
Streekbus
De geschiedenis van het busbedrijf Citosa gaat terug tot 1928, toen Jelle Kok, samen met C.F. Middelkoop, de lijndienst van Zoetermeer naar Den Haag overnam van ondernemer J. van Bergen Henegouw. De naam van het bedrijf werd Cito, in 1933 gewijzigd in (de NV) Citos en nog later in Citosa. In 1939 kwam een deel van de aandelen in handen van de WSM, een dochterbedrijf van de NS en in 1942 werd de Citosa een volledige "spoordochter". Door overnames van diverse bedrijven en lijnen groeide de Citosa uit tot een middelgroot streekvervoerbedrijf, dat opereerde in het gebied tussen (globaal) Den Haag, Leiden, Woerden en Rotterdam, met uitlopers naar Utrecht en Oudewater. Behalve lijndiensten verzorgde de Citosa ook toervervoer. Hiervoor had zij diverse semitoerbussen in dienst. Dit type bus kon behalve voor het toerwerk ook worden ingezet op de lijndienst, bijvoorbeeld in de winterperiode of tijdens de spitsuren. In de jaren 1957-1961 bouwde Verheul een grote serie eendeurs semitoerbussen voor de diverse NS-dochterondernemingen. Hiervan kwamen drie exemplaren terecht bij de Citosa: in 1958 de 4229 en 4230, die in 1961 nog werden gevolgd door eenling 4282. Terwijl de Citosa-lijndienstwagens waren uitgevoerd in de standaard groen/witte-uitvoering, kwam de 4282 in dienst in de toenmalige toerkleur van Citosa: okergeel ("mosterdgeel" )met wit. De eerste jaren werd de bus onder de vlag van CEBUTO vooral ingezet op het toeristenvervoer naar Italië. Vanaf 1965 kwam voor de 4282 een einde aan dit grote toewerk en werd hij vooral ingezet voor de lijndienst op de rustigere lijnen. Dit vanwege het aanwezig zijn van slechts één dienstdeur. Na de fusie van Citosa met de WSM, die per 1 januari 1969 leidde tot de oprichting van Westnederland, is de 4282 jarenlang gehuisvest geweest in garage Loosduinen. De bus werd pas midden jaren zeventig in de streekgele uitvoering gebracht en kreeg hierbij, als kenmerk voor tourwagen, een bruine onderbeplating. Op het eind van zijn carrière werd de 4282 vanuit de voormalige thuisbasis Boskoop alleen nog maar gebruikt voor het aflossen van chauffeurs op de lijn. In 1980 ging de 4282 buiten dienst en in plaats van de geplande overdracht aan het Haags Bus Museum nam een aantal Boskoopse WN-chauffeurs de bus toen onder hun hoede. In 1982/83 volgde revisie in de WN-vestiging Loosduinen, waarbij de bus werd voorzien van de groene Citosa-kleuren die de wagen oorspronkelijk echter nooit heeft gedragen. Na een aantal jaren bleek dat de 4282 toch beter op haar plaats was bij een museumorganisatie en op 6 april 1992 kon de 4282 worden overgenomen van Westnederland en toegevoegd aan de collectie van het HBM. In het voorjaar van 1994 ging de bus in revisie, die een jaar later kon worden afgerond. De imperiaals (het kenmerk van de serie 4200) werden weer aangebracht, de onderste ruiten van de voordeuren dichtgemaakt en de bus kreeg de juiste kleurstelling: okergeel met een wit dak. In 2001 werd de motor gereviseerd en ook het interieur werd aangepakt. De 4282 is door de gemeente Den Haag aangewezen als roerend monument.












