Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Streekbus

Streekbus

Het openbaar vervoer op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden (Hoekse Waard, Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland) had lange tijd een heel eigen karakter. Het werd sterk bepaald door de geïsoleerde ligging, want de genoemde gebieden waren toen nog echte eilanden. Door de geringe bevolkingsdichtheid en het overwegend agrarische karakter, was het personenvervoer verhoudingsgewijs maar beperkt van omvang en daarbij sterk gericht op één "stroom", namelijk van en naar Rotterdam. De Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) had in de loop der tijd in dit gebied een uitgebreid net van tram- en veerverbindingen aangelegd, waarover zowel het personen- als het goederenvervoer werd afgewikkeld. Tot ver na de Tweede Wereldoorlog speelde de bus hierin een beperkte rol. Dit vervoermiddel werd alleen ingezet op aanvullende verbindingen die vooral dienden als "aanvoerlijnen" naar de tram. Na de Watersnoodramp van 1953 werden de volledig vernielde tramlijnen niet meer hersteld en nam de bus het vervoer over. De uitvoering van het Deltaplan, als direct gevolg van de Watersnoodramp, zorgde voor veel veranderingen in het gebied. De eilanden waren niet langer afhankelijk van veerdiensten, maar kregen via dammen en bruggen vaste oeververbindingen en ook de vervoersstromen kwamen wat ander te liggen. Voor de vervangende busdiensten in deze gebieden had de RTM grote aantallen bussen aangeschaft. Voor de vervangende busdiensten op Voorne-Putten en voor de meer algemene uitbreiding van het wagenpark, richtte de RTM zich qua busmaterieel steeds meer op wat andere streekvervoerders deden. In 1963 was de RTM als dochteronderneming opgenomen in het NS-concern. Daarom sloot men zich voor wat betreft de aanschaf van nieuwe bussen voortaan aan bij het beleid van de "NS-dochters". Dit betekende dat na de aanschaf van de laatste Magirus in 1962, voortaan het merk Leyland de dienst zou gaan uitmaken. De eerste nieuwe bussen van dit merk, gebouwd door Verheul, maakten deel uit van de grote "NS-series" 4000/4300. Al deze bussen waren gebouwd volgens het toen gangbare concept, een meedragende carrosserie op een licht onderstel en voorzien van een Leyland motor. Ook al maakten ze deel uit van een grote en landelijke serie bussen, toch waren de wagens van de RTM alles behalve "standaard". Dat begon al bij het uiterlijk. De RTM-bussen hadden een eigen kleur: rood met wit en een eigen nummer (hoewel het zgn. "NS-nummer" wel klein aan de binnenkant was aangebracht). En aan de buitenzijde de naam plus een geschilderde afbeelding van een vogel, een zoogdier, een plant of een fantasiewezen. Het interieur bestond uit een apart en door Verheul speciaal ontwikkeld type meubel. Kunststof kuipen met een om en om wit en rode of blauwe kussen. Door de kleur van de rode kussen kreeg dit type meubel de bijnaam 'Flamingo-kuipjes". Alle zitplaatsen waren vooruitrijden en er waren vier meer dan gebruikelijk. Dat kwam omdat de RTM de bussen had uitgevoerd zonder (midden)uitstapdeur. Een van deze nieuwe bussen is de in 1966 in dienst gekomen RTM 35. Uit de serie 35 tot en met 39. Deze bus werd voorzien van afbeelding en naam van de 'Fennek'. Vrij onopvallend maakte deze bus trouw z'n kilometers op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Eerst vanuit Hellevoetsluis en later Spijkenisse. Toen in 1977 de RTM samen met de SW en ZVTM opging in het nieuwe bedrijf ZWN ging ook de 35 mee en kreeg nu ook aan de buitenkant het nummer 4321. De rode kleur bleef met naam en afbeelding van de Fennek. Tot 1985 heeft hij bij ZWN dienst gedaan. Bijzonder is dat hij dus nooit "vergeeld" is en een deel van zijn rode kleur is nog de originele verf. In 1985 ging de bus naar het Leyland Bus Museum in Spijkenisse als museumbus. Hier is er nog regelmatig mee gereden. In 2003 hield het LBM op te bestaan en werd de bus overgedragen aan het Noordelijk Bus Museum in Winschoten, thans Nationaal Bus Museum Hoogezand. De bus is als statisch objekt in de expositieruimte van museum voor het publiek te zien. In de bus zijn nog steeds de originele reclames uit de RTM tijd aanwezig, zoals het emaille bordje R.V.S. verzekering en een poster van de bond tegen het vloeken.

Kerninformatie

Sector
wegvoertuigen
Type
Dieselbus Autobussen
Functie of soort gebruik
Personenvervoer (streekvervoer)
Techniek voortbeweging
Motor: 6-cylinder ondervloer dieselmotor Versnellingsbak: half-automatisch (luchtbediende 4-versnellingsbak met vloeistofkoppeling) Remsysteem: luchtdruk Capaciteit: 49 zitplaatsen / 25 staanplaatsen
Periode gebruik
1966 - 1985

Bouwjaar
1966
Fabrikant/Producent/Werf
Chassis: Verheul (Waddinxveen) Motor: Leyland (Leyland, Engeland) Carrosserie: Verheul (Waddinxveen)
Merk & Model
Leyland-Verheul - Grote streekbus met horizontale motor in het midden onder de vloer, enkele in- en uitstap voor de vooras. Carrosserie volgens een toenmalig standaardmodel van Verheul, met karakteristieke geknikte voorruit. Zitplaatsen op twee rijen dubbele banken, op verhogingen (daardoor alle vooruitrijdend). Meubels van het speciale, zgn. "Flamingo" type (kunststof kuipstoelen met twee kleuren zit- en rugkussens). Kleuren: donkerrode onderzijde en witte raampartij en dak. Bedrijfslogo op front en zijkanten en bedrijfsnaam voluit op de achterklep. Karakteristieke "V" van Verheul met Leyland Royal Tiger embleem op de voorzijde. Volgens de toenmalige RTM-traditie voorzien van een afbeelding en naam van een dier, te weten: "Fennek".
Bron
NRME

Aanvullende informatie

Materiaal

Semi-zelfdragende (meedragende) carrosserie op een licht onderstel; metalen framewerk met polyester beplating.


Ontwerper(s)

Chassis: Leyland Motor: Leyland Carrosserie: Verheul

Ontdek een willekeurig voertuig uit de collectie

Streekbus - Mobiele Collectie Nederland