
Touringcar
Culturele biografie ► Historische context Autobussen zijn ontstaan door automobielen in te richten voor het vervoer van meer dan enkele personen. In eerste aanleg gebeurde dit door vergroting en versterking van al bestaande motorvoertuigontwerpen of door aanpassing van de laadruimte van eerder ontworpen vrachtauto's. Daarbij was gebruikelijk een uitgebouwde motorruimte aan de voorzijde (vgl. het paard) en daarachter een aparte chauffeursbank (vgl. koetsiersplaats) en vervolgens de (afgescheiden) laadruimte. Deze laatste werd bij de (kleinere) personenauto's vrijwel direct, bij de grotere voertuigen voor personenvervoer gaandeweg geïntegreerd met de chauffeurscabine. In alle gevallen was sprake van een "neusbus". Voor de bouw van autobussen gebruikte men meestal vrachtautochassis, soms wat aangepast, omdat die in veel grotere aantallen gefabriceerd werden en derhalve goedkoper waren. Wat later kwamen alternatieven met frontbesturing (bestuurder naast motor en boven vooras) die een langere laadruimte opleverden en daardoor efficiënter bleken. Deze ontwikkeling heeft voor grotere vrachtwagens en autobussen doorgezet. ► Type De overgang naar frontbesturing heeft echter ook nadelen: meer (motor-)geluid en -trillingen (vooral door de opkomst van de dieselmotor), meer kans op luchtjes in het interieur, moeilijker instappen en zwaarder sturen door de hogere voorasbelasting. Genoemde nadelen manifesteerden zich het meest bij autobussen die als touringcar werden gebruikt. Zodoende werden "neusbussen", vooral voor kleinere wagens, zoals de Matser 23, nog veelvuldig en over het algemeen tot tegen het eind van de vijftiger jaren, toegepast. De nadelen konden toen goeddeels overwonnen worden. ► Object De Matser 23 is gebouwd op een vrachtautochassis van het bekende Amerikaanse merk International, waarvan de grille en de voorspatborden aan de vormgeving van de carrosserie zijn aangepast. Het object laat duidelijk zien hoe in de direct na-oologse jaren met gebruikmaking van nog schaarse, doch beschikbare middelen een tot gebruik uitnodigend voertuig werd gebouwd. Eenvoudige voorzieningen wekten de indruk van een luxe toerwagen (hetgeen overigens ook paste bij het imago van het bedrijf Matser). In principe was de wagen echter multi-inzetbaar. Daarvan werd in zijn tweede leven dankbaar gebruik gemaakt bij het verrichten van groepsvervoer ten behoeve van bedrijven e.d. De luxe-uitstraling was er toen echter al af. ► Object als erfgoed De Matser 23 heeft na zijn werkzaam leven en voordat het werd opgenomen in de collectie van de SVA, zeer geleden door een langdurig verblijf in de open lucht. Het object is het waard om te denken aan een ingrijpende restauratie. Representatiewaarde ► Schakelwaarde Niet van toepassing












