binnen de gemeente Groningen opende (Groote Markt-De Hoogte vv). Door gemeentelijke strubbelingen opende de GADO later een autobusdienst tussen Groningen, Hoogezand, Sappemeer en Noordbroek. De eigenaar was de heer v.d. Ploeg. In later jaren opende de GADO meer streekbuslijnen in de provincie en halverwege de jaren dertig werd het bedrijf verkocht aan de ATO in Utrecht, waardoor het een dochteronderneming van de Nederlandsche Spoorwegen werd. Er volgde een periode van overnames van kleine(re) streekvervoerbedrijfjes. Hoewel het hoofdkantoor was verplaatst van Hoogezand naar Utrecht (ten kantore van de ATO), werd na afloop van de Tweede Wereldoorlog het hoofdkantoor van de GADO weer gevestigd in Hoogezand. Door de overnames van diverse bedrijfjes ontstonden er stallingen door de gehele provincie Groningen heen. In 1954 nam de GADO de NV Marnedienst te Zoutkamp over; dit bedrijf werd op 1 september 1967 volledig in de GADO opgenomen. Andere belangrijke overnames volgden op 1 oktober 1970, toen de DAM in Appingedam werd overgenomen. Als laatste bedrijf volgde de integratie van de GDS te Haren in de GADO op 12 oktober 1975. Het type: Voortbordurend op eerdere ontwerpen, bouwde Verheul in 1967 een type bus dat kan worden beschouwd als de oervorm van de moderne gestandaardiseerde streekbus, zoals deze vele tientallen jaren het beeld bij het Nederlandse streekvervoer bepaalde. Het betrof de befaamde 1000-serie, waarvan destijds de eerste exemplaren werden geleverd aan de NZH. De strakke carrosserie, grotendeels van polyester beplating voorzien, vertoonde trekken van eerdere Verheul-bussen en ook de motor was een oude bekende: de bewezen succesvolle Leyland O.680 motor van ca. 165 pk. Toch was, met gebruikmaking van hetgeen was verkregen uit langdurige onderzoeken en proefnemingen, een moderne, aantrekkelijke en rationele bus ontstaan. Van dit type werden in de loop der tijd grote aantallen gebouwd; aanvankelijk vooral met Leyland-componenten en later op basis van een DAF-onderstel. Na het verdwijnen van Verheul was het met name Den Oudsten die zeer grote series standaardbussen bouwde, voor vrijwel alle streekvervoerbedrijven. Jarenlang was dan ook de DAF MB200 met een carrosserie van Den Oudsten dé streekbus in Nederland. Met behoud van het oorspronkelijke basisontwerp werden in de loop der tijd ook allerlei varianten gemaakt: korte bussen voor de stadsdienst, bussen in toeruitvoering, gelede bussen, etc. Bovendien evolueerde het uiterlijk, bijvoorbeeld door de toepassing van grotere ruiten, andere koplampen en een gewijzigd front en ook doordat gebruik werd gemaakt van nieuwe technieken, zoals geplakte ramen. Toch was dit niet meer dan het voortborduren op het oorspronkelijke ontwerp en altijd bleef het betreffende voertuig onmiddellijk herkenbaar als "standaardbus". De GADO was een grote Leyland-gebruiker, in 1971 stroomden de eerste LOB's serie 2109-2117 in en in de jaren er na werden tot en met 1977 steevast series LOB's en LOK's (de korte variant van de 12-meter streekbus) in dienst gesteld. In 1978 kwamen de eerste 17 DAF's MB200-lijnbussen in dienst, genummerd in de 8000 serie, samen met drie semitoerbussen, eveneens op DAF MB200-chassis, genummerd in de 6600-serie. De DAF's dienden ter vervanging van sterk verouderde streekbussen, waarvan sommigen nog uit de bouwjaren 1959 en 1960! Nadien had Leyland duidelijk "afgedaan" en werd het wagenpark gestandaardiseerd op DAF MB200, zowel in de 12-meter variant alsmede een tweetal series van drie stuks in de 10-metervariant. Het object: De GADO 8616 kwam in mei 1980 in dienst en behoorde tot de subserie 8613-8645. In de jaren negentig werd deze wagen, zoals zoveel streekbussen, gespoten in een iets donkere streekgele kleur. De bus werd op 4 juli 1994 verkocht/ingeruild bij Den Oudsten in Woerden. De wagen dook in 1997 op bij C.W. Ringelberg in Rotterdam als groepsvervoerbus. Een jaar later werd de wagen verkocht aan de DARVI in Bergen-op-Zoom, waar de bus ook voor groepsvervoer werd gebruikt. In september 2001 werd de bus ingeruild bij Bus & Coach Trade te Zaltbommel, vanwaar hij diezelfde maand verhuisde naar het toenmalige Noordelijk Bus Museum nu Nationaal Bus Museum te Hoogezand. In 2016/2017 onderging de 8616 bij het NBM een grote revisiebeurt.
.jpg&w=828&q=75)





.jpg&w=1920&q=75)





