
Streekbus
Culturele biografie ► Historische context De Drentse Vervoer Maatschappij is in 1963 ontstaan door samenvoeging van de al langer met elkaar samenwerkende vervoersbedrijven N.V. DABO (eigendom van een aantal gemeenten in het vervoersgebied en de oprichter van het bedrijf LABO - Lambers' Auto-Bus Onderneming) en de NS-dochter N.V. EDS. De DABO-directeur, heer L.Lambers Jzn. was ook directeur van de N.V. Noord-Westhoek (NWH), een bedrijf dat betrekkelijk lang buiten de samenvoeging gehouden werd. Vanaf het begin van de samenwerking werd gewerkt aan enige uniformering van het zeer gevarieerde wagenpark. Voor de inkoop van materieel vond men aansluiting bij de kanalen van de NS-dochterbedrijven, waar gestreefd werd naar standaardisering. DABO-EDS, later DVM, kreeg zodoende vooral voor de B-wegen veel Scania-Vabis-, en later DAF TB-bussen. Voor de A-wegen bleef de voorkeur van deze bedrijven zo lang mogelijk uitgaan naar Leylands. Verheul had een nieuwe generatie zelfdragende streekbussen ontworpen waarvan de serieproductie in 1967 begon. In de beginperiode werd uitsluitend gebruik gemaakt van Leyland-componenten, die onder een licht Verheul-frame waren gemonteerd. De typeaanduiding was LVB-668 (=Leyland-Verheul-Bus met een wielbasis van 6.00 m en een 0-680-motor). Kort erna kreeg ook Den Oudsten opdracht vrijwel dezelfde autobussen, eveneens met Leyland-componenten, te leveren. Dit werd het type LOB. Omdat sprake was van een modulaire opbouw, ontstonden gemakkelijk varianten als stadsbussen (typen LVS en LOS) en wagens met een lengte van ca. 10 m (type LOK). Daarnaast werden ook bussen - meestal met gedeeltelijk verhoogd dak en aan weerszijden een schuine raamstijl - als semi-toer-of full-toerwagens uitgerust. Het concept was, ofschoon door de Vereniging van Streekvervoerondernemingen (ESO) uitverkoren als dé standaard streekbus en qua uiterlijk zéér herkenbaar, ook voor niet-ESO-leden vrij verkrijgbaar. DAF had, als alternatief, inmiddels een vrijwel identiek chassis, de DAF MB200, ontwikkeld, dat de eerste jaren was voorzien van dezelfde Leyland-0-680-motor. Een brand legde eind 1970 de "Leyland Motor Corporation NV (v/h Auto-industrie Verheul)" volledig in de as. Het bedrijf werd niet herbouwd. De lopende opdrachten werden uitgevoerd door Domburg en Den Oudsten. Enkele jaren later verdween Leyland van de markt, werd DAF de belangrijkste chassisleverancier en Den Oudsten de belangrijkste carrossier. Voor enkele kleinere series paste men Volvo- of Mercedes-Benz-chassis, bijna alle eveneens met underfloormotor, toe of geschiedde de busopbouw door Hainje, Van Hool, Domburg, Van Rooyen of Jonckheere. Vanaf begin tachtiger jaren kwamen er ook gelede bussen volgens hetzelfde concept. Het oorspronkelijke model is, met latere alternatieven of modificaties (zoals verlaagde middenfries, langere vooroverbouw, zonwerend glas, geplakte ruiten, geknikte stuurkolom, volautomatische versnellingsbak of, naar wens, met individuele afwijkingen) geleverd tot 1988. Nieuw geleverd van 1967 tot 1988 betekent dat de gebruiksperiode van dit zeer herkenbare bustype zich uitstrekte tot ca. 2005, dus bijna gedurende veertig jaren. Daarmee was dit model in Nederland beeldbepalend voor het streekvervoer en voor een groot deel van de ca. 40 steden, waar een streekvervoerbedrijf het stadsvervoer verzorgde. Het concept werd ook geleverd aan ondernemers in Israël, België en Frankrijk. In totaal zijn meer dan 5500 exemplaren van dit model standaardstreekbus gebouwd, waarvan ruim 1700 op basis van Leyland en meer dan 3500 op DAF-onderbouw. Bijna 7 % kwam van Verheul en ruim 84 % werd door Den Oudsten geleverd. ► Type De DVM 1698 is een standaard-streekbus met een lengte van 12 meter, gebouwd door Den Oudsten op een Leyland LOB-chassis met een grote vooroverbouw (wielbasis 5.60 m). De bus heeft een brede voordeur en een brede middendeur en is voorzien van een verhoogde vloer onder de zitbanken, waardoor alle zitplaatsen in de rijrichting aangebracht konden worden. ► Object Het object is gedurende zijn werkzaam leven van ca. 15 jaren altijd ingezet op de buslijnen van de DVM en haar rechtsopvolgers - DVM/NWH en VEONN - in Drente en delen van Groningen en Overijssel. ► Object als erfgoed Omdat de wagen komt uit de laatste serie standaardbussen waarbij gebruik gemaakt is van Leyland-componenten werd hij onmiddellijk na buitendienststelling bestemd als museumstuk en ter bewaring overgedragen aan een speciaal daartoe opgerichte stichting. Ook tijdens opknapbeurten van zowel chassis- als carrosseriedelen is de wagen steeds rijvaardig gehouden en voor allerlei ritten met historische achtergronden ingezet. Het ligt in de bedoeling de bus van de nu aanwezige VEONN-uitmonstering terug te brengen in de oorspronkelijke DVM-outfit. Representatiewaarde ► Schakelwaarde De schakelwaarde is hoog omdat de DVM 1698 een wagen is die uit de laatste bestelling standaardbussen komt met chassiscomponenten van het merk Leyland. Van dit merk - met een tot dan toe ongekende reputatie - zijn in Nederland, naast enige honderden Worldmasters en een onbekend aantal Tiger Cub's en andere types alleen al ca. 1.000 A-roads en 1.700 standaardbussen van het onderhavige model voor de openbaar vervoerbedrijven gebouwd. ► IJkwaarde De ijkwaarde is zeer hoog, omdat het voertuig een representant is van de in ongekend grote aantallen gebruikte autobus, in diverse varianten, alom in Nederland. ► Symboolwaarde De DVM 1698 heeft geen bijzondere symboolwaarde. Zeldzaamheid Van het concept zijn diverse voertuigen bewaard gebleven, zowel in een uitvoering met Leyland-componenten dan wel op DAF- chassis als integraal gebouwd door Den Oudsten. Van de variant met een lengte van 12 m zijn nog enkele exemplaren voorhanden. Staat van het object Het object was ten tijde van de waardestelling (2011) nog in VEONN-kleurstelling. Het lag toen al in de bedoeling het voertuig weer in de oorspronkelijke DVM-uitvoering terug te brengen. Dit is in het voorjaar van 2016 geëffectueerd. Ensemblewaarde Niet van toepassing. Presentatiepotentieel Het grote aantal geproduceerde wagens maakt dat het type, ook na verloop van jaren, zeer herkenbaar zal blijven. Cultuurhistorische waarde De cultuurhistorische waarde van de DVM 1698 is vooral gelegen in het feit dat de wagen komt uit de laatste bestelling voertuigen die zijn uitgerust met chassiscomponenten van het merk Leyland, dat gedurende vele jaren vooral succesvol was op de Nederlandse autobusmarkt en een bijzondere reputatie bezat. Voor velen in zekere zin een afscheid, vandaar de status B.












