
Stadsbus
In de jaren ’60 van de vorige eeuw begon Rotterdam te groeien, arbeiders moesten gehuisvest worden maar het centrum en belendende wijken liepen vol. Het dorpje Hoogvliet had nog veel ruimte, dat werd benut om sociale woningbouw te gaan neerzetten. Het Stoomtrammetje van de RTM was bij lange na niet toereikend in het voorzien van woon-/werkverkeer tussen de gemeentes. Daarop werd besloten tot de bouw van een serie 28 wagens om twee buslijnen tussen de satelliet gemeente en Rotterdam Centrum in het leven te roepen. Het oorspronkelijke idee van de vreemde deurindeling van de bus was om passagiers zonder abonnement via de eerste deur een kaartje te laten kopen bij de chauffeur en de tweede instapdeur was voor abonnementhouders. In de praktijk werkte dit niet en al snel werd de tweede deur een uitstapdeur. De bediening van deze deur werd gekoppeld aan de achterste uitstapdeur waardoor die dus met één knop bij de chauffeur tegelijk kon worden geopend en gesloten. Over het interieur is ook nagedacht. Het moest een bus zijn waar maximaal gebruik werd gemaakt van de ruimte om passagiers over de route te vervoeren. Daar het een lange route was werd gekozen voor veel zitplaatsen. Deze zijn in 2/3 van de bus in 2x2-opstelling geplaatst, in het stadsvervoer een niet gebruikelijke opstelling daar dit nogal opstoppingen in het in-/uitstappend verkeer oplevert, dat is mede een rede dat de plaatsing van de deuren werd gewijzigd. Het is een bus-serie waarin toenmalige innovaties werden gebruikt om reizigers in grotere getalen te verplaatsen












