Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Stadsbus

Stadsbus

Culturele biografieHistorische context Tien jaar na de oorlog beschikte het GEVU over een redelijk adequaat bussenpark dat onder andere uit Ford trambussen bestond. Het werd langzamerhand echter tijd het bussenpark te vervangen door nieuwe exemplaren. Bedrijven, die stadsdiensten exploiteerden in steden met een nauwe binnenstad zochten naar een goed wendbare bus met bescheiden afmetingen. ►Type De firma Verheul had een eigentijds ontwerp vervaardigd voor een bescheiden stadsbus (lengte 9,40 m.) die bij uitstek geschikt was voor niet zo grote steden met een nauwe binnenstad. Dit type heeft gereden in Utrecht, Amersfoort, Haarlem, Leiden, Apeldoorn en Harderwijk. Holland Coach was een merk van Verheul waarbij gebruik werd gemaakt van Leyland componenten voor het chassis. ►Object Het object heeft dienst gedaan in Utrecht van 1955 tot 1972 en was met zijn seriegrootte van 50 stuks (toen de grootste serie) beeldbepalend voor het stadsvervoer in Utrecht. Op de drukkere Utrechtse lijnen reden grote bussen. Een bijzonderheid van de serie kleine bussen was dat zij in twee uitvoeringen voorkwamen: met 2 + 1 zitplaatsen in de breedte en met 2 + 2. Dat laatste was het geval met de nrs. 101 tot 105 en 146 tot 150. Deze bussen droegen namen van schilders en zij waren primair bestemd voor stadsrondritten en de inzet op de toeristische lijnen A naar Rhijnauwen en D naar slot Zuylen. Voor zover bekend waren dit de enige stadsbussen in Nederland die namen hebben gedragen. ►Object als erfgoed Het object representeert het stadsvervoer in een aantal historische steden met een nauwe binnenstad, in het bijzonder Utrecht. Er zijn 169 bussen van dit type geweest, zij het met soms kleine onderlinge verschillen. RepresentatiewaardeSchakelwaarde Het type Holland Coach vormt een schakel tussen het tijdperk van vlak na de oorlog en het tijdperk van weloverwogen ontwerpen en keuzemogelijkheden daarna. Het ontwerp was goed doordacht, de bus was wendbaar en technisch vooruitstrevend. Vanzelfsprekend had hij de instap voor de vooras en de motor niet meer voorin (maar onder de vloer). ►IJkwaarde Er zijn 169 min of meer gelijke bussen van dit type geweest en het object is een van de weinige, zo niet het enige exemplaar dat is overgebleven. Wellicht is bij een andere collectiehouder nog een exemplaar aanwezig dat bij de NZH en Nefkens heeft dienstgedaan. De GEVU 134 heeft daarmee ijkwaarde. ►Symboolwaarde Het object heeft geen bijzondere symboolwaarde omdat het dateert uit een tijd dat alles weer min of meer 'normaal' verliep. Zeldzaamheid Het object is zeldzaam, van de Utrechtse uitvoering is er nog één over. Staat van het object Rijvaardig en toonbaar (stand 2009). Ensemblewaarde Niet van toepassing. Presentatiepotentieel Het presentatiepotentieel is vrij hoog doordat de bus duidelijk dateert uit een voorbije periode uit het stadsvervoer. Cultuurhistorische waarde De GEVU 134 heeft een betrekkelijk hoge cultuur-historische waarde, al blijft die beperkt tot het stadsvervoer in een bepaald soort en aantal steden.

Kerninformatie

Sector
wegvoertuigen
Type
Dieselbus Autobussen
Functie of soort gebruik
Personenvervoer (stadsvervoer)
Techniek voortbeweging
Motor: 6-cylinder ondervloer dieselmotor Versnellingsbak: half-automatisch (luchtbediende 4-versnellingsbak met vloeistofkoppeling) Remsysteem: luchtdruk Capaciteit: 27 zitplaatsen
Periode gebruik
1955 - 1972

Bouwjaar
1955
Fabrikant/Producent/Werf
Chassis: Verheul (Waddinxveen) Motor: Leyland (Leyland, Groot-Brittannië) Carrosserie: Verheul (Waddinxveen)
Merk & Model
Middelgrote stadsbus met horizontale motor in het midden onder de vloer, instap voor de vooras en middenuitstap. Carrosserie volgens een toenmalig standaardmodel van Verheul, met karakteristiek geknikte, reflectievrije voorruit. Zitplaatsen op enkele en dubbele banken (boven de wielkasten in dos-à;-dos opstelling), bekleed met rood kunstleer; bagageplateau achter de middendeur. Kleuren: lichtblauwe onderzijde en crème raampartij en dak. Gemeentewapen van Utrecht op de zijkanten en karakteristiek Leyland/Holland Coach-embleem op het front.
Bron
NRME

Aanvullende informatie

Ter vervanging van een grote verscheidenheid aan sinds de Tweede Wereldoorlog voor het Nederlandse openbaar vervoer gebruikte vervoermiddelen, heeft in de jaren 1950 de beschikbaarheid en de toepassing van tussen de assen, onder de vloer geplaatste motoren en van halfautomatische versnellingsbakken doorgezet. Ten opzichte van de tot dan toe gebruikelijke uitvoeringen zijn meest in het oog springende eigenschappen van dit "underfloor"-concept: - Goede wendbaarheid bij efficiënt gebruik van wegoppervlak - Goede benuttingsmogelijkheden van de beschikbare ruimte in het voertuig, zonder obstakels behalve de wielkuipen - Ontworpen voor de toen in zwang komende eenmansbediening - Goede doorstroming van passagiers - Gemakkelijker bediening door chauffeur - Lager gewicht van het voertuig met goede gewichtsverdeling over de assen, onafhankelijk van de bezettingsgraad en daardoor veiliger remkrachtverdeling De bekende busbouwer Verheul ging hierbij nog een stap verder, met de ontwikkeling van een semi-zelfdragende (meedragende) carrosserie op een licht onderstel, met ondervloer-motor en andere mechanische componenten van Leyland. Dit concept leidde tot twee uitvoeringen: de Royal Holland Coach, met een lengte van 11 meter (destijds het wettelijke maximum), een wielbasis van circa 6 meter en vooral bedoeld als streekbus en de Holland Coach, met zijn lengte van 9,4 meter en wielbasis van 4,57 meter met name bedoeld als stadsbus. Voor de Royal Holland Coach gebruikte Verheul Leyland-componenten van het het type Royal Tiger, terwijl het type Tiger Cub leverancier was voor de Holland Coach. Dit Verheul concept bleek succesvol en met de Holland Coach ontstond een moderne, korte en lichte stadsbus, goed wendbaar in binnensteden waar verkeersruimte beperkt is. In het tijdvak 1954-1961 werden in totaal 169 stadsbussen van dit type geleverd. Vijftig aan de GEVU te Utrecht, negentig (waarvan 35 met een gebogen reflectievrije voorruit volgens het Werkspoor-octrooi) aan de NZH voor de stadsdiensten in Haarlem en Leiden, twintig (waarvan tien met achterdeur i.p.v. middendeur) aan de VAD voor de stadsdienst in Apeldoorn en Harderwijk en negen aan de firma Nefkens, die in Amersfoort het stadsvervoer verzorgde. De vijftig Utrechtse Holland Coaches kwamen in 1954/1955 in dienst en vormden samen de serie 101-150. Hiervan waren tien bussen (de 101-105 en de 146-150) ingericht als semi-tourwagens. Zij hadden meer zit- en minder staanplaatsen en werden onder andere gebruikt voor stadsrondritten en voor de bijzondere (toeristische) lijnen, zoals lijn A naar Rhijnauwen en D naar Slot Zuylen. In het kader van de "culturele bewustwording van de burgers" kregen deze tien bussen namen van bekende Utrechtse schilders. De zeer vooruitstrevende Holland Coaches vervingen in Utrecht een allegaartje aan oude stadsbussen, zoals Ford-trambussen en Diamonds en in korte tijd behoorde de stadsdienst in Utrecht dan ook tot de modernste van ons land. Geruime tijd bleef de Holland Coach beeldbepalend voor het stadsvervoer in de Domstad. Toch kwam begin jaren zeventig ook hun einde in zicht. Holland Coach 134 deed tot 1972 dienst in Utrecht, waarna de SVA de bus voor 57 gulden (circa 25 euro) overnam van het GEVU. In de jaren die volgden heeft de 134 heel wat kilometers afgelegd voor de SVA. Zelfs naar Engeland, waar de Holland Coach in 1979 deelnam aan een busrally. Ook zijn er in de loop der tijd heel wat werkzaamheden aan de bus verricht, op allerlei gebied. Zijn oude Utrechtse eigenaar heeft daarbij de SVA op een aantal punten hulp geboden en mede daardoor verkeert de bus thans nog in een redelijke goede staat.

Materiaal

Semi-zelfdragende (meedragende) carrosserie op een licht onderstel; metalen framewerk met aluminium beplating.


Ontwerper(s)

Chassis: Verheul Motor: Leyland Carrosserie: Verheul

Ontdek een willekeurig voertuig uit de collectie

Stadsbus - Mobiele Collectie Nederland