Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Touringcar

Touringcar

Culturele biografieHistorische context De Fa. J.W. Bos & Zn "Twentsche Autobusdienst TAD" te Enschede was oorspronkelijk (vanaf 1923) een lijndienstbedrijf. Al in 1929 werden vier van de vijf lijnen overgedragen aan de TET, waarna alleen de lijn Enschede-Losser-Overdinkel (later doorgetrokken naar Gronau) resteerde. In de plaats kwam het in omvang steeds toenemende groepsvervoer en wat toervoer. Met de geleidelijke teloorgang van de Twentse textielindustrie en de daarmee gepaard gaande vermindering van het groepsvervoer, legde de TAD zich steeds meer toe op toervervoer, vanaf 1976 in samenwerking met De Jong Intratours. In 1984 werd het openbaar vervoer overgedragen aan de TET, in 1991 het gehele bedrijf. ► Type De TAD was een goede klant van de Carrosseriefabriek Domburg in Montfoort. Domburg onderhield op zijn beurt goede contacten met de Mercedes-(bedrijfswagen)importeur in Nederland en had veel ervaring met de bouw van carrosserieën op Mercedes-producten. Omdat de meeste chassisleveranciers geen specifiek voor kleine autobussen bestemde onderstellen in hun leveringsprogramma hadden, is dit waarschijnlijk aanleiding geweest om voor het 25-persoons autobusje gebruik gemaakt van een licht vrachtautochassis van Mercedes. ► Object Het chassis is geconstrueerd om voor een veelheid aan verschillende soorten opbouw te worden gebruikt. De carrosserie is volgens de voorheen gebruikelijke bouwwijze op dit onderstel aangebracht en als eenvoudige touringcar uitgerust. Dit houdt in dat het object ook voor andersoortig vervoer (b.v. voor groepsvervoer of voor de lijndienst op een minder druk traject of op stillere tijden) inzetbaar is geweest. ► Object als erfgoed De TAD 45 is uitsluitend door de TAD gebruikt, kreeg de bestemming museumbus, eerst van de TAD en vanaf 1990 van de SVA. RepresentatiewaardeSchakelwaarde Een schakelwaarde die een directe relatie heeft met het object, ontbreekt. ► IJkwaarde Er zijn heel veel autobusjes geweest als het onderhavige: 'multi-purpose' en vrij eenvoudig opgebouwd met gebruikmaking van veelvoorkomende elementen. Als zodanig is de TAD 45 een goed voorbeeld. ► Symboolwaarde Niet anders als hiervóór onder Object als erfgoed genoemd. Zeldzaamheid Er bestaan nog enkele autobussen uit de zestiger jaren met vergelijkbare eigenschappen, zowel ten aanzien van de uitvoering en uitrusting als wat gebruiksmogelijkheden en daadwerkelijke inzet betreft. De TAD 45 is derhalve niet zeldzaam Staat van het object Het object is kort na de overdracht aan SVA opgeknapt en verkeert in een goede en rijdbare staat. Ensemblewaarde Niet van toepassing. Presentatiepotentieel Vrij gering, tenzij een relatie wordt gelegd met de omstandigheden waarin het object werd gebruikt. Cultuurhistorische waarde Het object roept herinneringen op aan een reeks niet meer bestaande verschijnselen: de opkomst en het verdwijnen van de Twentse (textiel-)industrie en het daarvan afgeleide groepsvervoer, het ontstaan van buslijnen en toeristisch vervoer in, respectievelijk vanuit de Twentse dreven en de bedrijven TAD en Domburg.

Kerninformatie

Sector
wegvoertuigen
Type
Dieselbus Autobussen
Functie of soort gebruik
Personenvervoer (groeps- en toervervoer)
Techniek voortbeweging
Motor: 6-cylinder dieselmotor (100 pk) Versnellingsbak: handgeschakeld (vijf versnellingen) Remsysteem: hydraulisch, luchtbekrachtigd Capaciteit: 25 zitplaatsen
Periode gebruik
1963 - 1988

Bouwjaar
1963
Fabrikant/Producent/Werf
Chassis: Mercedes-Benz (Duitsland) Carrosserie: Domburg (Montfoort)
Merk & Model
Kleine frontstuur touringcar met een enkele in-/uitstapdeur (klapdeur) achter de vooras. Carrosserie met enigszins afgeronde vormen en voorzien van panoramaruiten. Zitplaatsen op twee rijen dubbele fauteuils plus reisleidersstoel voorin naast de motor. Kleuren: lichtblauwe onderzijde en donkerblauwe raampartij en dak. TAD-logo (wit/geel met zwart) op zijkanten en achterzijde.
Bron
NRME

Aanvullende informatie

De firma J.W. Bos &Zn was één van de vele buspioniers in Nederland (en ook één van de oprichters van de Nederlandse Bond van Autobusondernemers). Toch was Bos van oudsher actief geweest in een andere bedrijfstak, want hij had in Enschede een groot wasserijbedrijf opgebouwd. Hij begaf zich daarnaast op het autobusgebied toen hij in 1923, ten behoeve van zijn zoon Jan, de in 1922 door W.J. van Wulfften-Palthe gestarte busdienst Enschede-Hengelo overnam. Die dienst werd uitgevoerd onder de naam Twentsche Autobus Dienst (kortweg TAD) en deze naam zou Bos voortaan ook voor zijn bedrijf gebruiken. Door uitbreiding en overnames groeide de TAD voorspoedig en na enige jaren exploiteerde men al een net van meerdere lijnen, vanuit Enschede naar omliggende plaatsen. Door de toch wel grote concurrentie en door de introductie van het vergunningenstelsel, besloot de heer Bos in september 1929 zijn lijndienstactiviteiten over te dragen aan de TET. Kennelijk had hij hiervan enige spijt, want op 6 oktober 1930 nam Bos toch weer een bestaande busdienst over. Namelijk de in 1923 door J.S. Hassing begonnen dienst op het traject Enschede - Losser - Glane - Overdinkel. Op deze lijn (in 1953 nog verlengd tot Gronau in Duitsland) bleef de TAD actief tot 1 januari 1984. Pas toen werd de lijn overgedragen aan de TET. Naast dit beperkte lijndienstwerk ging het bedrijf zich verder vooral richten op toer- en groepsvervoer. Na de donkere oorlogsjaren, waarin de TAD door een grote brand in haar garage ten gevolge van een bombardement, een groot deel van het wagenpark had verloren, ging het in de jaren van de Wederopbouw weer bergopwaarts. Een belangrijke factor hierbij was het steeds groeiende groepsvervoer voor de toen nog florerende textielindustrie in Twente. Op het hoogtepunt reden hiervoor dagelijks zo'n veertig TAD-bussen, soms tot ver in Duitsland. Vanaf de jaren vijftig kon de autobus profiteren van het groeiende toerisme en zo kreeg ook voor de TAD het toerwerk steeds meer betekenis. Door de sterke teruggang en op den duur sluiting van vrijwel alle textielfabrieken in Twente, zakte het groepsvervoer in en daardoor werd het toerwerk (naast dus de exploitatie van één lijndienst) het belangrijkste onderdeel van het bedrijf. Vanaf 1976 werkte de TAD samen met de grote touroperator De Jong Intratours, maar op den duur werd het toch steeds moeilijker om als geheel zelfstandig bedrijf te blijven bestaan. Zoals eerder genoemd was de lijndienst naar Overdinkel en Gronau al per begin 1984 overgedragen aan de TET. Het was diezelfde TET waarvan de TAD per 1 januari 1991 onderdeel werd. In 1992 werd de band met De Jong Intratours verbroken, waarna de touringcars voortaan rondreden onder de naam TAD Travel. Zover was het echter nog lang niet toen de TAD in 1963 onder het wagenparknummer 45 een kleine Mercedes toerwagen in dienst nam. In die tijd leverden de meeste fabrikanten geen buschassis voor kleine (korte) bussen en in zo'n geval werd dan veelal een soms enigszins aangepast vrachtwagenchassis gebruikt voor de opbouw van de bus. Dat was dus ook het geval met de TAD 45. Op een Mercedes-chassis van het type LP 323/36 bouwde Domburg (het bedrijf dat al veel bussen aan de TAD had geleverd), een keurige toerwagencarrosserie. Het karakter daarvan kwam vooral tot uitdrukking door de panoramaruiten ("bergramen"). Voorzien van slechts 25 zitplaatsen heeft dit busje ongetwijfeld heel wat kilometers gemaakt op nationale en internationale ritten. En misschien heeft hij ook nog wel eens versterkingsritten gereden op de lijndienst. Het einde van zijn actieve carrière bij de TAD betekende nog niet het einde van deze bus. Directeur J.W. Bos, een kleinzoon van de oprichter van de TAD, had gelukkig veel gevoel voor de (bus)historie en zorgde er voor dat de bus bewaard bleef en van lieverlee ook weer zijn oorspronkelijke uitvoering van licht- en donkerblauw terug kreeg. Later werd ook nog een andere TAD-bus (de latere SVA 63) toegevoegd aan de eigen "museumcollectie", die in 1983 tot slot nog werd uitgebreid met een ex-Zwitserse postbus. Met deze museumbussen werden o.a. ritten gereden vanuit Boekelo, aansluitend op de stoomtreinen van de Museum Buurtspoorweg Haaksbergen-Boekelo. De Berna werd eveneens uitgevoerd in de oorspronkelijke blauwe TAD-kleuren. In 1990 kwam de werkgroep Apeldoorn-Arnhem in contact met de heer Bos. Dit mondde uit in een bijzonder prettige verstandhouding en resulteerde er na enige tijd in dat de heer Bos voorstelde om de Mercedes over te dragen aan de SVA. Dit fantastische aanbod werd uiteraard met twee handen aangegrepen en op 23 september 1990 verhuisde de Mercedes van Enschede naar Vaassen, de toenmalige stalling van de eerdergenoemde werkgroep. Die werkgroep heeft in de jaren daarna veel werk verzet om de 45 weer tiptop in orde en gekeurd te krijgen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot het behoud van dit fraaie tourwagentje, dat de herinnering levend houdt. Aan groepsvervoer in Twente, aan binnen- en buitenlands toerwerk en aan twee inmiddels verdwenen bedrijven: de TAD en de carrosseriefabriek Domburg.

Materiaal

Stalen chassis met aparte carrosserie, bestaande uit een metalen framewerk met metalen beplating


Ontwerper(s)

Chassis: Mercedes-Benz Carrosserie: Domburg

Ontdek een willekeurig voertuig uit de collectie

Touringcar - Mobiele Collectie Nederland