Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Stadsbus

Stadsbus

Culturele biografieHistorische context Rond 1960 werd het tijd de generatie bussen van direct na de oorlog te vervangen. Daartoe deed de RET een order voor 57 bussen uitgaan naar Verheul. Omdat dit bedrijf niet voldoende capaciteit bezat werden er 10 door Hainje en 30 door Werkspoor (in opdracht van Verheul) gebouwd. De 754 is een door Werkspoor gebouwde bus. ► Type De RET 754 is van het type 'grote stadsbus' met de motor onder de vloer en de (enkele) instap voor de vooras. Met 35 zit- en 60 staanplaatsen waren het destijds de (solo-) wagens met de grootste vervoerscapaciteit. Voor de RET waren de meedragende carrosserie, de stuurbekrachtiging en de automatische versnellingsbak vrij nieuw. Door de laatste twee onderdelen bevielen de bussen goed. De carrosserie is door Werkspoor ongeveer gelijktijdig gebouwd met de bekende 'bolramers', al waren ze wat afwijkend van model en eigenschappen en bezaten ze de karakteristieke gebogen vooruit niet. De door Hainje en Werkspoor gebouwde bussen waren praktisch identiek, de 17 door Verheul gebouwde bussen hadden een ander voorkomen. ► Object Het object heeft aanvankelijk dienst gedaan op de langere lijnen naar Hoogvliet, Pernis en Heyplaat, later op vrijwel alle lijnen. ► Object als erfgoed De RET 754 was in 1974 nog een van de twee laatst overgebleven exemplaren van zijn serie en werd door particulieren verworven als museumbus en ingebracht in de SVA. RepresentatiewaardeSchakelwaarde Het object heeft in technisch opzicht voor de RET een vrij hoge schakelwaarde door zijn meedragende carrosserie, zijn (vol-)automatische versnellingsbak en zijn stuurbekrachtiging. De eerste zelfdragende bus werd op de RAI-tentoonstelling in 1948 door Verheul en Kromhout gepresenteerd. Bij een zelfdragende constructie is geen apart chassis meer aanwezig maar zijn assen, motor en allerlei mechanische units bevestigd aan de constructie van de carrosserie. Bij een semi-zelfdragende of meedragende carrosserie wordt een deel van de benodigde sterkte geleverd door de carrosserieconstructie, de rest door het chassisframe, dat daardoor lichter kan zijn dan wanneer het chassis alle krachten moet kunnen opnemen. De instap vóór de vooras was al eerder in de Rotterdamse bussen ingevoerd. ► IJkwaarde De bus maakt deel uit van een serie van 57 stuks en ook in de andere grote steden reden overeenkomstige bussen. Daarvan zijn er meerdere overgebleven. Die delen met hun allen de ijkwaarde. ► Symboolwaarde De RET 754 is niet verbonden aan een bepaalde gebeurtenis of persoon, hij heeft dan ook geen symboolwaarde. Zeldzaamheid Het object is als enig overgeblevene van zijn serie van 57 stuks zeldzaam. Er bestaan nog meer bussen van het concept 'grote stadsbus' van rond 1960 (lengte 11 of 12 m., instap voor de vooras, uitstap in het midden en/of achteraan), maar niet van de combinatie Kromhout chassis en Werkspoor carrosserie. Staat van het object De RET 754 is keurig gerestaureerd en rijvaardig. Ensemblewaarde Niet van toepassing. Presentatiepotentieel Het presentatiepotentieel van de RET 754 schuilt voornamelijk in het dragen van de vroegere, enigszins bruingele kleur van de RET, in Rotterdam "RET-geel" genoemd. De bus ziet er nog niet bejaard uit, al is hij 50 jaar oud. Cultuurhistorische waarde De cultuurhistorische waarde van de RET 754 ligt vooral op het technische vlak en doordat hij deel uitmaakt van een grote serie en daarmee beeldbepalend is geweest voor het Rotterdamse stadsvervoer in de zestiger- en begin zeventiger jaren.

Kerninformatie

Sector
wegvoertuigen
Type
Dieselbus Autobussen
Functie of soort gebruik
Personenvervoer (stadsvervoer)
Techniek voortbeweging
Motor: 6-cylinder ondervloer dieselmotor (140 pk) Versnellingsbak: automatisch (2 versnellingen plus overdrive) Remsysteem: luchtdruk Capaciteit: 35 zitplaatsen
Periode gebruik
1961 - 1974

Bouwjaar
1961
Fabrikant/Producent/Werf
Chassis: Verheul (Waddinxveen) Motor: Kromhout (Amsterdam) Carrosserie: Werkspoor (Zuilen/Utrecht)
Merk & Model
Grote stadsbus met horizontale motor in het midden onder de vloer, instap voor de vooras en (dubbele) middenuitstap. Carrosserie met enigszins ronde vormen, grotendeels volgens een toenmalig standaardmodel van Werkspoor, maar met een hoekige voorruitconstructie in een "V-vorm". Zitplaatsen op een rij enkele banken aan de linker- en een rij dubbele banken aan de rechterzijde. Boven de voor- en achteras in dos-à;-dos opstelling. Kleuren: okergele onderzijde, grijs/zwarte raampartij en wit dak (volgens de toenmalige RET-huisstijl). Ronde rode RET-logo op zijkanten en achterzijde.
Bron
NRME

Aanvullende informatie

Nadat de Rotterdamse RET vanaf 1947 verschillende series Saurer-bussen in dienst had genomen, ging het bedrijf eind jaren vijftig over op een ander merk: Kromhout. Na een eerste serie van twaalf Kromhouts in 1957, kwam in de jaren 1960/1961 een grote serie van 57 exemplaren in dienst. Al deze wagens waren van het door Verheul in 1959 ontwikkelde type VB10. Dit was semi-zelfdragende (oftewel "meedragende") bus waarbij dankzij de integrale bouwwijze volstaan kon worden met een relatief eenvoudig en licht framewerk als onderstel, in plaats van een klassiek en zwaar chassis. De krachtbron voor de RET-bussen was een Kromhout "underfloor" motor: een liggende motor, geplaatst onder de wagenvloer, tussen de voor- en de achteras. De carrosserieën van deze 57 bussen werden door drie bedrijven gebouwd. Verheul zelf nam er zeventien voor zijn rekening, die werden gebouwd volgens haar toenmalige standaardmodel. Omdat de capaciteit van Verheul beperkt was, werden de veertig resterende bussen door andere bedrijven opgebouwd (overigens nog steeds officieel als "Verheul VB10's"). Hainje in Heerenveen bouwde er tien en de overige dertig bussen, waaronder de 754, kregen een opbouw van Werkspoor uit Utrecht (Zuilen). De door Hainje en Werkspoor opgebouwde VB10's zagen er qua model nagenoeg hetzelfde uit en deze carrosserievorm was in grote lijnen identiek aan die van de door Werkspoor in grote getale en voor veel bedrijven gebouwde streekbus van het type "bolramer". Zij het dat de bolle voorruit was vervangen door een hoekiger constructie, bestaande uit in totaal vijf ruiten en met een grote uit één stuk bestaande voorruit, in een soort V-vorm. Ook omdat de bussen met een automatische versnellingsbak en met stuurbekrachtiging waren uitgerust, voldeden zij prima als stadsbus. Aanvankelijk werden ze, zoals dat meestal met de nieuwere bussen het geval was, ingezet op de lange "buitenlijnen" van de RET, naar Hoogvliet, Pernis en Heyplaat. Later waren ze op alle RET-buslijnen te vinden. Door de instroom van grote series DAF-standaardstadsbussen was het op en gegeven moment gedaan met de "Kromhouts" (zoals dit bustype in Rotterdam meestal werd genoemd) gedaan. In 1974 resteerden er bij RET nog slechts twee exemplaren uit deze grote serie van oorspronkelijk dus 57 stuks: de 754 en 764. Beide bussen waren in verband met de toenmalige oliecrisis nog wat langer in dienst gebleven. Bus 754 was technisch de beste van de twee (de 764 stond met motorschade buiten dienst) en werd in 1974 door een groepje particulieren overgenomen en ingebracht in de SVA. Uiteraard met als doel de wagen als museumbus te bewaren. Heel veel werk is er in de loop der tijd aan deze bus verzet, op allerlei gebied. Eerst gebeurde dat geheel in eigen beheer. Later, toen de bus onder de hoede kwam van de SVA-werkgroep Rotterdam, heeft ook de RET veel bijgedragen aan de instandhouding van deze thans keurig gerestaureerde vertegenwoordiger van het Kromhout-tijdperk bij de RET.

Materiaal

Semi-zelfdragende (meedragende) carrosserie op een licht onderstel; metalen framewerk met metalen beplating.


Ontwerper(s)

Chassis: Verheul Motor: Kromhout Carrosserie: Werkspoor

Ontdek een willekeurig voertuig uit de collectie

Stadsbus - Mobiele Collectie Nederland