
Stadsbus
Op 22 Februari 1955 machtigden B&W het vervoerbedrijf GEVU tot aanschaf van 15 zogenaamde "Worldmaster" bussen van het merk Leyland, ter vervanging van de nog resterende Ford "trambussen" alsmede voor de uitbreiding van het wagenpark die noodzakelijk was door de vergroting van het lijnennet. Op 23 mei 1955 werd de carrosseriebouw voor deze bussen opgedragen aan Verheul uit Waddinxveen. Deze wagens, die plaats boden aan 34 zittende en 46 staande reizigers kregen de wagenparknummers 26 tot en met 40 en waren door hun grote capaciteit voornamelijk bedoeld voor de inzet op lijn 3 en als aanvulling op de lijnen 2 en 4. Tussen 22 maart 1956 en 4 oktober 1956 kwamen deze bussen in dienst bij het GEVU. De GEVU 27 is na een lange staat van dienst in Utrecht, nog zo'n tien jaar in dienst geweest als "safaribus" op De Beekse Bergen. Toen de BAMU (Bedrijfs Auto Museum Utrecht) de voormalige GEVU 27 en de 31 terughaalde uit het safaripark, was eigenlijk de 31 bedoeld als museumbus. De 27 was echter in betere staat, zodat werd besloten deze bus te behouden en de 31 als onderdelenbus te gebruiken. De 27 werd in zijn originele staat teruggebracht en volledig gerestaureerd. Nadat de BAMU werd opgeheven werd de 27 als enige museumbus bewaard door het GVU, die de bus in 2001 met de hulp van vrijwilligers nogmaals restaureerde tot de staat waarin hij nu nog verkeert. Na het verdwijnen van het GVU vonden de bij de bus betrokken vrijwilligers dat de 27 goed bewaard moest blijven, ook omdat het de enige rijdende bus van dit type in Nederland is. Bij gebrek aan eigen middelen werd aanvankelijk samengewerkt met een bevriende stichting (de Stichting BRAM uit Amsterdam) met de bedoeling om als eigen afdeling (Utrecht) door te gaan met de bus. Na een samenwerking van drie jaar is een eigen stichting opgericht, de Stichting GEVU Museumbus, met als doel de bus zo goed mogelijk te onderhouden en te bewaren en meer bussen aan te schaffen teneinde de geschiedenis van het GEVU (later GVU) zo goed mogelijk te bewaren. En om daarmee aan iedereen te kunnen laten zien hoe het openbaar vervoer er vroeger uit zag.












