
Streekbus
De bolramer dankt z'n bijnaam aan de parabolische voorruit (zie ook het veld 'vorm'). Deze voorruit verhoogde in hoge mate het zicht voor de chauffeur in het donker, waarmee het bedieningsgemak voor de chauffeur sterk verbeterd werd. Dit type voorruit was ontwikkeld door Werkspoor en aanvankelijk was het dit bedrijf dat alle "bolramers" bouwde. In latere jaren bouwden echter ook andere bedrijven bolramers op een Leyland-Werkspoor chassis. De bolramer voorruit is ook gebruikt door andere carrosseriefabrikanten zoals Verheul en Den Oudsten. In totaal zijn naar schatting meer dan 1000 bussen in de periode 1953-1967 uitgerust met de bolramer voorruit. In 1966/1967 bouwde Den Oudsten één van de laatste series bussen met een bolle voorruit: de 7570-7608 en 7620-7640, waarvan er in 1967 vier in dienst kwamen bij de TP/RAGOM in Ridderkerk: de 7623, 7624, 7639 en 7640. In 1966 stelde de Limbursche Tramweg Maatschappij de serie 6-129 tot en met 6-142 ( NS nummers 7570 - 7583 ) in dienst. De bussen hadden 40 zitplaatsen en 45 staanplaatsen en werden afgeleverd in de wel bekende groene kleur. Deze bus kreeg het LTM nummer 6-137 ( NS 7578 ). Vanaf 1974 werd begonnen met de "vergeling" van de bussen. Dit werd verzorgd door het toenmalige Centraal Autoherstel Bedrijf ( CAB ) te Utrecht. In april 1978 werd het Verenigd Streekvervoer Limburg opgericht na een fusie tussen de LTM te Heerlen en de NAO te Roermond. bij de VSL behield de bus haar oorspronkelijk nummer en bleef in dienst tot 1982. In dat jaar werd de bus verkocht aan Maastricht Aachen Airport, dat de bus gebruikte als platformbus op het luchthaven terrein voor het vervoer van passagiers tussen terminal en vliegtuigen. Voor dit doel werd een groot aantal stoelen verwijderd om zo meer staanplaatsen te genereren. Op de luchthaven kreeg ze het nummer B1 Het Haags Bus Museum verwierf de bus in 1994. Uit eindelijk werd van restauratie afgezien vanwege de slechte staat van de bus. Wel werd onderzocht om de bus te slopen voor onderdelen en alleen de "Kop" te bewaren. Ook hier werd uit eindelijk vanaf gezien door verkoop van de bus aan het Noordelijk Openbaar Vervoer Museum te Sneek in 2002. Hier werd de bus deels optisch gerestaureerd voor permanente statische tentoonstelling. Na 1 jaar van onderhandelingen, kon het Stichting Limburgsche Tramweg Maatschappij de bus overnemen van het Noordelijk Openbaar Vervoer Museum in 2016, waarna de LTM bus dat zelfde jaar terugkeerde naar haar oorpronkelijke, Limburgse, bodem.












