
Streekbus
Culturele biografie ►Historische context Verheul ontwierp een nieuwe generatie zelfdragende streekbussen waarvan de serieproductie in 1967 begon. In de beginperiode werd uitsluitend gebruik gemaakt van Leyland-componenten, die onder een licht Verheul-frame waren gemonteerd. De typeaanduiding was LVB-668 (=Leyland-Verheul-Bus met een wielbasis van 6.00 m en een O.680-motor). Kort erna kreeg ook Den Oudsten opdracht vrijwel dezelfde autobussen, eveneens met Leyland-componenten, te leveren. Dit werd het type LOB. Omdat sprake was van een modulaire opbouw, ontstonden gemakkelijk varianten als stadsbussen (typen LVS en LOS) en wagens met een lengte van ca. 10 m (type LOK). Daarnaast werden ook bussen - meestal met gedeeltelijk verhoogd dak en aan weerszijden een schuine raamstijl - als semi-toer of full-toerwagens uitgerust. Het concept was, ofschoon door de Vereniging van Streekvervoerondernemingen (ESO) uitverkoren als dè standaard streekbus en qua uiterlijk zéér herkenbaar, ook voor niet-ESO-leden vrij verkrijgbaar. DAF had, als alternatief, inmiddels een vrijwel identiek chassis, de DAF MB200, ontwikkeld, dat de eerste jaren was voorzien van dezelfde Leyland-0-680-motor. Een brand legde eind 1970 de "Leyland Motor Corporation NV (v/h Auto-industrie Verheul)" volledig in de as. Het bedrijf werd niet herbouwd. De lopende opdrachten werden uitgevoerd door Domburg en Den Oudsten. Enkele jaren later verdween Leyland van de markt, werd DAF de belangrijkste chassisleverancier en Den Oudsten de belangrijkste carrossier. Voor enkele kleinere series paste men Volvo- of Mercedes-Benz-chassis, bijna alle eveneens met underfloormotor, toe of geschiedde de busopbouw door Hainje, Van Hool, Domburg, Van Rooyen of Jonckheere. Vanaf begin tachtiger jaren kwamen er ook gelede bussen volgens hetzelfde concept. Het oorspronkelijke model is, met latere alternatieven of modificaties (zoals verlaagde middenfries, langere vooroverbouw, zonwerend glas, geplakte ruiten, geknikte stuurkolom, volautomatische versnellingsbak of, naar wens, met individuele afwijkingen) geleverd tot 1988. Nieuw geleverd van 1967 tot 1988 betekent dat de gebruiksperiode van dit zeer herkenbare bustype zich uitstrekte tot ca. 2005, dus bijna gedurende veertig jaren. Daarmee was dit model in Nederland beeldbepalend voor het streekvervoer en voor een groot deel van de ca. 40 steden, waar een streekvervoerbedrijf het stadsvervoer verzorgde. Het concept werd ook geleverd aan ondernemers in Israël, België en Frankrijk. In totaal zijn meer dan 5500 exemplaren van dit model standaardstreekbus gebouwd, waarvan ruim 1700 op basis van Letland en meer dan 3500 op DAF-onderbouw. Bijna 7 % kwam van Verheul en ruim 84 % werd door Den Oudsten geleverd. ►Type Het type werd zoals hierboven aangegeven door Verheul ontwikkeld en gebouwd. Weliswaar deels met bekende elementen zoals de Leyland O.680 motor, ontstond een moderne en aantrekkelijke bus die was voorzien van een grotendeels polyester beplating. Met de serie 1112-1120 nam de Zuid-Ooster in 1968 zijn eerste exemplaren in ontvangst van dit type bussen die jarenlang hèt gezicht zouden worden van de bus in het streekvervoer. Dat gezicht werd mede bepaald door de introductie - door de NZH als eerste - van de typerende kleur geel die tot aan het ontstaan van Connexxion het aanzien van de bussen in het streekvervoer zou bepalen. ►Object Het object, hoewel een van de standaardbussen uit het tweede productiejaar, volgde geen standaardlevensloop. De ZO 1113 werd nog afgeleverd in de oorspronkelijke kleuren van het bedrijf maar werd al snel verhuurd aan het Nijmeegse vervoerbedrijf CVD. De 1113 kreeg de kleurstelling van de CVD-bussen en werd daarmee "stadsbus" tot in 1973. Tot aan 1980 vervolgens weer in dienst van de ZuidOoster, vervolgde de oorspronkelijke ZO 1113 daarna zijn leven als instructiebus voor het toenmalige communicatiesysteem van de streekvervoersbedrijven: de ESO-foon. De 1113 belandde uiteindelijk bij de DVM, de Drentse Vervoer Maatschappij. ►Object als erfgoed Het object heeft na zijn werkzaam bestaan tal van omzwervingen gemaakt. Gelukkig is het voortbestaan van deze bus gewaarborgd toen hij door de SVA werd overgenomen. De werkgroep Brabant van deze collectiehouder heeft het object fraai en deskundig gerestaureerd. Representatiewaarde ►Schakelwaarde De schakelwaarde van het type is hoog. Het markeert het in gebruik nemen van dit type als standaardbus voor het streekvervoer. Het materieelbeleid binnen de streekbedrijven heeft er vervolgens toe geleid dat er van dit type grote aantallen in gebruik zijn geweest. ►IJkwaarde De ZO 1113 heeft een belangrijke ijkwaarde. Immers in dit concept zijn als het ware de ontwikkelingen en moderniseringen vanuit de voorafgaande periode qua bouwwijze en techniek maar vooral ook qua vormgeving samengebundeld. Daarmede ontstond de standaardbus voor het streekvervoer. ►Symboolwaarde De ZO 1113 is een symbool van een ontwikkeling die van grote betekenis is gebleken voor het streekvervoer. Hij markeert het einde van een periode waarin streekvervoerders, vooral de niet-NS-dochters, naar eigen inzichten en voorkeuren hun rollend materieel aanschaften en de overgang naar het exploiteren van standaardbussen, na korte tijd ook in dezelfde kleurstelling, voor het gehele streekvervoer. Deze ontwikkeling had zich ook voorgedaan binnen het stadsvervoer, waar de gemeentelijke vervoerbedrijven gezamenlijk de bekende rode stadsbus hadden ontwikkeld, die vanaf 1966 in het stadsbeeld verscheen. Opmerkelijk: de ZO-bussen voorzagen in het gat dat gevallen was na de afschaffing van de trolleybus in Nijmegen, zoals in '53 bussen van dit bedrijf dienst deden in die stad nadat daar de tramexploitatie was beëindigd.












