Go to Main content
Home
Logo - Stichting Mobiele Collectie Nederland
Zoeken
Stadsbus

Stadsbus

Culturele biografieHistorische context Nijmegen kende vanaf 1911 een elektrische tram. In 1952 werden de stadslijnen 1 en 3 opgeheven en vervangen door respectievelijk een trolleybuslijn en een autobuslijn. In 1955 werd de laatste tramlijn, naar Berg en Dal, eveneens opgeheven en vervangen door een autobuslijn. Omdat de naam "Gemeente Tram Nijmegen" niet langer van toepassing was werd het rollend materieel van de gemeente per 1-1-1956 ondergebracht in de "Centrale Vervoersdienst Nijmegen", CVD. Op 1 januari 1997 werd de CVD verzelfstandigd en ging over in NOVIO. De trolleybussen hebben in Nijmegen dienstgedaan tot 1969, daarvan is niets bewaard gebleven. De generatie autobussen van na de tram was aan het eind van de jaren-60 ook al weer aan vervanging toe en daartoe verscheen in 1967 de serie 427 - 441. ► Type De CVD 438 is van het type grote stadsbus met instap voor de vooras en uitstap achter de achteras. De bus heeft een conventioneel chassis van het type Leyland Royal Tiger Worldmaster en een semi-automatische versnellingsbak. Het aantal zitplaatsen is met 29 stuks aan de geringe kant terwijl de totale capaciteit met 98 personen hoog is. Deze capaciteit kon worden bereikt door een optimale gewichtsverdeling over de voor- en achteras, een optimale verhouding zit/staanplaatsen en een zeer gunstige ruimtebenutting. ► Object Het object verzorgde naast andere series bussen het stadsvervoer in Nijmegen. ► Object als erfgoed Het object werd na zijn werkzame leven in 1981 overgedragen aan het Haags Bus Museum met als primair doel dat de wagen zou blijven voortbestaan. In 1983 keerde hij terug naar de CVD Nijmegen. Daar was hij als enige museumwagen niet echt op zijn plaats en in 1988 werd hij overgedragen aan de SVA die hem terugbracht in de oorspronkelijke staat. RepresentatiewaardeSchakelwaarde De CVD 438 is een klassieke bus met een apart chassis en bezit verder ook geen nieuwe ontwikkelingen. Hij heeft derhalve geen schakelwaarde. ► IJkwaarde De CVD 438 maakte deel uit van een serie van 15 bussen die in de bushistorie geen bijzondere plaats inneemt. ► Symboolwaarde De gemeente Nijmegen heeft wel eens betwijfeld of zij zelf het stadsvervoerbedrijf moest voortzetten. Dit kwam dan tot uiting in het niet aanschaffen van eigen materieel, maar het huren van autobussen van de Zuid-Ooster. De CVD 438 is echter een echte Nijmeegse bus en het bedrijf bleef tijdens zijn actieve leven ook voortbestaan. Daarmee staat de CVD 438 symbool voor het eigen stadsvervoerbedrijf. Zeldzaamheid De CVD 438 is de enige bewaard gebleven bus die zijn hele leven bij de CVD heeft doorgebracht en de daarbij behorende kleuren gebroken wit en lichtblauw draagt. Als zodanig is hij zeldzaam, maar een Leylandchassis is heel gewoon en een carrosserie van Jonckheere is niet uitzonderlijk. Voor Nijmegen is de bus zeldzaam, maar verder eigenlijk niet. Staat van het object Het object bevindt zich in goede staat, maar zal vanwege noodzakelijk nderhoud tijdelijk niet rijvaardig zijn. Ensemblewaarde Niet van toepassing. Presentatiepotentieel Voor Nijmegen is een duidelijk presentatiepotentieel aanwezig, voor het overige is de betekenis gering. Cultuurhistorische waarde De CVD 438 representeert de tijd van de CVD Nijmegen. Voor het overige is de waarde van de CVD 438 beperkt.

Kerninformatie

Sector
wegvoertuigen
Type
Dieselbus Autobussen
Functie of soort gebruik
Personenvervoer (stadsvervoer)
Techniek voortbeweging
Motor: 6-cylinder ondervloer dieselmotor Versnellingsbak: half-automatisch (luchtbediende 4-versnellingsbak met vloeistofkoppeling) Remsysteem: luchtdruk Capaciteit: 29 zitplaatsen
Periode gebruik
1967 - 1981

Bouwjaar
1967
Fabrikant/Producent/Werf
Chassis: Leyland (Leyland, Groot-Brittannië) Carrosserie: Jonckheere (Roeselaere, België)
Merk & Model
Grote stadsbus met horizontale motor in het midden onder de vloer, instap voor de vooras en uitstap achter de achteras. Eenvoudige carrosserie met sobere inrichting (weinig zitplaatsen en veel staanplaatsen). Zitplaatsen op enkele en dubbele banken; een achterbank ontbreekt. Kleuren: gebroken wit/crème onderzijde en blauwe raampartij en dak. Gemeentewapen/logo op zijkanten. Karakteristiek Leyland-embleem op het front.
Bron
NRME

Aanvullende informatie

In veel grote en middelgrote steden heeft het stadsvervoer per bus een voorganger gehad in de vorm van een trambedrijf. Zo ook in Nijmegen. Nadat vanaf 1911 de paardentram en de stoomtram waren opgevolgd door en elektrische soortgenoot, ontstond uiteindelijk een net van drie tramlijnen: de stadslijnen 1 en 3 en de "buitenlijn" 2, die naar Ubbergen en Beek en vervolgens over het beroemde "Bergspoor" naar Berg en Dal voerde, tot vlakbij de Duitse grens. In Beek sloot deze lijn aan aan de tram naar Kleef van de Klever Strassenbahn. De tramlijnen vormden de ruggengraat van het vervoer in en om Nijmegen, zoals dat werd geëxploiteerd door de GTN, de Gemeente Tram Nijmegen. Aanvullend busvervoer werd vooral door andere bedrijven verzorgd. Zo werden diverse stadslijnen in Nijmegen geëxploiteerd door streekvervoerder Maasbuurtspoorweg, later Zuidooster. De trams verdwenen in 1952 en 1955 en ook de naam GTN verdween: per 1-1-1956 werd het CVD: Centrale Vervoersdienst der gemeente Nijmegen. Op de voormalige tramlijn 1 namen trolleybussen naar het voorbeeld van Arnhem de dienst over. De trolleybussen verdwenen in maart 1969 uit Nijmegen. De trams op de lijnen 2 en 3 werden opgevolgd door autobussen. Omdat de CVD nog niet over voldoende eigen busmaterieel beschikte, waren dit aanvankelijk van de Zuidooster gehuurde Crossleys, die nu overigens wel in Nijmeegse uitvoering en kleur rondreden. Dit herhaalde zich bij de opheffing van de trolleybuslijnen toen de CVD opnieuw Zuid-Ooster bussen (nu van het type NS serie 1000) huurde, die in CVD kleuren werden overgespoten. Vanaf 1957 stelde de CVD nieuw eigen materieel in dienst. De eerste series waren van het Engelse merk AEC, terwijl later een flink aantal Leylands volgde. Aanvankelijk bouwde Verheul de carrosserieën, maar vanaf 1965 kwamen Leylands met een opbouw van de Belgische firma Jonckheere in dienst. Deze carrosseriebouwer had als opdracht gekregen een sober uitgevoerde bus te realiseren met een zo groot mogelijk capaciteit. Het resultaat was een voertuig waarmee in totaal 98 personen konden worden vervoerd. Dit werd onder andere bereikt door slechts 29 zitplaatsen te installeren en door het weglaten van de achterbank, waardoor deze ruimte kon worden ingericht met alleen staanplaatsen. Mede hierdoor werden diverse technisch componenten kleiner uitgevoerd dan normaal, want het totale gewicht speelde een belangrijke rol. Net als andere CVD-bussen kregen de Jonckheeres na een aantal jaren een nieuwe outfit, waarbij het gebroken wit en blauw plaats maakte voor de kleuren geel en wit. Na een druk bestaan op alle CVD-lijnen, gingen deze wagens uiteindelijk begin jaren tachtig buiten dienst. Eén van hen, de 438, werd in 1981 overgedragen aan het HBM, het Haags Bus Museum. Deze stichting beoogde hiermee niet zozeer die bus in haar eigen collectie op te nemen, als wel te zorgen dat hij voor sloop werd behoed. Dat lukte dus prima en toen uiteindelijk voldoende historisch besef bij de CVD zelf was ontstaan, keerde de bus in 1983 terug naar Nijmegen, met de bedoeling om daar te worden gerestaureerd. Uiteindelijk werd de bus in 1988 overgedragen aan de SVA, die de wagen in de originele staat heeft terug gebracht.

Materiaal

Stalen chassis met aparte carrosserie, bestaande uit een metalen framewerk met aluminium beplating


Ontwerper(s)

Chassis: Leyland Carrosserie: Jonckheere

Ontdek een willekeurig voertuig uit de collectie

Stadsbus - Mobiele Collectie Nederland