
Streekbus
Culturele biografie ► Historische context De VAD 3931 verenigt drie bijzonderheden in zich. In de eerste plaats was hij de laatste van een gedurende 21 jaar gebouwde familie van 'standaard streekbussen'. Verheul ontwierp in de jaren '60 van de twintigste eeuw een nieuwe generatie zelfdragende streekbussen waarvan de serieproductie in 1967 begon. In de beginperiode werd uitsluitend gebruik gemaakt van Leyland-componenten, die onder een licht Verheul-frame waren gemonteerd. De typeaanduiding was LVB-668 (=Leyland-Verheul-Bus met een wielbasis van 6.00 m en een 0-680-motor). Kort erna kreeg ook Den Oudsten opdracht vrijwel dezelfde autobussen, eveneens met Leyland-componenten, te leveren. Dit werd het type LOB. Omdat sprake was van een modulaire opbouw, ontstonden gemakkelijk varianten als stadsbussen (typen LVS en LOS) en wagens met een lengte van ca. 10 m (type LOK). Daarnaast werden ook bussen - meestal met verhoogde opbouw en aan weerszijden een schuine raamstijl - als semi-toer-of full-toerwagens uitgerust. Het concept was, ofschoon door de Vereniging van Streekvervoerondernemingen (ESO) uitverkoren als dè standaard streekbus en qua uiterlijk zéér herkenbaar, op de markt vrij verkrijgbaar. DAF had, als alternatief, inmiddels een vrijwel identiek chassis, de DAF MB200, ontwikkeld, dat de eerste jaren was voorzien van dezelfde Leyland-0-680-motor. Een brand legde eind 1970 de "Leyland Motor Corporation NV (v/h Auto-industrie Verheul)" volledig in de as. Het bedrijf werd niet herbouwd. De lopende opdrachten werden uitgevoerd door Domburg en Den Oudsten. Enkele jaren later verdween Leyland van de markt, werd DAF de belangrijkste chassisleverancier en Den Oudsten de belangrijkste carrossier. Voor enkele kleinere series paste men Volvo- of Mercedes-Benz-chassis, bijna alle eveneens met underfloormotor, toe of geschiedde de busopbouw door Hainje, Van Hool, Domburg, Van Rooyen of Jonckheere. Vanaf begin tachtiger jaren kwamen er ook gelede bussen volgens hetzelfde concept. Het oorspronkelijke model is, met latere alternatieven of modificaties (zoals verlaagde middenfries, langere vooroverbouw, zonwerend glas, geplakte ruiten, geknikte stuurkolom, vol-automatische versnellingsbak en in gelede uitvoering) geleverd tot 1988. Nieuw geleverd van 1967 tot 1988 betekent dat de gebruiksperiode van dit zeer herkenbare bustype zich uitstrekte tot ca. 2005, dus bijna gedurende veertig jaren. Daarmee was dit model in Nederland beeldbepalend voor het streekvervoer en voor bijna alle ca. 40 steden, waar een streekvervoerbedrijf het stadsvervoer verzorgde. Het concept werd ook geleverd aan ondernemers in Israel, België en Frankrijk. In totaal zijn meer dan 5500 exemplaren van dit model standaardstreekbus gebouwd, waarvan ruim 1700 op basis van Leyland en meer dan 3500 op DAF-onderbouw. Bijna 7 % kwam van Verheul en ruim 84 % werd door Den Oudsten afgeleverd. Eerst in 1988 kwam er met de VAD 3931 een einde aan de bouw van dit succesvolle type. De tweede bijzonderheid is dat de serie 3924 - 3931 met een bijzonder doel werd gebouwd. De VAD had een zeer omvangrijk busvervoer verzorgd van Lelystad en Almere naar Amsterdam vv., maar dit werd in 1987 vanaf Almere overgenomen door het eerste deel van de Flevo(spoor)lijn. Een jaar later werd die lijn doorgetrokken naar Lelystad, dat gedurende bijna 25 jaar het eindpunt zou blijven. En daarna niet verlengd naar Emmeloord, maar naar Zwolle. De VAD zag mogelijkheden voor een sneldienst Emmeloord - Lelystad in aansluiting op de trein en wilde deze dienst een enigszins bijzonder aanzien geven. Daartoe kregen de bussen stoelen met stoffen bekleding en werden zij (derde bijzonderheid) voorzien van vogelnamen. De 3931 kreeg de naam 'Lepelaar'. Het was in die jaren niet gebruikelijk dat bussen namen kregen, al hadden enkele bedrijven dat eerder wel gedaan, zoals de RTM en de GTW. ► Type De VAD 3931 is van het type grote streekbus met (brede) enkele instap voor de vooras, dubbele uitstap ongeveer in het midden en motor onder de vloer. De kop wijkt enigszins af van de gebruikelijke streekvervoerkop. Van boven is het de normale kop van een standaard streekbus, maar van onderen heeft hij de zogenaamde 'KLM kop'. Voor de komst van de Schiphollijn bezat de KLM haar eigen busbedrijf. Zij wenste dat haar bussen er enigszins anders zouden uitzien dan gewone streekbussen en dit leidde tot de bouw van bussen op basis van het gangbare streekbusmodel, maar met een afwijkende kop. Deze kop werd in vakkringen 'KLM kop' genoemd. ► Object De VAD 3931 werd in februari 1988 gebouwd en deed eerst dienst op de lijnen 155 en 156 die Almere met het Gooi verbonden. In mei ging de nieuwe dienstregeling in en kwam de wagen te rijden op de lijn Emmeloord - Lelystad. ► Object als erfgoed Bij het aflopen van zijn werkzame leven werd ingezien dat de 3931 als laatst gebouwde standaard streekbus een bijzondere bus was. De VAD was in 1994 opgegaan in Midnet, dat op zijn beurt in 1999 opging in Connexxion. Dit bedrijf schonk de 3931 aan de SVA waarmee van de standaard streekbussen zowel een prototype (de NZH 1000) als de laatste (VAD 3931) bewaard is gebleven. Tussen deze bussen zit een periode van 21 jaar. Representatiewaarde ► Schakelwaarde Als laatste van de serie MB 200 heeft de 3931 een duidelijke schakelwaarde, de serie had opgevolgd moeten worden door de B7900-bus. Het ministerie van V&W vond deze bus echter te duur waardoor de opvolger het model B 88 van Den Oudsten werd, op een DAF chassis van het type MB 230. ► IJkwaarde Als laatste van zijn serie heeft de 3931 geen ijkwaarde. ► Symboolwaarde De 3931 is niet verbonden aan een persoon of gebeurtenis, er is geen symboolwaarde . Zeldzaamheid Als vertegenwoordiger van de standaard streekbussen is de 3931 niet zeldzaam, wel als afsluiting van een succesvolle, beeldbepalende en gedurende lange jaren gebouwde serie: hij was de allerlaatste en neemt daarmee een unieke plaats in. Staat van het object Het object bevindt zich in een presentabele staat en is in principe rijvaardig. Wel worden momenteel (2011) wat onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Ensemblewaarde Niet van toepassing. Presentatiepotentieel De bus 3931 heeft geen bijzonder presentatiepotentieel. Er zijn voldoende standaard streekbussen overgebleven en ook van de VAD bestaan er nog diverse wagens. Cultuurhistorische waarde De cultuurhistorische waarde van de VAD 3931 is groot. Hij is de laatste van een grote, beeldbepalende en succesvolle serie. Hij laat zien hoe een goed ontwerp gedurende vele jaren met de ontwikkelingen mee kan evolueren. Zelfs zowel de chassisbouwer als de carrossier zijn niet meer dezelfde als van de eerste bus van de serie. Maar hij is nog duidelijk een vertegenwoordiger van de toenmalige standaard streekbus.





.jpg&w=1920&q=75)


.jpg&w=1920&q=75)



