
Streekbus
Culturele biografie ► Historische context Geografisch geïsoleerd liggende gebieden hebben altijd de behoefte gehad dit isolement te doorbreken. Meestal lag het initiatief bij het betreffende gebied, soms elders. De Waddeneilanden zijn duidelijke voorbeelden van geïsoleerd liggende gebieden en in 1907 werd de TESO opgericht, Texels Eigen Stoomboot Onderneming, om het isolement te doorbreken. Deze onderneming onderhield én onderhoudt nog steeds- de verbinding vanaf Oudeschild op Texel met Den Helder. Daarmee had het eiland als geheel wel een verbinding met het vasteland, maar het eiland is te groot om het zonder interne verbindingen te kunnen doen. In het begin van de vorige eeuw is er zelfs een plan gemaakt voor stoomtramverbindingen op het eiland, maar daar kwam het toch niet van. Vanaf 1942 vulde de TESO het hiaat in door busdiensten in te leggen naar de veerhaven. Waarmee uiteraard ook interne verbindingen konden werden gelegd. Overigens werd de veerhaven later verplaatst naar de zuidpunt van Texel waardoor de vaartijd aanmerkelijk kon worden bekort, maar de gemiddelde reisafstand op het eiland toenam. In de jaren '60 van de vorige eeuw werd het steeds moeilijker om de financiële kant van busdiensten sluitend te krijgen en het Rijk moest steeds vaker bijspringen. Dat ging gepaard met het stellen van voorwaarden en één daarvan was dat geen menging met andere bedrijfsactiviteiten plaats vond. Daarom werd het busbedrijf in 1971 afgesplitst van de TESO en ging onder de naam 'Autobus Onderneming Texel' verder. Er werd nu aan de financiële voorwaarden voldaan, maar er was een andere merkwaardigheid geboren. Gebruikelijk was dat plattelands-busdiensten op kleinere of grotere schaal verbindingen verzorgden van kleinere gemeenten naar één of meerdere grote plaatsen. Dat wordt met 'streekvervoer' aangeduid. De AOT functioneerde als een streekvervoerbedrijf maar bleef wel binnen één gemeente (Texel). Voor zover bekend heeft nooit een fijnproever van wettelijke regelingen de handschoen opgenomen om te bezien of dit wel helemaal klopte en de AOT is tot het eind als streekvervoerbedrijf behandeld. Het Rijk was in die jaren voorstander van schaalvergroting in het streekvervoer en in 1989 werd de AOT door de NZH overgenomen om daar in 1990 geheel in op te gaan. ► Type Het object heeft een chassis van het type DAF TB160DF470 en een carrosserie van de Belgische firma Jonckheere. De motor ligt voorin en de instap bevindt zich voor de vooras. De bediening van de reizigers door de chauffeur gebeurt dus over de motorkap heen. De uitstapdeur bevindt zich ongeveer in het midden van het voertuig. De versnellingsbak wordt met de hand geschakeld, iets wat in het openbaar vervoer uit de tijd begon te raken. De bus heeft met 33 zitplaatsen een tamelijk beperkte capaciteit. ► Object Het object is bij het ontstaan van de AOT besteld en kreeg het nummer 722. Daaruit mag men niet afleiden dat de AOT ooit, tegelijk of na elkaar, 722 bussen heeft bezeten. Het bedrijf had de gewoonte het bouwjaar aan het nummer mee te geven: de 722 is de tweede bus van het bouwjaar 1972. De LTM (Limburgsche Tramweg Maatschappij) deed iets dergelijks: 3-xxx was een bus van het bouwjaar 1963 of 1973. ► Object als erfgoed Het object heeft nog kort dienst gedaan bij de NZH, maar was toen al op ver gevorderde leeftijd. De NZH zag het belang in van het bewaren van een (of meerdere) AOT-bus(sen) in en bood de 721 en 722 ter bewaring aan. Zo kwam de 722 bij de SVA terecht en de 721 bij een particulier in Schagen, waar hij zich nog steeds bevindt. Representatiewaarde ► Schakelwaarde Het object heeft weinig schakelwaarde, zij het dat het tot de laatste bussen behoort voor het openbaar vervoer die nog met de hand werden geschakeld. ► IJkwaarde De AOT 722 heeft geen positie ingenomen die hem tot waardevol referentiekader maken om de waarde van andere bussen aan af te meten. ► Symboolwaarde De AOT 722 is niet met een bepaalde gebeurtenis of persoon verbonden en heeft daarom geen symboolwaarde. Zeldzaamheid Als combinatie van een DAF chassis met een Jonckheere carrosserie is de bus zeldzaam. Staat van het object Het object is niet rijvaardig en behoeft groot onderhoud (stand 2011). Ensemblewaarde Niet van toepassing. Presentatiepotentieel Het presentatiepotentieel is niet bijzonder hoog: de gemiddelde passant zal weinig bijzonders opvallen. Op Texel is het presentatiepotentieel wel hoog. Cultuurhistorische waarde De AOT 722 is een van de betrekkelijk vele autobussen die de tijd van de kleine(re) autobusondernemingen representeren. Met hun allen vertegenwoordigen zij een duidelijke waarde, maar voor ieder op zich is die waarde niet bijzonder groot. De handgeschakelde versnellingsbak bevond zich (bij het openbaar vervoer) in zijn nadagen, tegenwoordig zou dit fenomeen ondenkbaar zijn.





.jpg&w=1920&q=75)






