
Stadsbus
Culturele biografie ► Historische context In de jaren na de tweede wereldoorlog waren veel autobussen ingestroomd. In uitvoering variërend van 'zich behelpen met voorhanden zijnd materiaal en onderdelen' tot volwaardige fabrieksproducten. Deze waren na een gebruikstijd van 10 à; 15 jaren aan vervanging toe. In de grote steden was er bovendien sprake van stadsuitbreidingen die ontsloten moesten worden en waren er plannen om de exploitatie van minder drukke tramlijnen om te zetten in busbediening. Inmiddels was er positieve ervaring opgedaan met een nieuwer bustype: een trambus met instap vóór de vooras, aparte uitstapdeur en horizontale motor onder de vloer tussen de voor- en achteras. Een en ander leidde ertoe dat zowel GVB-Amsterdam als HTM-Den Haag grote aantallen van deze nieuwe bussen bestelden. Doordat de ontwikkelingen anders verliepen dan verondersteld, ontstonden er bij beide bedrijven overschotten aan nieuw materieel. Uiteindelijk slaagden deze bedrijven er in om het teveel aan de RET-Rotterdam, uit te lenen resp. te verkopen. Een tweetal wagens, w.o. de HTM 327/RET 612, is na 8 jaar nog doorverkocht aan Vliegveld Zestienhoven. ► Type Het type TBZ100 met de hierboven genoemde hoofdeigenschappen is ontwikkeld door de oorspronkelijk chassis- en motorleverancier Kromhout en de carrosseriefabrikant Verheul. Uiteraard geschiedde dit in overleg met de grote stadsvervoerbedrijven. Er werd gekozen voor een zelfdragende constructie, waarbij chassisframe en carrosserie een stijf geheel vormden. De bediening kon vereenvoudigd worden door een half- of geheel automatische versnellingsbak. ►Object Opmerkelijk is dat het object wel de aanduiding HTM 327 heeft gekregen, maar nooit bij de HTM in gebruik is geweest. Bij de overgang naar Rotterdam werd de wagen in de RET-kleuren geschilderd en kreeg de bus het RET-nummer 612. De laatste jaren van zijn actieve leven verrichtte de bus platformdiensten op vliegveld Zestienhoven. ►Object als erfgoed De oprichting van het Haags Busmuseum (HBM) viel in 1979 samen met de aankoop van dit object dat direct weer in de oorspronkelijke HTM-uitmonstering werd teruggebracht. De carrosserie van de inmiddels 30 jaar oude wagen is in 1988/89 gerestaureerd. Representatiewaarde ► Schakelwaarde Het object heeft nauwelijks schakelwaarde, omdat het concept van zowel het mechanisch deel als van de opbouw reeds gemeengoed geworden was. Underfloor-motoren waren er eerder ook bij constructies van o.a. Büssing, Leyland, Guy en Fiat.







.jpg&w=1920&q=75)




