
Stadsbus
De serie was uitgevoerd in de vierde verschijningsvorm met een DKDL-motor, grotere motorluiken, een dikkere rand om de grille, grotere letters DAF op het front als DAF-embleem, lagere doorgetrokken ruiten en in het interieur een geheel vlakke vloer. De serie was bij aflevering/indienststelling voorzien van een stempelautomaat bij deur 1, een mobilofoon-installatie en dakclignoteurs. De bussen zijn na de nulinspectie eerst nog naar de RET in Rotterdam geweest, waar zij in de buswerkplaats Kleiweg rondom de motor werden voorzien van isolatie-materiaal, wat het geluidsniveau 5 decibel moest reduceren. Per 20-05-1974 ging de 110 ter bate van aardgasproeven naar TNO te Delft. Van eind april t/m begin mei 1975 stond de bus op de Vervoersexpo "75 in Parijs (Frankrijk), waar de bus representatief was op de TNO-stand over het gebruik van vloeibare gassen. Op 27-02-1976 kwam de 110 na een verblijf van bijna twee jaar bij TNO terug uit Delft en werd aan de pers gepresenteerd. De bus werd bij TNO voorzien van een LPG-installatie(Liquefied Petroleum Gas). Bij de ombouw kreeg de bus een herkeuring met als plaatsindeling 32-55 en 9300 kg als ledig gewicht. Na de perspresentatie ging de bus nog enkele weken terug naar Delft en werd vervolgens in Garage West buiten dienst gesteld. Na de aanbouw van een LPG-pompinstallatie kwam de 110 op 12-09-1976 als gasbus in dienst op lijn 18. In 1979-1980 werd de serie voorzien van een windvanger bij het chauffeursraam. Op 07-03-1981 reed gasbus 110, tezamen met zijn grote gelede broer 247, bij het GVB te Groningen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het GVBG. De bus was voorzien van plakkaten met de tekst "75 jaar GVB" en reed daar met de 247 en enkele MUSA-museumbussen in een pendeldienst. De tekstplakkaten werden na terugkeer pas in de loop van de week verwijderd. Op 14-05-1981 ging de 110 naar het DMB(Diesel Motoren Bedrijf) in Leeuwarden en werd hier ontdaan van LPG-installatie, die overgezet zou gaan worden in bus 167 uit de serie 150-169. De 110 werd terug verbouwd tot dieselbus en kwam aansluitend weer in dienst. In de eerste helft van 1981 werd de serie bij het carrosseriebedrijf van der Veer in de Westhaven voorzien van VeTag-apparatuur en het nieuwe mobilofoonsysteem met code-control-box. In 1983 kregen de bussen 102 en 104-110 een kuipstoel-achterbank uit één stuk(derde model). In 1984-1985 werden de stempelautomaten verwijderd, vanwege de herinvoering van het gesloten instapregime. Begin maart 1985 werd de 110 verhuurd aan de Luchthaven Schiphol, half maart gevolgd door de 109. Begin juni 1985 kwam de 109 terug en ging de 105 half juni naar Schiphol. Begin juli 1985 kwamen tenslotte de 105 en de 110 terug van hun verhuur-uitje. In de tweede week van juli 1985 ging de 110 voor één week nogmaals naar Schiphol. Eind maart 1987 werd de 110 de CW-Garage West binnen genomen, waarbij in de schilderswerkplaats de bus werd omgeschilderd tot thema-bus ter bate van de gecombineerde NS-dagtocht 67 (NINT-Museum + EMA-museumtramlijn). Op 04-04-1987 werd hij officieel in dienst gesteld. De bus werd omgeschilderd in een halve GVB-oude blauwe bus uitvoering en een halve thema-kleuren-bus. Het thema-idee toonde het inwendige van de bus, tw. de banken en achterop de motor, en vertegenwoordigde het NINT (Nationaal Instituut voor Nijverheid en Technologie). Het blauwe deel vertegenwoordigde de oude museumtrams. De bus kwam in dienst op een pendeldienst tussen het NINT en de EMA. Verder reed hij met name spitsvervoer op lijn 44/47 ten tijde van het niet rijden van de museumtramlijn. De dagtocht werd geen succes en keerde in 1988 niet meer terug in het NS-pakket. Op 01-11-1987 werd de 110 buiten dienst gesteld en in 1988 als info-bus verkocht naar de Stichting MUSA te Amsterdam, waar de wagen de plaats overnam van informatiebus 357, die aansluitend via het GVB werd afgevoerd naar de sloper. Overname door Stichting Standaard Streekbus op 25-03-2013










.jpg&w=1920&q=75)

