
Streekbus Serie: 1350-1366 Merk: DAF Model/uitvoering: DAF MB200 DKDL600 / Hainje
Historische context: van trambedrijf naar GTW- en GSM-busbedrijf In de jaren twintig - wanneer steeds meer particuliere bedrijven een autobusdienst beginnen, gaat de voorloper van GTW - de Geldersche Stoomtramweg Maatschappij (GStM) om de concurrentie het hoofd te beiden ook autobusverbindingen beginnen. Wanneer het bedrijf in de crisisjaren in samenwerking met andere trambedrijven uit de regio verdergaat onder de naam Geldersche Tramwegen (GTW) - is de autobus al niet meer weg te denken en is de afbouw van het tramnet slechts een kwestie van tijd. Het busbedrijf van GTW maakt een snelle expansie mee, met lijnen tot aan Ede - Wageningen en Enschede toe. Niet alleen lijndienstvervoer, ook toerritten en meerdaagse tochten behoren tot het dienstenpakket. Daarnaast bezit GTW een bloeiend transportbedrijf. Begin jaren zestig vervoert GTW meer passagiers dan ooit. Daarna zet - door de concurrentie van de personenauto - gestaag een teruggang in, waardoor de overheid in de tweede helft van de jaren zestig zelfs exploitatietekorten moet aanvullen. Uiteindelijk blijkt dat een zelfstandig GTW onvoldoende toekomstperspectief heeft. In 1977 neemt NS het bedrijf over en het gaat als dochteronderneming onder de naam Gelderse Streekvervoer Maatschappij verder. De eens bloeiende toerafdeling houdt op te bestaan. Historische context: de rationalisatie in het streekvervoer en de invoering van de standaardstreekbus In de jaren zestig en zeventig krijgt de overheid via NS steeds meer streekvervoerbedrijven in handen. Uit oogpunt van kostenbeheersing - de overheid ziet zich vanaf midden jaren zestig genoodzaakt exploitatietekorten van de streekvervoerbedrijven voor haar rekening te nemen - ontstaat de wens tot rationalisatie. In het streekvervoer doet zich in de jaren zestig en zeventig een eerste fusiegolf voor - veelal geëntameerd door NS - en de NS streeft als moedermaatschappij van veel streekvervoerbedrijven daarnaast standaardisatie van het buswagenpark na. Die laatste ontwikkeling resulteert in de standaardstreekbus, een ontwikkeling die zich in het stadsvervoer bijna gelijktijdig voordoet met de ontwikkeling van de wijnrode DAF - Hainje standaardstadsbus. Voor de streekvervoerbedrijven valt de keus in eerste instantie op de combinatie Leyland - Verheul, waarmee de gele standaardstreekbus op de Nederlandse wegen verschijnt. Ook de kleurstelling is onderdeel van de standaardisatiegedachte. In de beginjaren stelt een aantal vervoerbedrijven - zoals de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, de Nederlandse Buurtvervoer Maatschappij en de Limburgsche Tramweg Maatschappij - nog exemplaren in dienst met de oorspronkelijke maatschappijkleuren, maar allengs verlaten vrijwel uitsluitend gele streekbussen de carrosseriebouwers. Slechts enkele uitzonderingen bevestigen de regel, zoals de Twentsche Elektrische Tram of de Geldersche Tramwegen, maar met de overname van laatstgenoemd bedrijf door NS in 1977 verschijnt ook in de Achterhoek het streekgeel op de bus. Het type: de standaardstreekbus Voortbordurend op eerdere ontwerpen bouwt Verheul in 1967 een type bus dat kan worden beschouwd als de oervorm van de moderne gestandaardiseerde streekbus, zoals deze vele tientallen jaren het beeld bij het Nederlandse streekvervoer zal bepalen. Het betreft de 1000-serie, waarvan de eerste exemplaren worden geleverd aan de NZH. De strakke carrosserie, grotendeels van polyester beplating voorzien, vertoont trekken van eerdere Verheul-bussen en ook de motor is een oude bekende: de bewezen succesvolle Leyland O.680 motor van ca. 165 pk. Toch is, met gebruikmaking op basis van langdurige onderzoeken en proefnemingen, een moderne, aantrekkelijke en rationele bus ontstaan. Van dit type worden in de loop der tijd grote aantallen gebouwd; aanvankelijk vooral met Leyland-componenten en later op basis van een DAF-onderstel. Ook op Mercedes en Volvo-chassis worden in de loop der jaren standaardstreekbussen in dienst gesteld. Na het verdwijnen van Verheul (afgebrand in 1971) is het met name Den Oudsten die zeer grote series standaardbussen bouwt, voor vrijwel alle streekvervoerbedrijven. Jarenlang is dan ook de DAF MB200 met een carrosserie van Den Oudsten dé streekbus in Nederland. Maar ook Hainje - die vrijwel alle standaardstadsbussen bouwt - levert standaardstreekbussen volgens hetzelfde ontwerp, zij het in geringere aantallen. Alleen de zeer oplettende reiziger kan aan de naamsvermelding op de grille waarnemen dat er (blijkbaar) ook standaardstreekbussen uit de Hainje-fabriek in Heerenveen komen. Die levert Hainje bijvoorbeeld aan Centraal Nederland, Noord Zuid-Hollandsche Vervoer Maatschappij, Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten en GSM. Met behoud van het oorspronkelijke basisontwerp worden in de loop der tijd ook allerlei varianten gemaakt: korte bussen voor de stadsdienst, bussen in toeruitvoering, gelede bussen, etc. Zo ook bussen met gecombineerde in-/uitstap of juist met een brede instap, met een (extra) uitstap achter de achteras, etc. Bovendien evolueert het uiterlijk, bijvoorbeeld door de toepassing van grotere ruiten, andere koplampen, een gewijzigd front of een grotere filmkast. Ook is sprake van technische innovaties, zoals geplakte ramen of een geknikt stuur. Toch blijft het niet meer dan het voortborduren op het oorspronkelijke ontwerp en altijd blijft het betreffende voertuig onmiddellijk herkenbaar als "standaardbus". De laatste DAF MB200 streekbussen bouwt Den Oudsten voor de Verenigde Autobusdiensten in Apeldoorn. Daarmee eindigt een productieperiode van 21 jaar, waarin 5.574 standaardstreekbussen zijn gemaakt. Het object: DAF MB200-Hainje Nadat voorloper GTW jarenlang Leyland-bussen heeft aangeschaft, stapt het in 1971 over op DAF. Semitoerwagen 307 is de eerste DAF MB200 in een lange reeks bussen uit de Eindhovense fabriek. Ook opvolger GSM blijft het merk DAF trouw, zodat de teller uiteindelijk blijft steken op 250 DAF's van het type MB200. Daarvan zijn er 209 als streekbus geleverd, 8 in stadsbusuitvoering en 33 als semitoerwagen. Van de carrosserieën heeft Den Oudsten het leeuwendeel met 216 exemplaren voor zijn rekening genomen, terwijl Hainje - verdeeld over twee series - voor 34 bussen het koetswerk heeft verzorgd. Opvallend is dat GSM - in tegenstelling tot GTW - geen semitoerwagens meer afneemt. Dit houdt verband met het feit dat bij de vervoerbedrijven de toerafdelingen moeten worden afgebouwd, omdat de overheid bang is dat haar exploitatiebijdrage verliesgevende toeractiviteiten subsidieert. (De enige levering semitoerwagens aan GSM in september 1977 betreft een nog door GTW geplaatste bestelling.) In 1987 stelt GSM de laatste DAF's van het type MB200 in dienst. Het jaar daarop volgt levering van een nieuwe type DAF-bus, de MB 230. De 1363 is dus onderdeel geweest van een bijzonder omvangrijk DAF MB 200 wagenpark. Een wagenpark dat GTW/GSM gedurende een lange reeks van jaren hebben opgebouwd en waarvan een deel - via de opvolgers GVM en Oostnet - nog is overgegaan naar Connexxion. Dat laatste heeft de 1363 niet meer meegemaakt. De bus heeft in zijn actieve loopbaan nog net het begin van het Oostnet-tijdperk (1997) meegemaakt. Alhoewel de 1363 ruim twee jaar na het verscheiden van GTW in dienst is gesteld, heeft de bus toch typische GTW-kenmerken. Zo heeft de 1363 een uitstapdeur achter de achteras, zijn de stoelen overtrokken met de bekende geruite GTW-stof en zijn de filmrollen geheel uitgevoerd in de sterk afwijkende GTW-traditie: zwarte letters op een wit veld, waarbij zich in de filmkast twee richtingsfilms bevinden: daarmee is het mogelijk een 'via-bestemming' op te nemen of een extra vermelding als 'sneldienst'. Tenslotte prijkt ook op de 1363 het Gelderse provinciewapen, zij het in een veel kleinere, gestileerde vorm. Feitelijk is naast de naamsvermelding alleen de kleurstelling veranderd: als NS-dochter was GSM uiteraard gehouden tot het voeren van het bekende NS-streekgeel. Al met al is 1363 een kenmerkende vertegenwoordiger uit het GSM-tijdperk. Weliswaar is de bus uitgerust met een Hainje-carrosserie, maar dat heeft - afgezien van de vermelding DAF-Hainje op de grille - niet geleid tot verschillen met alle DAF MB200-lijnbussen van Den Oudsten die GTW/GSM hebben afgenomen. Het object als erfgoed Sinds 2003 is de bus onderdeel van de HSA-collectie en hij houdt daarmee de herinnering aan het GSM-tijdperk in de Achterhoek levend. In 2007 is een begin gemaakt met een uitgebreide carrosserierevisie, waarbij alle beplating is verwijderd. Het interieur verdwijnt bijna volledig in de opslag, zodat het mogelijk is de vloer geheel te demonteren. Vervolgens worden alle doorgeroeste carrosseriebalken verwijderd, om plaats te maken voor nieuw ingelaste balken. Na de montage van een geheel nieuwe vloer en het weer opbouwen van het interieur volgt de montage van schort- en huidplaten. Met een volledige schilderbeurt als afronding van de restauratiewerkzaamheden ziet de 1363 er thans (zomer 2011) weer als nieuw uit.












