
Streekbus
Voortbordurend op eerdere ontwerpen, bouwde Verheul in 1967 een type bus dat kan worden beschouwd als de oervorm van de moderne gestandaardiseerde streekbus, zoals deze vele tientallen jaren het beeld bij het Nederlandse streekvervoer bepaalde. Het betrof de befaamde 1000-serie, waarvan destijds de eerste exemplaren werden geleverd aan de NZH. De strakke carrosserie, grotendeels van polyester beplating voorzien, vertoonde trekken van eerdere Verheul-bussen en ook de motor was een oude bekende: de bewezen succesvolle Leyland O.680 motor van ca. 165 pk. Toch was, met gebruikmaking van hetgeen was verkregen uit langdurige onderzoeken en proefnemingen, een moderne, aantrekkelijke en rationele bus ontstaan. Van dit type werden in de loop der tijd grote aantallen gebouwd; aanvankelijk vooral met Leyland-componten en later op basis van een DAF-onderstel. Na het verdwijnen van Verheul was het met name Den Oudsten die zeer grote series standaardbussen bouwde, voor vrijwel alle streekvervoerbedrijven. Jarenlang was dan ook de DAF MB200 met een carrosserie van Den Oudsten dé streekbus in Nederland. Met behoud van het oorspronkelijke basisontwerp werden in de loop der tijd ook allerlei varianten gemaakt: korte bussen voor de stadsdienst, bussen in toeruitvoering, gelede bussen, etc. Bovendien evolueerde het uiterlijk, bijvoorbeeld door de toepassing van grotere ruiten, andere koplampen en een gewijzigd front en ook doordat gebruik werd gemaakt van nieuwe technieken, zoals geplakte ramen. Toch was dit niet meer dan het voortborduren op het oorspronkelijke ontwerp en altijd bleef het betreffende voertuig onmiddellijk herkenbaar als "standaardbus". Zoals al vermeld kwamen de eerste exemplaren van de nieuwe Leyland standaardbussen in dienst bij streekvervoerder NZH in Haarlem. Van deze nieuwe serie ontving de NZH de wagens 1000 -1062. Al deze bussen werden meteen in de toen nieuwe en later zo bekende gele kleur werden afgeleverd en men gaf ze dan ook de bijnaam "Gele Rijders". De bussen werden verdeeld over de garages Haarlem, Leiden en Voorburg, om dienst te gaan doen op de diverse streekbuslijnen vanuit alle NZH-districten. Ze vervingen daarbij vooral de Leyland "bolramers" uit de serie 4100. Met de komst van de 1000-serie zette de NZH de traditie voort van een bedrijf dat geheel gestandaardiseerd was op het merk Leyland. In dit Leyland-bolwerk verschenen de eerste scheuren toen begin jaren zeventig de eerste DAF-standaardbussen in dienst kwamen (zoal de ook als museumbus bewaard gebleven NZH-bus 6915). Het waren de voorlopers van grote series DAF/Den Oudsten bij de NZH. Autobus 1000 was dus (afgezien van enkele prototypen) de eerste bus van de nieuwe series standaardstreekbussen en kan dan ook worden beschouwd als de "oervader" van een type autobus dat decennialang het straatbeeld in Nederland heeft bepaald. Het was dan ook om deze reden dat de bus zijn leven kon bij de NZH rekken. Toen de seriegenoten al waren afgevoerd bleef de 1000 nog in gebruik als leswagen. Bij de NZH zijn vele chauffeurs hun loopbaan dan ook gestart met les op leswagen 1000! In 1996 werd de bus officieel overgedragen aan het NZH-Bedrijfsmuseum, dat toen nog gevestigd was op de NZH-locatie aan de Leidsevaart in Haarlem. Inmiddels heet dit museum NZH Vervoer Museum en autobus 1000 is daar één van de topstukken in de collectie.












