
Stadsbus
"Oudste stad van Nederland" is een status die door verschillende steden wordt opgeëist. Zowel Maastricht, Nijmegen als Voorburg kunnen vanuit de Romeinse oudheid aanspraak maken op deze status, afhankelijk van welke definitie men toepast. Op basis van wetenschappelijk onderzoek naar dit vraagstuk heeft Nijmegen zichzelf in 2005 tot oudste stad van Nederland uitgeroepen. Al is Maastricht dus wellicht niet de oudste Nederlandse stad, ze kan wel aanspraak maken op het oudste gemeentelijke stadsbusbedrijf in ons land. Indien men het experiment van de Gemeentetram Amsterdam niet meetelt waarbij in 1908 enkele maanden een lijn werd geëxploiteerd met voormalige paardentramrijtuigen op een vrachtwagenchassis, kwam in de hoofdstad de eerste echte autobuslijn in 1922 in dienst. In Maastricht was dat echter al in 1919, want op 26 mei van dat jaar werd het Gemeente Autobussen Bedrijf opgericht. Dit onderdeel van de Gemeentebedrijven Maastricht nam de vanaf 1920 exploitatie op zich van de eerste stadsbuslijn, als opvolger van de paardenomnibus, de gastram en de paardentram, die de Limburgse hoofdstad tot respectievelijk 1896, 1902 en 1914 hadden bediend. De eerste voertuigen waren drie elektrische bussen, waarbij het vermogen werd geleverd door accu's. Ze waren echter bepaald niet bedrijfszeker en de elektrische bus was in Maastricht dan ook geen succes. In 1921 volgden de eerste vijf benzinebussen (van het merk Renault) en deze bevielen wel. Sindsdien ontwikkelde de gemeentelijk stadsbusdienst zich gestaag tot een succesvol en populair bedrijf, met een steeds uitgebreider net van stadslijnen, dat ook uitlopers naar omliggende plaatsen als Borgharen, Itteren en Amby kende en zelfs internationale lijnen naar Vroenhoven en Tournebride in België. Wat het busmaterieel betrof was het in de eerste dertig jaar een beetje een allegaartje. Na de al genoemde Renaults volgden Minerva's (waarvan sommige een Kromhout-motor kregen) en na de Tweede Wereldoorlog, toen bussen schaars waren, nam men zelfs een Praga en ook enkele voormalige Engelse Leyland enkel- en dubbeldekkers in dienst. Ook Bedfords, Fords schoolbussen en Ford trambussen hielpen het Maastrichtse busvervoer weer op weg. In 1949 volgde een serie van vijftien Kromhouts en in 1953 een serie van vier AEC's , alle met een opbouw van Verheul. Daarna koos het GABM echter (na langdurige onderzoekingen) consequent voor één merk: het Zweedse Volvo. In 1955 kwamen een eerste serie van twaalf Volvo's in dienst en vanaf die tijd waren bussen van dit merk en voorzien van een carrosserie van Verheul, de "standaard" voor Maastricht. Deze hegemonie werd doorbroken in 1968, toen de eerste serie van tien Volvo's (nummers 29-38) met een opbouw van de Belgische carrossier Jonckheere in dienst werd gesteld. Tot 1977 zouden Volvo/Jonckheere's het stadsvervoer in de Limburgse hoofdstad verzorgen, om in genoemd jaar te worden opgevolgd door (wel weer) Volvo's, maar nu met een CSA-1 standaard stadsbuscarrosserie van Hainje. Inmiddels was de naam van het bedrijf overigens gewijzigd in Stadsbus Maastricht. Sinds 1971 was dit de opvolger van het GABM, het Gemeentelijk Autobussen Bedrijf Maastricht. De hierboven genoemde eerste serie stadsbussen met een opbouw van Jonckheere (de 29-38) was nog erg conventioneel en eenvoudig van opzet, met de motor voorin naast de chauffeur. Iets dat in die tijd bij veel bedrijven overigens nog prima beviel. Bus 32, die toen nog niet kon bevroeden dat hij een veel langer leven zou krijgen dan zijn seriegenoten, werd op 16 maart 1968 bij de stadsdienst afgeleverd. Daarna verleende hij tot 1980 zijn diensten in en om Maastricht, waarna hij op 11 augustus van dat jaar vetrok bij naar z'n nieuwe thuis. Dat werd Amsterdam, want de bus was overgenomen door de MUSA, de Stichting Museum Streek en Stadsautobussen Amsterdam. In de MUSA-tijd werden aan deze bus heel wat herstel- en conserveringswerkzaamheden verricht, waardoor de Maastrichtenaar in een prima conditie bleef. Door omstandigheden zag de MUSA zich genoodzaakt haar collectie sterk in te krimpen, wat er toe leidde dat de Maastrichtse 32 begin 2011 werd overgenomen door de Stichting Veteraan Autobussen.












