Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Streekbus

Streekbus

De NTM: De Nederlandsche Tramweg Maatschappij werd op 24 april 1880 opgericht in Utrecht. Tussen 1907 en 1913, alsmede na 1930, was de NTM gevestigd in Heerenveen. Het doel was het aanleggen van tramlijnen, niet alleen in Friesland maar ook elders in het land. Uiteindelijk heeft men alleen tramlijnen aangelegd in de provincie Friesland alsmede doorverbindingen naar de provincies Drenthe en Groningen. De eerste lijn, die aangelegd werd, was een paardentramlijn van Dokkum naar Veenwouden, deze werd op 6 oktober van dat jaar geopend. Er volgden nog enkele paardentramlijnen, terwijl de bestaande lijn in de loop der jaren werd verlengd, eerst naar Bergumerdam en later naar Suameer. De eerste stoomtramlijn werd op 11 januari 1882 geopend tussen Sneek en Bolsward. In later jaren volgden de tramlijnen Bolsward-Harlingen, Heerenveen-Joure, Gorredijk-Joure en Joure-Sneek. De uitbreiding ging in de komende jaren door; de verbinding Joure-Sint Nocolaasga-Lemmer bracht de aansluiting met de Lemmerboten naar/van Amsterdam tot stand. De in 1913 geopende stoomtramlijn Drachten-Groningen werd in later jaren geëxploiteerd in combinatie met het traject Drachten-Heerenveen-Lemmer. Ook in de provincies Drenthe en Overijssel ontstonden (doorgaande) lijnen, waarvan de belangrijkste trajecten waren Oosterwolde-Appelscha-Hijkersmilde-Smilde-Bovensmilde-Assen, Hijkersmilde-Meppel en, in Overijssel, Hoek Makkinga-Steenwijk. Het net, aangelegd op normaalspoor (spoorbreedte 1435 mm) omvatte toen 296 kilometer stoom- en paardentramlijnen. De depressie in de jaren dertig liet zijn sporen duidelijk na, ook bij de NTM. De op 16 juli 1930 in gebruik genomen eerste autobussen 1-2 tonen dat wel aan. GMC/Hainje bus 2 werd aangeschaft in huurkoop van de gemeente Wonseradeel, de in 1932 in gebruik genomen GMC/Hainje bus 3 werd aanschaft in huurkoop van de N.C.S. (=Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij). Met de komst van de autobus was in feite het lot van de tramlijnen al bezegeld. De eerste stoomtramlijn, die gesloten werd, was het traject Hijkersmilde-Meppel in 1933. Rond 1939 werden er weer meer trajecten voor personenvervoer opgeheven. De Tweede Wereldoorlog zorgde nog voor een opleving van de stoomtramlijnen, waarbij met name het traject Groningen-Heerenveen-Lemmer een doorgaande verbinding was met de Lemmerboten naar/van Amsterdam. Na 1945 stroomden er weer bussen in, aanvankelijk noodbussen (omgebouwde legervrachtwagens, voorzien van een huif met banken), de bekende Austin-bellewagens (aangepast door Hainje) en de bekende Crossley trekkers met DAF/Verheul-Werkspoor opleggerbussen. Vanaf juni 1947 kwamen de bekende Crossley-bussen in bedrijf en was het doodvonnis voor het stoomtrambedrijf een feit. Op 8 mei 1948 werd als laatste de tramlijn Groningen-Drachten opgeheven voor personenvervoer. Het vervoergebied bestond, nadat enkele lijnen waren geruild met andere bedrijven, uit het oostelijk en zuidoostelijk deel van Friesland met uitlopers naar Groningen, Assen en Meppel. De NTM exploiteerde ook de buslijn van Leeuwarden en Heerenveen over de Afsluitdijk naar Alkmaar, aanvankelijk in opdracht van de Algemeene Transport Onderneming, vanaf 1948 op een gezamenlijke concessie met de NACO. Ook de stadsbusdiensten van Leeuwarden werden sinds 1947 door de NTM geëxploiteerd. De NTM was inmiddels een NS-dochteronderneming, waarvan 90% van de aandelen in handen waren van de NS. Door een vergaande reorganisatie van het streekvervoer in Friesland werd uiteindelijk één streekvervoerbedrijf gevormd. Deze Friese Autobus Maatschappij (FRAM) ontstond op 1 april 1971 door het opgaan van de NTM, LABO, LAB en NOF in deze nieuwe maatschappij. Officieel was de FRAM gevestigd in Leeuwarden, maar het hoofdkantoor werd gevestigd in het voormalige NTM-hoofdkantoor in Heerenveen. Het type en het object: Als onderdeel van een grote serie streekbussen die Verheul eind jaren vijftig, begin jaren zestig bouwde ten behoeve van de verschillende "NS-dochterbedrijven" (de serie 4300-4399), nam de NTM in het begin van 1963 vijf bussen in dienst onder de nummers 4376-4380. Deze vijf dienden ter vervanging van de laatste Crossley's, die nog bij de NTM in dienst waren. De bussen waren gebouwd volgens het toen gangbare concept voor dit soort materieel: een meedragende carrosserie op een licht onderstel en voorzien van een Leyland motor. Die carrosserie heeft verder alle kenmerken van het in die jaren door Verheul gebouwde standaardtype streekbus. Vooral de kop is karakteristiek. Met de gedeelde vooruit, bestaande uit twee grote en twee kleine ruiten en de driehoekige ruitjes opzij. Hoewel ze zo niet werden aangeduid, is in de karrosserie duidelijk de Verheul-modellen VB-10 en VB-20 terug te zien. Het interieur was zodanig uitgevoerd dat acht banken in een dos-à;-dos opstelling boven de wielkuipen waren geplaatst. Deze wagens kwamen op alle drukke NTM-lijnen in bedrijf en waren ook vaak te zien op de (versnelde) lijn 21 Heerenveen-Marum-Groningen v.v. Deze lijn was, sinds de opening van rijksweg 43 in de provincie Groningen, versneld door lijn 21 vanaf Marum via deze rijksweg te leiden. De daar voor gebruikte Scania's uit de serie 3251 waren totaal ongeschikt voor deze versnelde dienst, maar de 4300-en kwamen op deze lijn goed tot hun recht. Ook op de andere drukke NTM-lijnen, zoals 2 (Leeuwarden-Drachten-Gorredijk/rijksweg 43-Heerenveen), 7 (Leeuwarden-Harlingen-Afsluitdijk-Den Oever-Alkmaar), 9 (Heerenveen-Sneek-Bolsward-Kop Afsluitdijk) en 14 (Leeuwarden-Irnsum-Akkrum-Heerenveen Zuid) deden ze veelvuldig dienst. Op 9-7-1969 was de 4378 betrokken bij een ernstig ongeval in Irnsum, kwam tegen een boom tot stilstand en was total-loss. De bus werd in augustus 1969 afgevoerd met zware frontale schade. De overige vier gingen op 1 april 1971 over naar de nieuw gevormde maatschappij FRAM, waarin de NTM, de NOF/LABO en het LAB waren opgegaan. Aan hun inzet veranderde weinig. Ze bleven tot ver in de zeventiger jaren gewoon hun diensten draaien, al werden de diensten op de drukke hoofdlijnen overgenomen door nieuwe streekbussen van de type's Leyland-Den Oudsten LOB en LOK. De 4376 werd in oktober 1977 afgevoerd voor sloop, de overige drie bleven gewoon dienst doen. En met de overname van de lijndiensten van de ESA, op 1-1-1979, kwamen de bussen incidenteel ook nog op de lijnen 2 (Roden) en 5 (Oosterwolde) te rijden. Maar ondanks een chronisch tekort aan nieuwe bussen slaagde de FRAM er in 1980 toch in, een grote nieuwe serie LOBs (1663-1692) in dienst te stellen. En daarmee kwam er uiteindelijk ook aan het arbeidzaam leven van dit drietal langzamerhand een einde. De 4377 en 4380 werden voor sloop afgevoerd en de 4379 werd in maart 1981 overgedragen aan het (toen) Noordelijk Bus Museum. Inmiddels is deze bus teruggebracht in de donkergroene NTM-uitvoering en staat de wagen ter bezichtiging in het (nu) Nationaal Bus Museum in Hoogezand. Er is nog een soortgenoot bewaard gebleven, namelijk de VAD 4341, die zich onder de hoede van de SVA-werkgroep Apeldoorn/Arnhem bevindt.

Kerninformatie

Sector
wegvoertuigen
Type
Autobussen Dieselbus.
Functie of soort gebruik
Personenvervoer (streekvervoer)
Techniek voortbeweging
Motor: 6-cylinder ondervloer dieselmotor (125 pk) Versnellingsbak: half-automatisch (luchtbediende 4-versnellingsbak met vloeistofkoppeling) Remsysteem: luchtdruk Capaciteit: 45 zitplaatsen
Periode gebruik
1963 - 1981

Bouwjaar
1962
Fabrikant/Producent/Werf
Chassis: Verheul (Waddinxveen) Motor: Leyland (Leyland, Groot-Brittannië) Carrosserie: Verheul (Waddinxveen)
Merk & Model
Leyland-Verheul - Grote streekbus met horizontale motor in het midden onder de vloer, instap voor de vooras en middenuitstap. Carrosserie volgens een toenmalig standaardmodel van Verheul, met karakteristieke geknikte voorruit. Zitplaatsen op twee rijen dubbele banken, op verhogingen (daardoor boven de voor- en achteras de banken in dos-à;-dos opstelling. Totaal 45 zitplaatsen. Oorspronkelijke kleur: groene onderzijde en crème raampartij en dak; met karakteristiek NTM-embleem op zijkanten en achterkant en met Leyland/Verheul-embleem op het front. Latere kleuren: streekgele onderzijde met grijze baan aan de onderkant en witte raampartij en dak. Na de overdracht aan het NBM teruggebracht in originele groene NTM-kleuren
Bron
NRME

Aanvullende informatie

Materiaal

Semi-zelfdragende (meedragende) carrosserie op een licht onderstel; metalen framewerk met metalen beplating.


Ontwerper(s)

Chassis: Verheul Motor: Leyland Carrosserie: Verheul

Ontdek een willekeurig voertuig uit de collectie

Streekbus - Mobiele Collectie Nederland