
Streekbus
Culturele biografie ► Historische context Ter vervanging van de grote aantallen kort na de tweede wereldoorlog ingestroomde autobussen bestelde de Inkoopcommissie van NS ten behoeve van de NS-streekvervoerbedrijven bij Leyland in Engeland een groot aantal zogenaamde 'A-Road components'. Deze waren bedoeld om te worden gebruikt voor de vanaf 1957 te bouwen streekbussen, die bestemd waren om dienst te doen op A-wegen - vandaar de naam - dus met een voertuigbreedte van 2,50 m. Tot in 1963 was de lengte van een autobus wettelijk begrensd op 11 m. De belangrijkste kenmerken van deze door verschillende busfabrikanten te bouwen series waren de 'underfloor'-motor tussen de assen, een automatische koppeling (waardoor geen koppelingspedaal nodig was), een met behulp van luchtdruk geschakelde wisselbak en zeer soepel - onafhankelijk, door middel van torsiestaven - afgeveerde voorwielen. Als meer trekkracht nodig was (b.v. bij inzet als semi-toerwagen) zijn soms een zwaardere motor, een achteras met 2 naar behoefte in te schakelen reducties en/of een vijfversnellingsbak aangebracht. De onafhankelijk geveerde vooras werd niet aangeboden op andere in Nederland verkochte Leylands. De bussen zijn voornamelijk gebouwd door Verheul (type LV), Werkspoor (type LE-WS) en Van Hool (type LE-HO) en wel met vlakke vloer (met dos à; dos plaatsen boven de wielkuipen) of verhoogde vloer (alle zitplaatsen vooruitrijdend), 1 of 2 bedrijfsdeuren en in lijndienst- of semi-toeruitvoering. De vormgeving van de achterzijde verschilde per fabrikant. Behalve de 44 semi-toerwagens met de 7300-parknummers - die van een Van Hoolfront werden voorzien - kregen alle wagens een reflectievrije voorruitenpartij, hetzij volgens Werkspoorpatent (zgn."bolramer"), hetzij in één van de geknikte uitvoeringen. Tegen het einde van de productieperiode zijn ook nog enkele, voornamelijk toerwagens, door Den Oudsten (type LOT) op een onderbouw van Verheul of Werkspoor gemaakt. In totaal werden meer dan 1000 bussen voorzien van 'A-road-components'. De over slechts enkele jaren gespreide vervanging van de meer dan 900 bijna gelijktijdig ingestroomde Crossley-autobussen door ca.1000 Leyland "A-road"-wagens en enkele series andere Leylands, Scania-Vabis en DAF trambussen veroorzaakte vanzelfsprekend grote pieken en dalen in de productie- en vernieuwingsprocessen en kapitaalbehoeften. ► Type De VAD 4341 is een Leyland-LV in gestandaardiseerde lijndienstuitvoering met alle zitplaatsen vooruitrijdend, smalle voordeur en middendeur en is, zowel links als rechts voorzien van twee driehoekige voorhoekruitjes. ► Object Het object behoorde tot één van de laatste bouwopdrachten voor dit bustype. De wagen heeft altijd bij de VAD dienstgedaan. ► Object als erfgoed Gedurende vele jaren waren de Leyland "A-roads" mede door hun grote aantal beeldbepalend voor het streekvervoer door de dochterondernemingen van NS op de zware lijnen in grote delen van Nederland. Vooral rijeigenschappen, gemakkelijke bediening (ofschoon stuurbekrachtiging bij deze wagens nog ontbrak) en levensduur scoorden ongekend hoog. Representatiewaarde ► Schakelwaarde Niet van toepassing ► IJkwaarde De ijkwaarde is hoog, omdat het voertuig een representant is van de in grote aantallen gebruikte type autobus, bijna alom in Nederland. ► Symboolwaarde De VAD 4341 heeft geen bijzondere symboolwaarde, anders dan dat het deel uitmaakte van het doorgaans zeer goed onderhouden wagenpark van de Veluwse Auto Dienst, die de relatie met haar vervoergebied tot uitdrukking bracht door het op de bussen aangebrachte logo met het springend hert. Zeldzaamheid Van de vele A-road-bussen zijn verscheidene exemplaren bewaard gebleven, waarvan enkele van het type Leyland-LV. Staat van het object Voor behoud is ingrijpende restauratie nodig. Ensemblewaarde Niet van toepassing. Presentatiepotentieel Ontbreekt op dit moment (2011) omdat een groot deel van restauratie nog moet plaatsvinden. Cultuurhistorische waarde Het object is (in gerestaureerde staat) waardevol om te kunnen (laten) zien waarmee en op welke wijze het direct na de tweede wereldoorlog ingestroomde materieel in grote delen van Nederland is opgevolgd. Met verwijzing naar de relatief grote aantallen is daarmee ook de stapsgewijze ontwikkeling in de voertuigeigenschappen en het begin van de standaardisering en harmonisering zichtbaar te maken. Vandaar de status B.












